Het monoculturele drama

De eigen gemeenschap van etnische minderheden vormt geen belemmering voor hun integratie. Integendeel, zij fungeert juist als stimulans. Hoe hechter de gemeenschap, hoe groter de politieke participatie en het vertrouwen in de maatschappij. Politicologen Meindert Fennema en Jean Tillie openen de aanval op de criticasters van de muliculturele samenleving.

Paul Scheffer en Paul Schnabel, auteurs van geruchtmakende aanklachten tegen de multiculturele samenleving, zullen met de aanpak die zij voorstaan het tegendeel bereiken van wat zij beogen. Ze streven integratie van allochtonen en hun toeëigening van Nederlandse zeden en gewoonten na, ze bewerkstelligen daarentegen een verdere afzondering van de maatschappij en een groter wantrouwen in de Nederlandse cultuur.

Met deze stelling mengen de politicologen Meindert Fennema en Jean Tillie zich in het debat over de multiculturele samenleving. Dat debat is weer opgelaaid nu de publicist Scheffer (Het multiculturele drama in NRC Handelsblad van 29 januari) en de directeur van het Sociaal en cultureel planbureau Schnabel (De multiculturele illusie in de reeks Forum-essays) zich hebben gekeerd tegen het idee dat etnische minderheden met behoud van hun eigen cultuur kunnen integreren.

Opdat allochtonen zo snel mogelijk volwaardig deelnemen aan de Nederlandse samenleving, keren Scheffer en Schnabel zich tegen de vorming van eigen scholen, kerken, omroepen, sportverenigingen en andere organisaties van etnische minderheden. Fennema en Tillie daarentegen werpen zich op als pleitbezorgers van gemeenschapsvorming onder allochtonen, juist omwille van hun integratie.

De twee politicologen, verbonden aan het Instituut voor migratie en etnische studies van de Universiteit van Amsterdam, verwijten hun opponenten geen kennis te hebben genomen van de feitelijke ontwikkelingen onder allochtonen, alvorens de pen voor hun polemische publicaties in de inkt te dopen. ,,Wat me enorm verbaast is dat in hun stukken nauwelijks empirische gegevens voorkomen'', zegt Tillie. ,,Ze werpen nogal bot de stelling op dat alles in orde kan komen als we streven naar een Nederlandse monocultuur. Onderzoek wijst nu juist uit dat de eigen culturen van de minderheden geen belemmering voor hun integratie vormen. Integendeel.''

Het idee van integratie met behoud van eigen cultuur is lange tijd, tot de jaren negentig, het onomstreden motto van het Nederlandse minderhedenbeleid geweest. De voorstanders redeneren dat allochtonen in hun eigen scholen, moskeeën en identiteitsgebonden organisaties zoals omroepen, hun cultuur kunnen cultiveren, om vervolgens zelfbewust aan de Nederlandse samenleving te kunnen deelnemen. Een tweede achterliggende gedachte is dat iemand die zich thuisvoelt in een samenleving die ruimte biedt voor zijn cultuur, des te gemakkelijker zal integreren.

Scheffer en Schnabel zien niets in dat klassieke recept van verzuiling. Volgens hen zijn de omstandigheden waarin de allochtonen verkeren onvergelijkbaar met de situatie waarin gedurende de vorige eeuw, ten tijde van de verzuiling, de vreedzame pacificatie van katholieken, hervormden en socialisten plaatsvond. De laatsten hadden ondanks al hun verschillen een gezamenlijke geschiedenis achter de rug, spraken dezelfde taal en beschikten bovendien over elites die contact met elkaar onderhielden en zonodig geschillen bijlegden. Bij gebrek aan deze specifieke eigenschappen zal verzuiling onder etnische minderheden volgens Scheffer en Schnabel slechts leiden tot een onvruchtbaar isolement en een verscherping van etnische scheidslijnen. In dat isolement blijft een sociale onderklasse van allochtonen achter, waarschuwen zij.

Fennema en Tillie komen tot heel andere bevindingen, op grond van een studie onder de Turkse gemeenschap in Amsterdam. Hoewel het onderzoek zich toespitste op het vertrouwen dat Turken in de hoofdstedelijke politiek hebben en op hun deelneming aan de democratie, zijn de resultaten ook breder toepasbaar. Zij tonen het verband tussen enerzijds de conditie waarin een gemeenschap verkeert en anderzijds het vertrouwen dat zo'n gemeenschap koestert in haar maatschappelijke omgeving.

Wat is precies dat verband? Tillie, ook sprekend namens de verhinderde Fennema: ,,In Amsterdam is de Turkse gemeenschap een hechte gemeenschap, met aan de top een elite die participeert in bestuur en politiek. Via die eltie heeft de gemeenschap contact met de formele instituties van de democratie, zoals de gemeenteraad, deelraden, partijen, inspraakorganen. Op deze wijze ontwikkelen Turken gaandeweg vertrouwen in de democratie. Dat kan een positief effect sorteren op hun integratie.''

,,Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 was de opkomst onder Turken in Amsterdam hoger dan onder autochtone, 'echte' Amsterdammers. Turken verschijnen vaker op inspraakavonden, nemen vaker deel aan buurtactiviteiten en zijn eerder bereid zitting te nemen in een buurtraad dan Marokkanen, Surinamers, Antillianen en andere allochtonen uit minder hechte gemeenschappen. Turken hebben ook een groter vertrouwen in de Amsterdamse gemeenteraad, de politieke partijen en het ambtelijk apparaat. Ze hebben bovendien van alle etnische minderheden de grootste interesse in de Amsterdamse politiek.''

Een opmerkelijke bevinding in het onderzoek is dat zelfs Turkse organisaties op fundamentalistische grondslag aan het functioneren van de Amsterdamse democratie blijken bij te dragen. ,,Ja, het blijkt dat als ondemocratische organisaties in de stedelijke politiek in verbinding staan met clubs die de democratie wel een warm hart toedragen, via die contacten hun vertrouwen in de politiek kan toenemen. Het gevolg kan zijn dat zij zich toch committeren aan de democratische procedures.''

,,Zo zie je hoe de eigen gemeenschap van etnische minderheden geen belemmering voor hun integratie vormt. Integendeel, zij kan juist fungeren als een stimulans. Hoe hechter de gemeenschap, hoe groter de politieke participatie en het politieke vertrouwen. De werking van zo'n proces is heel duidelijk naar voren gekomen ten tijde van de aardbeving in Turkije, het afgelopen najaar. De Turkse elite vond dat de Nederlandse overheid heel goed op die ramp reageerde, een vertrouwen dat dankzij haar goed functionerende netwerken doorsijpelde in de Turkse gemeenschap. Hé, er wordt iets voor ons gedaan! Hé, er wordt werkelijk naar ons geluisterd! Hé, we hebben invloed!''

Fennema en Tillie kenschetsen de hechte relaties in de Turkse gemeenschap als 'sociaal kapitaal'. Tillie: ,,Het sociale kapitaal vormt de basis van zo'n gemeenschap. Vergelijk het met een verhuizing. Iemand met een groot sociaal kapitaal zal een beroep op vrienden en kennissen kunnen doen en geen verhuisbedrijf hoeven in te schakelen. Uit een proefschrift van Maurice Crul blijkt dat naarmate leerlingen thuis meer familie en bekenden om zich heen hebben die hen bijstaan, zij verhoudingsgewijs succesvoller zijn op school. Ook voor beginnende bedrijven is dat soort sociaal kapitaal zeer waardevol, in de vorm van relaties in de gemeenschap die hand- en spandiensten verlenen. Kortom, een goed functionerende gemeenschap is niet alleen voor de politieke maar ook voor de sociaal-economische en sociaal-culturele integratie van belang.''

Essentieel voor het welbevinden en het functioneren van een gemeenschap is dat de organisaties onderling hecht zijn verbonden, via een netwerk van mensen met dubbelfuncties. De Turkse gemeenschap kent zo'n patroon van hechte relaties, in veel grotere mate dan de andere allochtone kringen.

Tillie: ,,Surinamers kennen een elite die is geïntegreerd en vertrouwen heeft in onze samenleving. Maar helaas, dat vertrouwen sijpelt bij gebrek aan een hechte gemeenschap niet door naar lagere regionen. En hoe groot het aantal organisaties van Antilliaanse Amsterdammers relatief ook moge zijn, ze staan volkomen los van elkaar. Van een Antilliaanse gemeenschap is nauwelijks sprake. Het verschil met de Turkse gemeenschap komt in ons onderzoek tot uitdrukking in het politieke vertrouwen, de politieke participatie en de interesse in de Amsterdamse politiek. In dat alles scoren Turken het hoogst, Antillianen het laagst. Er tussenin zitten de Surinamers en Marokkanen.''

,,Het hele sociale kapitaal van de Turkse gemeenschap staat tot zijn beschikking als een Turk hier arriveert. Het échte multiculturele drama is dat de Antilliaan die in Nederland aankomt géén gemeenschap heeft waarop hij kan terugvallen.''

Fennema en Tillie waarschuwen dat via dezelfde kanalen waarlangs het vertrouwen in een gemeenschap kan doorsijpelen, ook wantrouwen kan vloeien. Dat is volgens hem de afgelopen jaren gebleken. De teneur om de aanwezigheid van vreemdelingen in toenemende mate louter aan te merken als een probleem, laat ook in de Turkse gemeenschap in Amsterdam zijn sporen na. Tillie: ,,In de periode na de raadsverkiezingen van 1994 is in die gemeenschap het wantrouwen aanzienlijk gegroeid, als gevolg van de kwestie-Gümüs, het boek van journaliste Stella Braam over de Grijze Wolven en de rapporten van professor Frank Bovenkerk over de Turkse mafia. De Turken in Amsterdam hebben het gevoel dat autochtonen hen allemaal als Grijze Wolven of mafiosi zien. Dat gevoel had zijn weerslag op de opkomst bij de laatste raadsverkiezingen, een voorname indicator van het politieke vertrouwen. De opkomst kelderde van 67 procent in 1994 naar 39 twee jaar geleden.''

Volgens Fennema en Tillie hebben hun opponenten Scheffer en Schnabel de afgelopen tien jaar al voor een belangrijk deel hun zin gekregen, met alle gevolgen vandien voor de integratie van etnische minderheden. Beleidsmakers ruilen het idee van integratie met behoud van eigen cultuur steeds meer in voor assimilatie. Tv-programma's in de eigen taal zijn geschrapt, het onderwijs in eigen taal en cultuur is buiten de reguliere schooluren geplaatst. GroenLinks-kamerlid Rabbae, oud-directeur van het Nederlands centrum voor buitenlanders (NCB), verzucht daarom dat niet het multiculturele, maar het monoculturele drama de cultureel-etnische minderheden heeft geïsoleerd. Het is volgens hem een illusie dat de 'culturele ontwapening' die Scheffer en Schnabel voorstaan, de minderheden beter tot integratie in staat stelt (Trouw, 24 februari).

Fennema en Tillie sluiten zich bij hem aan. Tillie: ,,Het achterliggende idee van het minderhedenbeleid de afgelopen tien jaar was dat culturele verschillen tussen etnische groepen irrelevant zijn. Alle achterstanden worden teruggebracht tot sociale achterstanden waarvoor dus een achterstandenbeleid het geëigende middel is. Typisch de blinde vlek van de PvdA. Christen-democraten zijn dankzij hun ideologische achtergrond veel meer gewend in culturele identiteiten te denken. Sociaal-democraten daarentegen kunnen nog altijd alleen in sociale tegenstellingen denken. Hun tragedie, de tragedie van de sociaal-democraten, is dat een beleid dat alleen is gericht op sociale achterstanden en daarom culturele verschillen irrelevant verklaart, bij de etnische minderheden het tegengestelde zal bewerken van wat het beoogt.''

Tegen deze achtergrond ligt het alternatief dat Fennema en Tillie voor ogen staat voor de hand. Voortbordurend op het oude idee van integratie met behoud van eigen cultuur, spreken zij zich uit voor de stimulering van hechte gemeenschappen van etnische minderheden. De overheid kan die stimulans geven door met subsidie de oprichting van eigen organisaties, scholen, omroepen te bevorderen. Tillie: ,,Geef ze een budget waarover ze zelf kunnen beslissen en erken hun identiteitsgebonden instituties als scholen en omroepen. Ik weet nog dat de NPS bij de oprichting van de Turkse omroep TNRT opmerkte dat de Turken zich het getto inwerkten. Misplaatste arrogantie.''

Hij beaamt dat het CDA in de politiek de meest voor de hand liggende vertolker van dat alternatief is. Als geen andere politieke stroming heeft de christen-democratie oog voor het belang van goed functionerende gemeenschappen met hun eigen, identiteitsgebonden organisaties. Het verbaast hem dat het CDA nog niet tegen de aanval op de multiculturele samenleving in het geweer is gekomen. ,,De bescherming van de multiculturele samenleving zou een gouden kans voor het CDA moeten zijn.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden