Het misnoegen gestrand

Het was tijd voor verandering. De voorzitter van de Belgische kamer van volksvertegenwoordigers riep in zaal F van de senaat de politieke partijen bij zich voor overleg. Maar één voor één haakten ze af. Wat aanvankelijk met hoofdletters werd geschreven, Nieuwe Politieke Cultuur, zal niet meer dan een voetnoot blijken in de geschiedenisboekjes.

In 1997 spoedde de internationale pers zich naar Hasselt, naar het bovenzaaltje van de taveerne waar Paul Marchal zijn politieke partij boven het doopvont hing. Marchal was de eerste van de ouders van ontvoerde en vermoorde kinderen die zijn ongenoegen vertaalde in een politieke beweging. PNPb, de Partij voor Nieuwe Politiek. De traditionele partijen in zaal F waren immers verzand in een uitzichtloze discussie. Het werd tijd, vond Marchal, dat er iemand opstond die vrij en ongebonden de bakens zou verzetten.

Verscholen achter een woud van televisiecameras en fotografen somden Marchal en zijn advocaat alles op wat niet deugde aan de Belgische structuren. Maar oplossingen hadden zij ook niet meteen paraat. Hier zaten geen loodgieters, maar klusjesmannen.

De onderwijzer Marchal had alle misnoegden, geschorste ambtenaren en geflipte schooldirecteuren, om zich heen verzameld. Niemand van hen had ervaring in de politiek. Het eerste optreden van de PNBb was chaotisch. Het kon nooit iets worden, dacht iedereen. Het is ook niets geworden.

Marchal is na interne conflicten en slaande ruzies de enige lijsttrekker in zowat alle kiesdistricten in België. Hij is kandidaat voor de kamer, voor de senaat en voor het Europees parlement.

Toen op die zondag in oktober 1996 na de lugubere ontdekking van vier kinderlijken 350 000 misnoegde Belgen op straat kwamen, werd dat uitgelegd als een massale aanklacht tegen de falende rechtstaat. De basis was gelegd voor de witte beweging.

Maar 's avonds reden honderden mensen op de terugweg met hoge snelheid door rode verkeerslichten, riskeerden mensenlevens en gingen over tot de orde van de dag. De witte beweging was niet georganiseerd, het was een spontane protestactie. En voor veel deelnemers volstond die ene keer wel.

Er was meer aan de hand. In februari 1997 maakte Renault bekend dat het zijn fabrieken in Vilvoorde ging sluiten. Ongeveer op hetzelfde moment ging de staalfabriek Forges de Clabecq in het Waalse Tubize over de kop. Arbeiders kwamen massaal op straat en er ontstond zowaar een verbond tussen de vakbeweging en de witte beweging. Gino Russo, de vader van het vermoorde meisje Julie, liep mee aan de zijde van andere Italiaanse Belgen. Het smeedijzer was niet langer het falen van justitie, maar een veel breder ongenoegen over alles wat mis liep.

Premier Dehaene had het moeilijk. Hij hield bewust afstand, liet zich niet meeslepen door de emoties op straat, wat hem nog wel eens kwalijk werd genomen. Anderzijds was Dehaene niet bang voor nieuwe politieke initiatieven, al besefte hij dat versnippering van het politieke landschap de compromiscultuur in zijn land geen goed zou doen. Slechts eenmaal heeft hij gehuiverd. Dat was toen Dutroux ontsnapte. Maar de fundamenten bleken stevig genoeg, de regering bleef grotendeels in tact.

Op de verkiezingslijsten vallen alleen de namen op van Paul Marchals PNPb en de beweging Vivant. Ook de voorzitter van de Vlaamse Volksunie ging op zoek naar vernieuwers. Zijn avontuur heet ID21, ideeën voor de volgende eeuw. Maar voor de komende verkiezingen zocht hij dan toch weer onderdak bij zijn oude partij, de Volksunie.

De conclusie moet zijn dat van de vernieuwing weinig in huis komt. Kleine partijen duiken bij elke verkiezing op en daarna hoor je er niets meer van.

Een van de meest in het oog springende initiatieven is Vivant, een politieke beweging die opgericht werd door de ondernemer Roland Dûchatelet. Hij investeerde vele miljoenen frank in propaganda en belooft de Belgen een gegarandeerd basisinkomen. Vivant wil de belasting op arbeid vervangen door een sociale BTW. Maar dat systeem kan alleen als het tegelijk in alle landen van de Europese Unie wordt ingevoerd. En dan nog.

Is Vivant dan wel een goed voorbeeld van de nieuwe politieke cultuur? Koen Rademaekers, lijsttrekker in het arrondissement Halle-Vilvoorde, vindt van wel. ,,Onze partij is totaal anders gestructureerd. Wij zijn ongebonden, niet links, niet rechts. Wij willen ideeën realiseren'', zegt hij.

Theoretisch acht hij het economische plan voor een basisinkomen uitvoerbaar. Of dat politiek ook kan, is een ander verhaal. ,,Het Belgische politieke landschap is conservatief. Het zal jaren vergen'', vreest hij. Rademaekers heeft zijn hoop gezet op Europa. In Frankrijk en Nederland bestaat volgens hem grote belangstelling voor de ideeën van Vivant.

De beweging heeft 5 500 leden, meer dan de Vlaamse groenen van Agalev. Op de markten waar hij campagne voert, bespeurt Rademaekers veel ongenoegen. ,,Mensen zijn het beu. De verkiezingen laten hen totaal onverschillig.''

Toch hoopt Rademaekers op een zetel in de kamer. Hij heeft zoveel vertrouwen in de partij, dat hij zijn baan als wetenschappelijk medewerker aan de vrije universiteit Brussel alvast heeft opgezegd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden