Het mooiste kustpad van Engeland loopt door Dorset, 150 km werelderfgoed.

’Ben even naar de buren’ is een serie artikelen over tripjes naar buurlanden. Vandaag: Engeland (slot).

Londen, Canterbury, York, maar wie kiest er nu eens voor Worth Matravers? En voor St. Aldhelm’s Chapel? Natuurlijk mag je ze niet vergelijken, maar waarom niet gewoon een keer naar Dorset in plaats van naar Kent of Cornwall?

Misschien moeten ze er aan de Engelse zuidkust blij om zijn dat Dorset – op honderd mijl van Londen – relatief nog vrij onbekend is. Hoe had deze streek met z’n fabelachtige krijtrotsen anders de status van werelderfgoed kunnen verwerven? Een kustlijn van 155 kilometer mag nu in één adem genoemd worden met het Great Barrier Reef in Australië of de Grand Canyon in de VS. De rotskust is tussen 140 en 200 miljoen jaar geleden gevormd. Ze loopt van west naar oost, van de Orcombe Rocks bij Exmouth (Oost-Devon) tot Studland Bay in Dorset. De vorm verandert voortdurend. Ooit moet het één Jurassic Parc geweest zijn, voordat het een grote pan met krijtsoep werd. En nog steeds zie je dagelijks jong en oud met ’hamertje tik’ in de weer in de hoop dat zich in een steen een prachtig fossiel zal bevinden. Ze liggen er voor het oprapen, beloven de brochures en toeristenfolders. Zijn er trouwens in dit gebied ook geen voetstappen van dinosaurussen gevonden?

Het platteland van Dorset oogt als een openluchtmuseum waarvan de poort dag en nacht openstaat en iedereen z’n rol speelt – als bewoner van een oude woning of een monumentaal landhuis, maar ook als medewerker van een kerk of kasteel, als wandelaar in een tuin of park of als gastheer/gastvrouw van een pub of inn. In Dorset gaan charme en nostalgie hand in hand. Een fel geschilderde voordeur, een rotstuintje, een Seasons-achtige voorruit, zelfs een stukje oude muur – je kunt je er onbeperkt om verkneuteren. En wij niet alleen. Schrijvers en kunstenaars lieten zich hier inspireren. Zoals T. E. Lawrence, Jane Austen en Thomas Hardy

Je zou bijna een dobbelsteen in je reisbagage stoppen om je reisprogramma te bepalen. Maar voor een wandeling over het kustpad is dat niet nodig. Hoogstens het weer kan je ervan weerhouden, al is het ook een sensatie om uit je broek te waaien. Engelands mooiste kust is dit: lieflijk als de zon zich durft te vertonen (dankzij de warme golfstroom heeft Dorset een zacht klimaat), lekker link als de storm opsteekt. Zelden zo’n aantrekkelijk wandelpad gezien! Met een rusteloze zee, die zelfs bij superzomerweer in eindeloze deining waakzaam blijft en de voetganger die over de rand van de rotsen voortstapt met argusogen volgt. En met een pad dat je soms eindeloos ver vooruit ziet gaan, verleidelijk haast, met een bochtje zus en een inham zo.

En zo stappen wij ten oosten van Worth Matravers over de Priest’s Way door de weilanden naar zee, zoals boeren, vissers, smokkelaars maar dus ook geestelijken dat hier al eeuwen geleden deden. Bij Dancing Ledge volgen we het pad langs de Purbeck-kust, ogenschijnlijk moeiteloos met hier en daar ook een kuitenbijtertje. Boven op het plateau wordt de horizon nog getekend door de kerktorentjes uit de tijd van de Noormannen en eenzame boerderijen. Maar eenmaal afgedaald zien we alleen de grens van blauwe zee en groene heuvels.

Af en toe wordt het kustpad onderbroken door een overstapje of een trap, omdat er een stukje van de kust is ingestort. Na elk grasveld ligt er weer een volgende wei, uitdagend om languit in te gaan liggen voor de onvermijdelijke picknick of om uit te kijken over de zee. Het Coast Path van Dorset is gemarkeerd, maar vaak bescheidener dan onze lange-afstandspaden. Je moet dus bij de les blijven en af en toe de kaart opslaan. Het loont, want na een passage van bremstruiken en duindoorns doemt plots St. Aldhelm’s Head op, ruim honderd meter boven zee. Het uitzicht is meesterlijk. Dat weet de man van de kustwacht ook, want vanuit zijn station – veilig achter een bord dat ons waarschuwt uit zijn buurt te blijven – tuurt hij bij voortduring de zee af. Die argwaan zal niet meer ingegeven zijn door de ervaringen van zijn voorgangers die in ’40-’45 herhaaldelijk door de Duitsers werden gebombardeerd. Hij speurt nu naar drugs en andere smokkelwaar.

Gastvrijer is St. Aldhelm’s Chapel, een kapelletje waarvan de deur voor iedereen openstaat. Daar maken vooral de zwaluwen gebruik van, die zich er hebben genesteld en sublieme duikvluchten uitvoeren om hun kleintjes van voedsel te voorzien. Twaalfde eeuw, vertelt de beschrijving. Gebouwd voor de lokale bevolking? Dan ligt de kapel wel erg ver van de bewoonde wereld. Was hier vroeger soms een dorpje? Liet bisschop Aldhelm van Sherborne de kapel bouwen om zeelui te waarschuwen, zoals tegenwoordig het baken van de kustwacht vraagt om uit de buurt te blijven? Of klopt het verhaal dat een diepbedroefde familie het kerkje liet bouwen om er geregeld te komen bidden voor het zielenheil van hun verdronken kinderen?

Vanaf de kaap duiken we à la Dante de onderwereld in, over eindeloze trappetjes, maar de afdaling wordt beloond met zo’n eindeloos uitzicht over een baai, Chapman’s Poole, dat de inspanningen gauw vergeten zijn. Onderweg worden met een gedenksteen alle mensen van de Britse marine geëerd die tussen 1945 en 1990 bij militaire operaties zijn gedood. De liefhebber kan nog verder afdalen naar het strand, maar het verlangen naar een pub drijft ons verder naar de verstilling van Worth Matravers. Na het spektakel van de kust hebben we wel wat verdiend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden