Het loze excuus van Fritzl en van bankiers

Filosofen, theologen, dichters en andere denkers stellen het nieuws in ander, beschouwend licht. Vandaag: waarin onderscheiden de excuses van Fritzl zich van die van een bankier?

Als bankier Floris Deckers spijt betuigt, noemen we dat een reclamestunt, omdat hij niet rechtstreeks verantwoordelijk is voor het morele failliet van het bankwezen. De spijtbetuiging van de Oostenrijkse incestpleger Josef Fritzl doen we schouderophalend af als ongeloofwaardig. Maar als de Amsterdamse burgemeester Cohen geen excuses aanbiedt aan burgers die ten onrechte beschouwd werden als terroristen, reageren we verontwaardigd.

Deze gebeurtenissen roepen de vraag op naar de essentie van spijt betuigen. Wat is het precies, wanneer moet je dat doen, wanneer juist nalaten? Hoe kun je dat goed doen?

Voordat de ethicus Gerrit Manenschijn uitlegt wanneer een excuus deugt en wanneer niet, diept hij een anekdote op. „Ik was nog een jongetje, en had een ander op het schoolplein gepest. Een ouder iemand sprak mij hierop aan. Hij dwong mij spijt te betuigen, en legde mij de woorden al in de mond: „Zeg me maar na: ’Wil je me vergeven?’”

Stijf op elkaar hield ik mijn lippen. De volwassene herhaalde zijn eis vier keer. Ten slotte mompelde ik, nauwelijks verstaanbaar, ’Wiljemevergeven?’ Die ander zei haastig ja, was er ook verlegen mee. Ik meende er natuurlijk niets van. Terecht, zeg ik nog steeds. Die ander was begonnen met pesten en ik pestte terug, oog om oog, tand om tand, het oerprincipe van vergeldende rechtvaardigheid. Hardvochtig? Welnee, dat is beter dan zeven maal zeven maal vergelden of je leven lang wrok blijven koesteren.”

„Daar komt iets bij”, zegt Manenschijn. „Een afgedwongen excuus houdt op een excuus te zijn. Je biedt een excuus aan, je vraagt er niet om. Het aanbieden van een excuus is een kwestie van wellevendheid, niet van moraal en zeker niet van het recht. Het eisen en opleggen van een excuus is vreemd aan het strafrecht.”

„Daarom was het ongepast om van de Amsterdamse burgemeester Job Cohen te eisen excuses te maken aan de vermeende terroristen. Dat heeft hij terecht geweigerd. Er was sprake van een reële dreiging, men ging over tot arrestatie, onderzocht de zaak, stelde de vraag: schuldig of niet schuldig? Bij het eerste volgt een passende straf, bij het tweede vrijlating. Deze mensen waren onschuldig, er volgde geen straf – fout was natuurlijk wel dat van de vermeende terroristen onmiddellijk werd gezegd dat ze Marokkanen waren, want zoiets stigmatiseert. Cohen heeft met zijn actie niets gedaan wat in strijd is met ons rechtssysteem; hij heeft het excuus gelaten in de sfeer waar het hoort: de wellevendheid, en niet overgeheveld naar de sfeer waar het niet hoort: het recht.”

Waarom is dan toch het excuusvragen onze moraal en ons recht binnen gedrongen? Manenschijn: „In de taalfilosofie maken we onderscheid tussen de semantische betekenis en de gebruiksbetekenis van een woord. Vaak is het zo dat de manier waarop een woord gebruikt wordt na verloop van tijd de semantische betekenis overvleugelt en verandert. Zo ook met het excuus. Oorspronkelijk betekende het excuus niets meer dan een gebaar van wellevendheid: je verontschuldigt je als je tegen iemand oploopt. Tegenwoordig heeft het excuus een morele lading gekregen, waardoor het is opgewaardeerd tot een handeling van kleinburgerlijke braafheid: jouw optreden heeft een ander schade berokkend, en als jij een net iemand bent, bied je je excuses aan, en alles is weer in orde. Geen sprake van! Als een bankier zou denken er met een excuus af te kunnen komen als door zijn optreden spaarders zwaar zijn gedupeerd, slaat hij de spijker mis. De enige manier om dat goed te maken is materiële genoegdoening. Wie het excuus van bankier Floris Deckers als navolgenswaardig voorbeeld ziet, heeft er niets van begrepen.”

Opmerkelijk genoeg heeft Manenschijn geen moeite met de spijtbetuiging van de Oostenrijkse incestpleger Josef Fritzl, ook al zou die man het niet menen. „Dat kan ik niet beoordelen, maar dat doet er niet toe. Spijt betuigen is wat anders dan excuus aanbieden. Wie in een rechtsproces spijt betuigt over zijn vergrijpen, behoort zonder morren de sanctie te accepteren die erop staat. Ik besef ten volle dat dit haaks staat op de heersende opvatting dat spijtbetuiging strafvermindering kan opleveren. Als dit een standaardprocedure wordt, lokt die niet gemeende schuldbetuigingen uit. Daar zit niemand op te wachten.”

Hoe zit het dan met die Fritzl en zijn gruweldaden? „Levenslang en tbs is een uiterst humane vergelding, vergeleken bij wat hij heeft aangericht. Hij wordt niet behandeld volgens zijn eigen maatstaven, maar volgens die van de rechtsstaat. Die overstijgen niet alleen ’oog om oog, tand om tand’, maar ook die verongelijkte fatsoensrakkerij om op hoge toon excuus te vragen. Recht moet recht blijven, geen moralisme worden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden