Het moet door de oogjes naar binnen

In het auditorium van Museum Voorlinden stonden de rode stoelen messcherp in rijen opgesteld, toen wij van de pers er plaats namen. De binnenwand was met golvend hout gelambrizeerd dat zich voortzette over het plafond, de buitenwanden waren van glas en boden uitzicht op tuin en park en landhuis.

Wim Pijbes heette ons welkom en gaf het woord aan de 'grondlegger en oprichter' van hetmuseum, Joop van Caldenborgh. Hij moest iets met 'die berg kunst' zei hij, die berg die hij in een halve eeuw had verzameld.

Kunst was voor hem belangrijk omdat hij erdoor had leren kijken. En hij hield van de gesprekken met kunstenaars, vanwege hun visie, hun filosofie. Ik moest, toen hij dat zei, denken aan Albert Waalkens, de in 2007 overleden hereboer uit Finsterwolde, die ik goed heb gekend en die daar in het hoge noorden wars van alle randstedelijke trends moderne kunst liet zien in zijn galerie.

Van Caldenborgh is ondernemer, Albert was een boer. De een handelt in chemie, de ander in koeien. Ik vroeg Albert eens wat de kunst met hem deed. Dat kon hij niet verwoorden. Kunst zei hij, 'moet door de oogjes naar binnen' - daar had je dat kijken waar Van Caldenborgh over sprak.

Albert had niet het kapitaal van Van Caldenborgh en was ook geen verzamelaar, al herinner ik me nog een mooie Piet Ouborg en een blikje poep van Mendini, maar hij zag zichzelf als gelegenheidsgever, een 'bak bloempotaarde' waarin de kunst kon gedijen.

Gelegenheid heeft nu ook Van Caldenborgh gegeven, nu zijn museum binnenkort wordt opengesteld en zijn kunst erin schittert als juwelen in een vitrine. Gisteren schreef ik dat alles er edel aan was, de kunst in zijn stille perfectie (op een wonderlijke manier is een kunstwerk altijd af en volmaakt daardoor intrinsiek in een hogere staat van zijn), het daglicht dat via buisjes in het dak duizendvoudig wordt gebroken, gebogen en verzacht en het groen van dat landschap, het park en de tuin, dat rondom dat lichte museumgebouw opheft en voedt. Natuur en kunst voegden zich hier bij elkaar. Suzanne Swarts, die de opstelling van de vaste collectie op zich had genomen, zei hierover dat de expositie 'a-historisch en non-hiërarchisch' was. Net zo vloeiend en tijdloos als de natuur als het ware.

Insel Hombroich, dacht ik, dat wonderschone ensemble van kunstpaviljoens en tuinen in die intieme riviervallei in de buurt van Neuss, waar de herfstbladeren door de zalen waaien, onder monochromen van Rothko en oude boeddhabeelden uit Cambodja.

Als Hombroich er niet al was geweest dat had ik een Hombroich willen scheppen, zei Van Caldenborgh later die ochtend, toen ik hem erop aanspark. En over monochromen gesproken: die hingen er ook, in Voorlinden.

Rudi Fuchs had een tentoonstelling ingericht met werken van de vorig jaar gestorven Ellsworth Kelly, abstracte kleurvlakken in olie en gevoelige potloodtekeningen, waarover Fuchs ook prachtig schrijven kan in de begeleidende catalogus. In het auditorium zei Van Caldenborgh dat dit abstracte werk stoelde op een realistische voorstelling in het hoofd van de kunstenaar en zie, hij posteerde zich voor Atlantic (1956) en wipte zijn bril tevoorschijn om te laten zien hoe Kelly die halve maantjes licht had gezien in zijn bril op tafel.

Voorlinden is een ode aan het kijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden