Column

Het lukt de VVD maar niet om het ‘gat op rechts’ dicht te houden

Columnist Hans Goslinga. Beeld Trouw

Voor het voortbestaan van het kabinet-Rutte III is het van cruciale betekenis hoe de VVD zich na de slechte uitslag van de Statenverkiezingen houdt. In onze politieke geschiedenis is het vaker gebeurd dat deze verkiezingen het begin van het einde van een kabinet inluidden.

Vanaf de jaren zeventig, de tijd van Hans Wiegel, was de strategie van de VVD erop gericht het ‘gat op rechts’ dicht te houden. Dat lukte goed door de christen-democraten in het midden met de stroopkwast en de PvdA op links met de karwats te bewerken. Maar nu zit de VVD zelf als spilpartij in het midden en werkt de Wiegeliaanse strategie niet meer. Het gat op rechts ligt open, zoals de opkomst van Forum en eerder de PVV heeft laten zien.

Van veel verstrekkender betekenis is in mijn ogen dat de liberale hoogtijdagen, die aanbraken na de val van de Muur in 1989, voorbij zijn. De vrijheid is te ver doorgeschoten ten koste van de gelijkheid, zozeer dat de maatschappelijke vrede op het spel staat. De opkomst van populistische partijen is daarvan een niet te missen symptoom, niet alleen in Nederland, ook in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, de lang vertrouwde dragers van de moderne democratie.

Verongelijktheid

Het kenmerk van de populistische partijen is dat zij vrijwel altijd ook de sociale kaart spelen. De nationalistische of raciale identiteitspolitiek trekt weliswaar de meeste aandacht, maar deze gedijt op een sociale onvrede die gepaard gaat met gevoelens van achterstelling en verongelijktheid. Vorige week concludeerde ik in mijn column over de opgestoken middelvinger dat moedig leiderschap van de constructieve krachten hierop het antwoord zou moeten zijn.

Daarmee doelde ik niet op het spierballenvertoon waartoe de politieke leiders Rutte en Buma zich af en toe lieten verleiden, maar op moed in de betekenis van ‘elegantie in de vuurlinie’, een beeld van de Amerikaanse journalist en schrijver Ernest Hemmingway, die het in zijn eigen taal omschreef als ‘grace under pressure’. Waar het om gaat is het vermogen onder druk meester van jezelf en de situatie te blijven, kalm en met eenvoudige gratie voor je daden en principes staan.

Tegenwicht

Een van mijn veronderstellingen is dat de oude volkspartijen, hoewel gestaag terrein verliezend, op een dieper gevoelsniveau nog altijd op krediet kunnen rekenen. Dat vraagt wel om leiderschap dat verbinding legt met de eigen beginselen en geschiedenis en dat aldus met rust en degelijkheid tegenwicht biedt aan de hysterie van populisten. Als je er oog voor wilt hebben, zie je dat terug in de huidige ministersploeg, in figuren als Sigrid Kaag, Wopke Hoekstra, Hugo de Jonge en Carola Schouten, die de ernst en de rust uitdragen die bij het ambt passen, wars van de zucht naar wat een Amerikaanse senator ooit misprijzend afdeed als ‘zeepbelpopulariteit’.

Bij Hoekstra, onze minister van financiën, zie je ook het begin van een program gericht op herstel van het maatschappelijk evenwicht. Het eerste punt dat hij begin dit jaar in een rede op de Bilderberg-conferentie opvoerde, was het verkleinen van de inkomenskloof. In het hol van de leeuw rekende hij de aanwezige managers voor dat een gemiddelde werknemer 171 jaar moet werken om hetzelfde als hun jaarinkomen te verdienen. ‘Nu geloof ik in de vrije markt en word ik er zelden van beschuldigd erg links te zijn, maar ik ben ervan overtuigd dat het voor de samenleving beter is deze kloof te verkleinen’, aldus Hoekstra in een elegant understatement.

Gelijkheid

Politici die zich niet tot links rekenen zullen niet snel de term gelijkheid in de mond nemen. Toch beschouwde de Franse denker Montesquieu, de vader van de moderne democratie, de liefde voor gelijkheid als het aandrijvende beginsel van onze staatsvorm. Gaat de geest van gelijkheid verloren of wordt zij in het extreme doorgevoerd, in de zin dat een elite niet meer wordt geaccepteerd, dan raakt de democratie in verval. 

Montesquieu doelde niet alleen op de gelijkheid van allen voor de wet, maar ook op een zekere gelijkheid in economische positie. Op dit laatste punt is het de afgelopen decennia flink misgegaan. Populisten mogen als een bedreiging van de democratie worden beschouwd, dat geldt net zozeer voor de rijken die buiten het zicht van de belastingdienst hun geld wegzetten op Cyprus of de Maagdeneilanden.

Toch zie ik de VVD nog niet gauw haar naam veranderen in Volkspartij voor Vrijheid en Gelijkheid, terwijl dat in deze tijd misschien het begin van een poging kan zijn dat gat op rechts te dichten. Anders dan in de tijd van Wiegel, toen de PvdA een maximuminkomen voorstond van vijf keer het minimumloon, kan de klacht over ongelijkheid niet meer worden teruggevoerd op ‘socialistisch jaloeziedenken’. Het gaat nu niet alleen om het voortbestaan van Rutte III, maar om het behoud van de democratie zelf.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie.

Lees ook: 

Wil de echte VVD opstaan?

De onvrede binnen de VVD groeit. Terwijl de top in Den Haag het nieuws haalt met ferme uitspraken en proefballonnen, vraagt de achterban zich af: waar staat de partij eigenlijk nog voor?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden