Het moeizame bouwen aan het land Europa

Zondag was er een open dag in het Europees Parlement in Straatsburg. De Europarlementariërs komen hier een week in de maand bijeen. (AFP) Beeld AFP
Zondag was er een open dag in het Europees Parlement in Straatsburg. De Europarlementariërs komen hier een week in de maand bijeen. (AFP)Beeld AFP

Het Europees Parlement weet zelden de media te halen, of het is met schandaaltjes. Hebben de parlementariërs eigenlijk wel wat te zeggen?

Beroemde parlementen als het Britse Lagerhuis hebben een lange geschiedenis. Van een overleg tussen de koning, zijn edelen en later andere belangrijke lieden, zijn ze in de loop der eeuwen uitgegroeid tot de huidige volksvertegenwoordiging.

Dat kan van het Europees Parlement (EP) niet gezegd worden. Het is ingesteld door politici en uitgegroeid tot een onoverzichtelijk geheel met 784 leden uit 27 landen. Na de verkiezingen van begin juni zijn dat er nog 736, die samen bijna een half miljard inwoners van de EU vertegenwoordigen.

Maar het parlement heeft wel degelijk ’een klassieke functie’, meent Jean-Luc Dehaene, ex-premier van België en Europees lijsttrekker voor de Vlaamse christen-democratische partij CD & V. „Vanaf het begin is er gezegd: oké, we bouwen een nieuw Europa. Dan is er ook zoiets als een parlement nodig. Je moet een evenwicht vinden tussen staten die met elkaar afspraken maken en directe vertegenwoordiging van de bevolking.”

Maar een gewoon parlement is het niet, erkent Dehaene. „De manier van werken is nogal verschillend van andere parlementen die ik ken, vooral het Belgische. Misschien zijn we wel meer te vergelijken met het Amerikaanse Congres. Natuurlijk zijn we wat minder zichtbaar, we hebben hier ook niet één staat.”

Dat komt nog wel, zegt Graham Watson, fractievoorzitter van de liberalen in het EP. „Je kunt ons nu misschien wel vergelijken met de eerste Assemblée Nationale na de Franse Revolutie, of het eerste Amerikaanse Congres. We zijn bezig het land Europa te creëren. Mijn groep gelooft echt in het permanent opbouwen van de EU.” Tot die groep behoort straks ook Hans van Baalen, de VVD-lijsttrekker die in Nederland heel andere geluiden laat horen.

Watson, die graag voorzitter van het EP wil worden, heeft het parlement zien veranderen in de vijftien jaar dat hij er nu zit. „In 1994 bestond 80 procent van de leden uit mensen die van hun pensioen genoten na een carrière in de nationale politiek. Nu zijn er veel meer die hier echt zitten met de bedoeling het parlement te laten werken.

„Het EP is in die tijd ook gegroeid ten opzichte van de andere Europese instellingen. We zijn machtiger dan we ons realiseren. We kunnen echt grote dingen doen en daarom wil ik ook voorzitter worden.”

Die grote dingen zitten vaak wel verstopt in kleine details. Veel Europarlementariërs houden zich bezig met zeer technische dossiers, zoals de behandeling van chemische stoffen (Reach) of de CO2-uitstoot van verschillende autotypes. Belangrijke zaken, die direct te maken hebben met het leven en werken van de burgers, maar vaak moeilijk zijn uit te leggen.

Dehaene begrijpt wel dat zijn collega’s zich in de techniek storten. „Wie zich specialiseert, kan woordvoerder worden namens het hele parlement in onderhandelingen met de commissie en de lidstaten. Zo kun je een belangrijke positie innemen, belangrijker dan in een nationaal parlement mogelijk is. Je kunt bijna als een gelijke onderhandelen met een minister of commissaris.”

De Europarlementariërs profiteren daarbij van de versnipperde macht in Europa. Er zijn 27 landen, 27 commissarissen, geen regering die met een meerderheid in het parlement haar zin door kan drijven. Een Europarlementariër kan daar zijn voordeel mee doen.

Op nationaal niveau werkt dat niet, is Watsons ervaring. „Daar moet de minister de nieuwe wetgeving door het parlement slepen op straffe van gezichtsverlies. Hier kan een hardwerkend parlementslid nog allerlei aanpassingen voor elkaar krijgen.”

Dorette Corbey (PvdA) is zo’n Europarlementariër die zich op de techniek heeft gestort. In de Reach-richtlijn en in het klimaat- en energiepakket heeft ze onderhandeld met de commissie en de raad, die de EU-lidstaten vertegenwoordigt. „Die moeten ons wel serieus nemen, ze kunnen het parlement echt niet zomaar voorbij fietsen.” De regels zijn immers pas geldig als ook het parlement instemt.

Hoe komt een parlementariër op zo’n invloedrijke positie? „Je moet een positie opbouwen, door je te verdiepen in thema’s. Dat is een jarenlang proces en dan kun je rapporteur worden. Zo heb ik mijn stempel kunnen drukken op de brandstofrichtlijn en ook op de emissiehandel en de hernieuwbare energie.”

Gevolg is wel dat Corbey vaak tot over haar oren in de chemie en de milieutechniek zat. „Soms is het zo moeilijk om uit te leggen waar je mee bezig bent, dat ik er niet eens aan begin. Bij Reach werd hetafschuwelijk technisch. Maar toch maakt dat het verschil: welke stoffen vallen precies onder de regels, voor welke bedrijven gelden die en zijn bijvoorbeeld dierproeven wel nodig om de veiligheid te verzekeren?

„Soms is het wel frustrerend. We zijn minder zichtbaar dan Tweede Kamerleden, maar ik weet dat ik een verschil heb kunnen maken. Op milieugebied heb ik een dankbare taak gehad. Het milieubeleid moet wel Europees geregeld zijn, Nederland alleen kan niet zoveel.”

Corbey, die stopt met haar werk in Brussel, heeft wel een raad aan haar opvolgers. „Houd eerst een politieke ronde, waarin iedereen zijn uitgangspunten kan neerleggen: meer aandacht voor het milieu, of voor sociale gevolgen. De huidige werkwijze is niet erg transparant. Zeker nu rapporteurs steeds vaker compromissen met elkaar sluiten in de achterkamertjes.”

Dat het werk in Brussel en Straatsburg zo technisch is, maakt de debatten er niet aantrekkelijker op. „Ook voor de media is dat moeilijk”, beseft Dehaene. „De regels gaan ten koste van het spektakel en daarom haken de media af.” Lachend: „Maar ja, als je die wilt trekken, moet je een bokswedstrijd organiseren tussen de leden of iemand naakt naar het spreekgestoelte laten gaan.”

Watson vindt dat de media best meer aandacht kunnen besteden aan Europa. „Ik heb vaak kritiek op de BBC.” Maar hij erkent dat het probleem ook in het parlement zelf ligt. „We hebben hier geen gevoel voor theater. Ik heb voorgesteld om commissie-voorzitter Barroso iedere woensdag hierheen te halen voor een vragenuurtje, maar daar waren de christen-democraten en de socialisten tegen.”

Een interruptiemicrofoon opstellen, zoals CDA-lijsttrekker Wim van de Camp wil, ziet Dehaene nog niet zo snel gebeuren. „Met meer dan zevenhonderd mensen heb je natuurlijk wel enige discipline nodig. Je moet voorkomen dat het een oeverloos debat wordt. In het Belgische parlement heb ik me soms blauw geërgerd aan een gebrek aan organisatie.”

Ondanks de moeizame werkwijze heeft het Europees Parlement de afgelopen jaren wel degelijk successen behaald, menen Watson en Dehaene. Watson wijst op de richtlijn tegen discriminatie en de uitbreiding van patiëntenrechten. Dehaene denkt aan Reach en de dienstenrichtlijn.

Mislukkingen zijn er ook, geven beiden toe. Watson noemt de vergaderweken in Straatsburg, waar zijn groep graag vanaf wil. Dehaene’s ’grote frustratie’ is dat de Grondwet en daarna het Verdrag van Lissabon er niet zijn gekomen. „Ik ben ervan overtuigd dat de unie dit echt nodig heeft, vanwege de uitbreiding en vanwege de impact van Europa in de nieuwe wereldorde.”

Maar Nederland zit niet op een Europese grondwet te wachten, in welke vorm dan ook. „De Nederlandse politiek heeft wel een beetje de bakens verloren na het referendum”, zegt Dehaene, die de moed niet opgeeft. „Peilingen geven aan dat de meeste mensen meer van Europa verwachten als het gaat om justitie, veiligheid of de grote wereldproblemen.”

Maar als Brussel die zaken oppakt, ontstaat er vaak weerstand. Dehaene zoekt naar een verklaring: „Veel mensen ervaren de globalisering als een bedreiging en trekken zich dus terug in hun egelstelling. Blijkbaar is onze boodschap van Europese eenwording te rationeel, te intellectueel. En stemgedrag is vaak heel emotioneel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden