het mooiste nederland 100 jaar De Stijl

In 2017 hult heel Nederland zich in De Stijl. De kunstbeweging is precies een eeuw oud en dat vieren we. De hele maand maart zet Het Mooiste Nederland de schijnwerper op bijzondere plekken waar De Stijl een rol speelt.

Laat ik meteen duidelijk zijn: ik ben een liefhebber. Geen enkele kunststroming heeft me van jongs af aan zo bij de kladden gegrepen als De Stijl. Naar de middelbare school reed ik op een fiets die ik zelf had beschilderd in Mondriaan-motief. Later viel mijn auto ten prooi aan mijn decoratiedrang, in onze huidige woonkamer staan rechte lijnen en vlakken in primaire kleuren centraal. En dat is precies waar de kracht van De Stijl in schuilt. Helder, toegankelijk, praktisch toe te passen, en ook na honderd jaar nog altijd fris en modern.


De eerste keer dat ik dat het Rietveld-Schröderhuis in Utrecht bezocht, voelde ik me domweg gelukkig. Ik stapte een driedimensionaal kunstwerk binnen waarin werkelijk alles klopt. De vloeren, de meubels, de lichtinval, geniale details als een hoek van het huis die verdwijnt wanneer je een raam openzet: wat een genot moet het zijn daar te wonen.


Hoever architect Gerrit Rietveld zijn tijd vooruit was, blijkt uit het contrast met de andere huizen in de straat. Sombere bakstenen muren, kleine vensters, saaie middelmaat. Pas na de Tweede Wereldoorlog verschenen op grote schaal huizen van beton, met grote ramen. Eindelijk was Nederland klaar voor toepassing van de denkbeelden van De Stijl. Vanzelfsprekend had dat ook met kosten en met praktische aspecten te maken. Maar al valt er best wat af te dingen op de standaard nieuwbouwhuizen,


ze bieden de ruimte en het betaalbare comfort waar vroegere arbeiderswoningen bij lange na niet in voorzagen.


Het ideaal van medeoprichter Theo van Doesburg was dat de nieuwe, abstracte beeldtaal toegankelijk werd en dat iedereen zich zou kunnen omringen met kunst. Dat is zo goed gelukt dat we ons er nauwelijks meer bewust van zijn. Hoewel gebouwd in 1925, zou het Rietveld-Schröderhuis niet misstaan in een fonkelnieuwe woonwijk.


In 2017 is het precies honderd jaar geleden dat Theo van Doesburg en Piet Mondriaan met het gelijknamige tijdschrift de theoretische basis legden voor hun kunstbeweging De Stijl. Met een hoofdletter S. De basis, het uitgangspunt van alle andere stijlen. Horizontale en verticale lijnen, primaire kleuren aangevuld met zwart, wit en grijs als de elementen waaruit al het andere ontstaat. Een hoogdravende theorie, maar wel een die werkt in de praktijk van alledag en die een eeuw later nog steeds werkt.


Nederland pakt dit jaar groots uit met een totaalpakket aan exposities en evenementen. Op de gevel van het stadhuis van Den Haag pronkt de grootste Mondriaan ter wereld, het Gemeentemuseum toont zijn jaloersmakende Mondriaancollectie in bijna volle omvang. Utrecht en Amersfoort bundelen hun krachten in een veelzijdig programma dat zelfs de meest hartstochtelijke liefhebber van De Stijl tot in de kruin zal verzadigen.


De namen van Mondriaan en Rietveld prijken groot op de affiches, hun werk staat vol in de schijnwerpers. Maar misschien nog veel leuker zijn de ontmoetingen met kunstenaars van De Stijl op plekken waar je ze niet meteen verwacht. De komende weken gaan we in Het Mooiste Nederland op zoek naar dergelijke plekken. Diep in Brabant waar het bescheiden Bergeijk een pelgrimsoord voor Stijl-liefhebbers is, op een fietstocht door Utrecht langs plekken waar je normaal aan voorbij zou gaan, wandelend door rechtlijnige Hollandse landschappen die op hun beurt de kunstenaars van De Stijl beïnvloedden, en om te beginnen vandaag in Drachten. In zijn ontwerpen voor een eenvoudig rijtje woningen kon Theo van Doesburg voor het eerst zijn ideeën uitwerken en toepassen. Helemaal zonder slag of stoot ging dat niet, en de bijnaam 'Papegaaienbuurt' geeft aan dat niet iedereen blij was met de felle kleuren van deuren en kozijnen. Tegenwoordig koestert Drachten het buurtje en pronkt er uitbundig mee. De Stijl heeft zich een stevige plek in het stedelijk landschap van Nederland weten te verwerven.


Het Gemeentemuseum in Den Haag toont vanaf 3 juni alle schilderijen en tekeningen van Mondriaan uit zijn collectie, Leiden profileert zich als geboortestad van De Stijl, in het poortgebouw van slot Zuylen blijken meubels van Rietveld te staan, Eindhoven focust op hedendaags design, Winterswijk belicht de jeugdjaren van Mondriaan, in Eelde krijgt het gebouw van de Rijksluchtvaartschool het uiterlijk terug dat Rietveld eraan gaf. Van Leeuwarden tot Breda, heel Nederland hult zich in De Stijl. Kijk voor een compleet overzicht van het programma op: mondriaantotdutchdesign.nl


In 1917 bracht kunstenaar Theo van Doesburg in zijn woonplaats Leiden het eerste nummer van het tijdschrift De Stijl uit. De gelijknamige kunstbeweging was geboren, naast de oprichter waren Piet Mondriaan, Gerrit Rietveld en Bart van der Leck de boegbeelden. Nu we dit jaar het eeuwfeest vieren, pronken Den Haag, Utrecht, Amersfoort en Leiden pronken uitbundig met de veren - in primaire kleuren - van De Stijl.


In het straatbeeld dook De Stijl echter ver buiten de Randstad voor het eerst op. De primeur was in 1921 voor Drachten. Dat is op z'n zachtst gezegd opmerkelijk. Na Leeuwarden is het inmiddels weliswaar de grootste plaats van Friesland, maar tot de Friese Elfsteden behoort het niet. Er stoppen geen treinen, ze spelen er geen betaald voetbal, en als Drachten een keer in het nieuws komt, is het omdat een verwarde man zijn woning laat ontploffen.


Drachten heeft wel een Museumplein. Aan dat plein staat een charmant gebouw, een voormalig klooster dat - met een knipoog naar dada - bekendstaat als Museum Dr8888. Geen toeval: Drachten is de plaats waar in 1923 het laatste officiële dada-optreden plaatsvond. Maar nog belangrijker: het is de plaats waar Theo van Doesburg voor het eerst de architectuurideeën van De Stijl in praktijk kon brengen. Dat had alles te maken met een bijzondere vriendschap. Van Doesburg zou nooit in Drachten terecht zijn gekomen als hij kort na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog niet was opgeroepen voor militaire dienst. Nederland was neutraal, maar uit voorzorg werd het leger gemobiliseerd. In zijn compagnie raakte Van Doesburg bevriend met Evert Rinsema, een schoenmaker uit Drachten. Ze deelden hun liefde voor literatuur. Evert schreef gedichten en aforismen. Zijn broer Thijs - ook schoenmaker - schilderde en ontwierp meubels. Na de oorlog kwam Van Doesburg regelmatig naar Drachten, en dankzij bemiddeling van zijn goede vriend Evert kreeg hij in 1920 een opdracht van gemeente- architect Cees Rienks de Boer.


"Van Doesburg mocht zestien middenstandswoningen ontwerpen", vertelt museumdirecteur Paulo Martina. Samen volgen we de stadswandeling die van Museum Dr8888 naar de Oosterstraat leidt. Uit de verte blinken felle kleuren ons tegemoet. "Ongetwijfeld had hij hier een rijtje van


zestien kleine Rietveld-Schröderhuizen in gedachten. Het werd een compromis." Rienks de Boer kreeg het niet gedaan de oorspronkelijke ontwerpen uit te laten voeren. Drachten was nog niet klaar voor betonnen woningen met witgepleisterde muren en accenten in primaire kleuren. Gebouwd werd er met baksteen, op advies van Van Doesburg kleurden alleen kozijnen, erkers, deuren en dakkapellen fel geel, rood en blauw. In zijn ontwerpen van de interieurs kon de kunstenaar zich wel helemaal uitleven, het werden driedimensionale Stijl-kunstwerken. De modelwoning is nog niet klaar, daar wordt hard gewerkt om zo'n interieur helemaal in oorspronkelijke staat terug te brengen, compleet met meubels van Thijs Rinsema. Op 1 juni gaat het Van Doesburg-Rinsemahuis open voor het publiek; het Rietveld-Schröderhuis van het noorden.


Wie met een gids de stadswandeling volgt, kan al wel een kijkje nemen in het gebouw van de Rijkslandbouwschool, aan de overkant van de Torenstraat. Pronkstuk zijn de glas-in-loodramen die Van Doesburg ontwierp. Kozijnen en deuren liet hij schilderen in de secundaire kleuren: oranje, paars en groen. Alleen de buitenkant; binnen zou volgens de directie een dergelijke kleurkakofonie de concentratie van de leerlingen maar verstoren.


Om de bijnaam Papegaaienbuurt kan Martina glimlachen. "Het was in de jaren twintig misschien ook wat veel van het goede. Van Doesburg was zijn tijd ver vooruit en Drachten was een slaperig dorpje in de provincie. Maar de bewering dat bewoners meteen de boel lieten overschilderen, is aantoonbaar onjuist. Later ging wel de kwast over de kozijnen, maar in eerste instantie woonden mensen hier naar volle tevredenheid." Hij is trots op het erfgoed. "Elders in Nederland hangen schilderijen in musea, in Drachten ligt De Stijl op straat. En dat is precies wat Van Doesburg wilde."


Een groep bewoners verenigde zich in 1988 in de Stichting Theo van Doesburg en liet het oorspronkelijke schilderwerk zo veel mogelijk in ere herstellen. Sindsdien is de Papegaaienbuurt weer een kleurrijk uitroepteken, een statement in een centrum dat verder niet uitblinkt in schoonheid of samenhang. De grootste groei maakte de plaats na 1950 door, en dat is te zien.


Terug in het museum bekijk ik de toonbank van de schoenmakerswinkel van Evert Rinsema, waar altijd een schriftje lag waarin hij zijn gedachten kon noteren. De huiskamer van zijn broer Thijs is gereconstrueerd, met zijn schilderijen aan de wand en stoelen van zijn hand in de hoeken. Ze doen me denken aan de meubels die Rietveld ontwierp. "Thijs Rinsema was misschien wel net zo getalenteerd als Rietveld", stelt Martina. "De enige reden waarom hij niet zo bekend werd, is zijn gebrek aan ambitie. Met zijn schoenmakerij verdiende hij zijn brood, de kunst kwam op de tweede plaats." Een bestaan als kunstenaar vond hij te onzeker. Hetzelfde gold voor Evert; de twee broers bleven hun hele leven als schoenmaker werken. Dankzij hun bijzondere vriendschap met de grondlegger van De Stijl lieten zij hun woonplaats een bijzondere kunstcollectie en een straat vol cultureel erfgoed na. En een even onverwachte als prominente plek in de geschiedenis van De Stijl.

De Stijl in Drachten

Niet minder dan vier exposities wijdt Museum Dr8888 dit jaar aan De Stijl. Op dit moment is werk van beeldend kunstenaar en graficus César Domela te zien, in april opent een overzichts-tentoonstelling met vrijwel alle ontwerpen die Theo van Doesburg voor Drachten heeft gemaakt. Vanaf juli neemt het museum bezoekers mee naar Curaçao, waar Gerrit Rietveld samenwerkte met het kunstenaarsechtpaar Engels. In oktober volgt een overzicht van Stijl en constructivisme in Noord-Nederland, in samenwerking met de Rijksluchtvaartschool in Eelde. De officiële opening van het Van Doesburg-Rinsemahuis vindt plaats op 1 juni. Kijk voor het volledige programma op museumdrachten.nl

Alles in Stijl

Elders in Nederland hangen werken van de kunstenaars van De Stijl in musea. In Drachten maakt het erfgoed van de beweging deel uit van het straatbeeld. Dankzij de vriendschap tussen een kunstenaar en een dichtende schoenmaker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden