Het mooiste zondagsgevoel overvalt ons zelden op zondag/24 uur

In 1989/90 kwamen vertegenwoordigers van diverse maatschappelijke organisaties en stromingen in ons land - van CNV tot en met het VNO en van het Humanistisch Verbond tot en met ondergetekende (namens de moslims) - bijeen om te praten over 'Een flexible werkweek en spreiding van de adempauze'. Dat was de titel van het rapport dat later uitkwam en waarin al onze visies en standpunten werden samengevat.

ABDULWAHID VAN BOMMEL

Een ernstige zaak, want werken van maandag tot en met vrijdag, van negen tot vijf, is, zo concludeerden we, een star patroon en leidt tot ongemakken als verkeerscongestie, 'dode steden' 's avonds en in het weekend, en een beperkte dienstverlening. Er zou een levendige brede maatschappelijke discussie volgen.

Acht jaar later wachten we er nog altijd op. En of het levendig wordt moeten we ook nog maar zien. Blijkbaar is de discussie van toen beperkt gebleven tot binnen de muren van onze vergaderingruimte: het kantoor van de Stichting Maatschappij en Onderneming (SMO), een van die geheimzinnige gebouwen stampvol computers en drs.-en, waar de 'ronde tafelgesprekken' plaatsvonden.

Een van de deelnemers J. F. Glastra van Loon, toen voorzitter van het Humanistisch Verbond, sprak, bloemrijk Dürkheim citerend, over ons gevoel voor tijd:

“Wat gebeurt er met de beleving van tijd als bestaande tijdstructuren, waarin mensen hun tijd leren organiseren, verdwijnen? Niet het aanpassingsvermogen van de mens is twijfelachtig. Wel het vermogen van de mens om individueel eigen tijd te structureren als maatschappelijke vormen van tijdsindeling diffuus worden. De mens als cultuurwezen is het product van een sociaal-culturele omgeving die gestructureerd wordt door collectieve vormen van tijdsbeleving. Tijdstructuren vormen zo het skelet van de samenleving.”

Duidelijk een individualist, maar met een elektronische agenda. De zondag die zich ontwikkelt van 'dag-zonder-werk' voor het zieleheil tot extra 'werkdag-naar-keuze', stelde de ronde tafel voor een tweede dilemma. Gaan we collectief samen uit en samen naar huis in een multiculturele samenleving?

Als er woorden als multi-culti of pluri-formi vallen, dan mag ík wat zeggen. Een moslim is ook maar een mens. Veel van die mensen lopen op zondag met de ziel onder hun arm. Die komen zo niet tot heil. In Nederland onderga je een vorm van collectief schuldgevoel, waarmee werken op zondag voor hen die zich er niet mee identificeren geen keuzemogelijkheid is. Het zich bezinnen op het leven zou voor moslims onderdeel van het dagelijks leven moeten zijn. Reflectie en contemplatie vallen niet strikt met een bepaalde dag samen.

De koran zegt het al: 'Bij de tijd! De mens is zeker temidden van verlies...'(103:1-2), waarmee geen tijdverlies wordt bedoeld. Een moslimkoning heeft eens een autoloze zondag aan Nederland geschonken, maar zelfs Wim Kan was hem toen niet dankbaar, laat staan Wim Kok nu. De eerstgenoemde zag kamelen op het behang. Toch was dat de enige zondag waarop Nescio nog had willen wandelen bij Kortenhoef of Zierikzee. De God van Nederland keek glimlachend naar al dat lege asfalt en zag dat het goed was.

Woedend waren we dat de oliekraan was dichtgedraaid. Dacht zo'n Arabier de westerse mens in zijn ontwikkeling te kunnen hinderen? God heeft dominee en priester op zondag tewerk gesteld. Ook (vee)artsen en boeren kennen geen rustdag.

De vrijdag van de moslims is geen rustdag. Men stopt een paar uur op het midden van de dag met geld verdienen en komen naar de moskee om aan God en de eeuwigheid te denken. De vrijdag heet 'bijeenkomst' - djoem'a - in het Arabisch.

We zijn in Nederland voor dat wekelijks bezoek aan de moskee op vrijdag volledig afhankelijk van de goede wil van de werkgever. Rechtsgelijkreid bestaat op dit punt dus niet voor moslims. Omdat het slechts om een paar uur gaat kan hiervoor misschien een 'flexibele' inhaalregeling worden getroffen. Wat dat betreft zijn de moslims geboren flexwerkers.

Net als de vrijdag voor de moslims, dient de zondag voor christenen en de sabat voor joden tot reflectie op de bestemming van de mens. Of om aan de dag te herinneren dat het uurwerk stilstaat. Voor sommigen een onheilsdag, voor andere Jongste Dag, Dag der Opstanding of voor de zekerheid toch maar Laatste Dag. Een dag die niet in onze agenda staat. We kunnen hem niet plannen. Profeten hadden geen antwoord. Of wel een antwoord maar niet hét antwoord. Toen men aan de profeet Mohammed vroeg wanneer het laatste uur zou slaan, zei hij: 'Hoe zo, ben je daar dan op voorbereid?'.

Op de eerste maandag van de maand loeien nog steeds de sirenes om twaalf uur. Misschien kunnen we daar een vrije middag aan verbinden waarop we worden uitgenodigd na te denken over werktijd, vrije tijd, bedrijfstijd en rusttijd.

Eén vrije middag per maand om over de eeuwigheid na te denken is wel genoeg. Dan kunnen we op zondag in de file stapvoets naar de parkeergarage naast warenhuis of supermarkt blijven rijden. Onze uitlaatgassen zorgen er dan wel voor dat die laatste dag aanbreekt.

Vroeger hadden we op school 'brandbel', waarna je de rest van de dag vrij had. Het heeft immers geen zin in een afgebrande school te blijven zitten. Onverwachte vrij's, zoals ijsvrij of rapportenvergadering, leraren ziek, besmettelijke ziekte; dat is pas vrij! Een hogere macht had ingegrepen. Plotseling stond je in het midden van de dag, geen uur om je aan vast te houden. Geen klok had betekenis.

Nu is zelfs dat gepland. De telefoonpyramide meldt zieke leerkracht: eerste uur vrij, op het andere oor verder. Ajax tegen Gremio; stakende leerlingen volgen de wedstrijd met mini TV-tjes in de klas. Is dat misschien de strijd? De strijd tussen kwaliteit en heiligheid van tijd. Voetballoze zondag, kerkloze zondag en de angst zelf invulling te moeten geven aan het zondagsgevoel. Want hoe voelt de zondag?

In bovengenoemd rapport 'Een flexibele werkweek' staat een citaat uit 'Huguenau en de zakelijkheid', van Hermann Broch, waarin hij stelt dat “niemand kan uitmaken of het de vrijheid is waarin de ziel zich voor de schoonheid openstelt, of dat het de schoonheid is die de ziel het vermoeden van haar vrijheid schenkt (...) omdat er ook voor hem (Huguenau) een dieper menselijk weten, een menselijk verlangen moet bestaan naar een vrijheid waarin alle licht van de wereld aanvangt en waaruit de heiliging van het levende als iets zondags ontspruit'.

Waarmee hij misschien wilde zeggen dat het mooiste zondagsgevoel ons zelden op zondag overvalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden