Het mooiste van Japan is te zien in een Hollands huis in Leiden.

Ik zal Japan niet eerder verlaten dan nadat ik een uitvoerige beschrijving van het land heb gemaakt en alle materiaal voor een Japans museum en een flora bijeen heb vergaard', schreef Philipp Franz von Siebold 18 november 1823. En kijk nu op het Rapenburg in Leiden: in een Hollands grachtenpand met de naam SieboldHuis is een fraai museum ingericht met 'het mooiste uit het oude en het nieuwe Japan'.

Alles wat daar tentoongesteld wordt, is tussen 1823 en 1830 in Japan bij elkaar verzameld en verkregen door diezelfde Siebold. Het is Nederlands jongste museum -al weet je dat nooit zeker in een land waar elke maand wel een kijkpaleis bij komt: is het niet over water of voetbal, dan wel over waanzin en 'dollen' of heksen en trollen.

Wat doet een Duitser in Leiden? Geboren in Würzburg als zoon van een hoogleraar in de geneeskunde (1796) wordt Siebold ook zelf arts. In 1822 vertrekt hij in die functie naar Nederlands-Indië. En een jaar later reist hij in opdracht van de Nederlandse regering door naar de handelsvertegenwoordiging in Japan om zoveel mogelijk informatie over dat geheimzinnige land te verzamelen. Dat doet hij, heel gedegen en heel systematisch. Hij is met zijn wetenschappelijke statuur niet te groot om ook heel alledaagse spullen bijeen te sprokkelen, zoals een paar goedkope sandalen waarop dragers over straat lopen.

Maar hij verzamelt ook het mooiste aardewerk en de beste zijde, van veel betere kwaliteit dan wat als exportartikel naar Europa wordt vervoerd. Hij is geïnteresseerd in bloemetjes en plantjes, in opgezette dieren en mineralen. Hij laat gebruiksvoorwerpen en kunst klaarmaken voor verzending naar Nederland, maquettes en serviesgoed, rookgerei en muziekinstrumenten, speelgoed en lakwerk. En bovendien is hij zeer geboeid door landkaarten en schilderingen van Japan -hij zal er op een zeker moment zelfs het land voor worden uitgezet.

De Japanners zijn op hun beurt misschien nog meer geïntrigeerd door die stevige, nieuwsgierige en ook behoorlijk dominante westerling dan andersom. Hij heeft lak aan conventies en papt met iedereen aan, of het nu een visser is bij wie hij naar zijn vangsttechnieken informeert of een theeplanter die hij uithoort hoe je theebladeren zo lang mogelijk kunt bewaren (en dus naar Holland kunt verschepen). Soms krijgt hij planten en dieren aangeboden in ruil voor geld of een doktersadvies, maar vaak ook omdat ze zien dat Siebold zo'n brede interesse heeft -iets wat de Japanners zelf in die tijd nog helemaal niet hebben. Misschien helpt dat hem wel, als in zijn bagage landkaarten ontdekt worden: een bijna doodzonde in Japan, want daarmee worden ook de geheimen van het land en de zee onthuld. Verdacht van spionage weigert hij te zeggen wie hem van informatie heeft voorzien. Hij biedt de Japanners aan om er levenslang te blijven, om het land met zijn verboden kennis geen schade te berokkenen. Uiteindelijk moet hij toch vertrekken, en voor goed, zonder zijn Japanse vrouw en dochter maar mét zijn Japanse hondje Sakura.

Via Indië keert Siebold terug naar Nederland en betrekt het pand aan het Rapenburg, omdat het grootste deel van zijn collectie in Leiden terechtgekomen is. Hij besteedt zijn tijd aan het beschrijven van zijn collectie en het stichten van een nieuw gezin. Hij vindt het hier vreselijk, vooral vanwege het kille klimaat. Daarom verkoopt hij zijn verzameling aan de staat en verhuist naar Duitsland. Al het materiaal verdwijnt in de depots van de verschillende musea en instituten die Leiden rijk is: Volkenkunde, Rijksherbarium, Naturalis, Geologie. In 1859 krijgt Siebold opnieuw de kans om naar Japan te gaan, als vertegenwoordiger van de Nederlandse regering en van de handelsvereniging. Hij beeldt zich in dat hij de beste bemiddelaar tussen Japan en het westen kan zijn. Zijn optreden valt in Haagse kringen minder goed en in 1862 wordt hij teruggeroepen. In Nederland heeft hij het dan wel gehad. Hij gaat terug naar Duitsland en sterft in 1866, in München.

Zijn collectie is uiteengevallen, totdat een aantal jaren geleden in Leiden het idee werd opgevat om de verzameling weer bij elkaar te brengen -en dan in het huis van Siebold waar op dat moment het kantongerecht zetelt. De herdenking van 400 jaar betrekkingen met Japan, het bezoek van de Japanse keizer aan ons land, de inspanningen van de Leidse burgemeester Goekoop en de verhuizing van de rechtbank bevorderen uiteindelijk de komst van het SieboldHuis. Het is een museum zonder eigen collectie, een etalage van wat er elders in depot is. Het is een permanente expositie maar met wisselende voorwerpen, vanwege hun licht- en luchtgevoeligheid. Zo mogen landkaarten maar drie maanden achtereen worden getoond, zegt directeur Peggy Brandon. ,,Het voordeel is dat wij een levendig huis zijn, waar andere instituten topstukken kunnen tonen die anders in hun depot blijven. Wij zijn een JapanHuis, willen alles laten zien wat met Japan en de relatie met Nederland te maken heeft. Dankzij het SieboldHuis hoeven we die topstukken niet te verstoppen.''

Van de Sieboldcollectie gaan geregeld stukken als bruikleen naar Japan. ,,Omdat ze daar niet te zien zijn. Zij kennen geen traditie van het aanleggen van verzamelingen; daar werd geen waarde aan gehecht. Dat is omgedraaid. Dit huis is nu de belangrijkste Japan-verzameling uit die tijd ter wereld. Wij zijn nu bijna een pelgrimsoord, ook al omdat de keizer hier heeft rondgelopen .''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden