Het mooie Lüneburg

Eigenlijk lijkt de oorlog aan Lüneburg voorbij te zijn gegaan. Het is één van die weinige historische plaatsen in Duitsland die gespaard bleven van bombardementen en beschietingen, net zoals het Beierse Rothenburg ob der Tauber of Quedlinburg in Saksen-Anhalt; schilderachtige middeleeuwse bouwkunst, puntgaaf behouden, al moest Quedlinburg in de DDR onder verwaarlozing lijden.

Lüneburg, even ten zuidoosten van Hamburg, is ook zo'n gaaf stadje, romantische baksteengothiek, diep oranje gebakken en spierwit voegwerk. Zo mooi is de Altstadt met zijn kerken, kloosters en brouwerijen dat de plaatselijke Rotary er een bronzen maquette van liet gieten, waarvandaan naast de VVV nu groepen toeristen vertrekken voor hun rondleiding.

Maar de oorlog ging hier natuurlijk niet voorbij. Lüneburg ligt tegen de gelijknamige grote heide aan en ergens hier, in een naamloos graf, liggen de resten van Heinrich Himmler. Juist in Lüneburg beet het hoofd van de SS, de man die het complete systeem van concentratie- en vernietigingskampen bestierde, op de cyanide-capsule in zijn kies, toen hij, door Britten gevangengenomen, zou worden verhoord. En in Lüneburg was het dat op 17 september 1945, nog vóór dat van Neurenberg, het allereerste naziproces begon: het zogenaamde Bergen-Belsen-proces tegen 45 aangeklaagden. Het vond plaats in een omgebouwde gymzaal. Het duurde twee maanden en eindigde in vijftien doodvonnissen, voor onder anderen kampcommandant Josef Kramer.

En nu, zeventig jaar later, vindt in een omgebouwde evenementenzaal aan de rand van de binnenstad, het misschien wel laatste naziproces plaats, tegen een man die in Auschwitz de boekhouding deed, Oskar Gröning, 93. Ik schrijf 'misschien wel laatste' omdat ook het proces tegen Ivan Demjanjuk, vier jaar geleden in München, als 'het laatste naziproces' was geafficheerd, maar juist diens veroordeling leidde tot een verhoogde activiteit van de Duitse justitie in de vervolging van de laatste, bij oorlogsmisdaden betrokken overlevenden.

Het was in München voor het eerst geweest dat een rechtbank de geldende bepaling van 'aanwijsbare persoonlijke schuld' die het na-oorlogse nazivervolgingsbeleid verlamde, durfde te verlaten voor de 'fabriekstheorie', waarin iedereen die bij de massavernietiging betrokken was voor schuldig wordt verklaard, of je nu opzichter was, of kok, of boekhouder. Het aantonen van je aanwezigheid en je functie was voldoende. Bij Demjanjuk, die het hele proces zwijgend doorbracht, was zijn Dienstausweis van cruciaal belang.

Oskar Gröning heeft er nooit een geheim van gemaakt als boekhouder in Auschwitz dienst te hebben gedaan, hij gaf er in de jaren tachtig al interviews over aan Der Spiegel en de BBC. Pogingen hem te vervolgen waren allang gestaakt. Maar dat was allemaal vóór het Demjanjuk-vonnis, dat overigens, door diens overlijden, nooit door een hogere rechtbank, het Bundesgerichtshof, is getoetst.

Misschien gaat Lüneburg, dat gebakken juweel, nog de boeken in als stad van het eerste én het laatste naziproces. Daartussen liggen decennia van Duits justitieel falen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden