Het lot van de vluchtelingen in krachtige beelden met verzwakkende vondsten

Merijn de Jong heeft een energieke uitstraling. (FOTO REYER BOXEM) Beeld
Merijn de Jong heeft een energieke uitstraling. (FOTO REYER BOXEM)

Noord Nederlands Toneel met ’La Divina Commedia’ naar Dante; bewerking Ko van den Bosch; regie Ola Mafalaani; Stadsschouwburg Groningen t/m 3-10, tournee t/m 12-12; info: www.nnt.nl

Middenin de zaal staat een man op en beschijnt ons met een zaklamp: we komen hier niet om te genieten, we gaan samen door de hel. Zegt de man: Dante is de naam.

In 1302 werd Dante door politieke tegenstanders, de kerkelijke macht, Florence uitgesmeten om de rest van zijn leven als eenzame balling rond te dolen. Die ervaring vertaalde hij in het meesterwerk ’De Goddelijke Komedie’, een tocht door de Hel en via de Louteringsberg naar het Paradijs, waar hij zijn maagdelijke geliefde Beatrice in de armen zal sluiten.

De bewerking door Noord Nederlands Toneel, met als ondertitel ’Roadmovie to Paradise’, trekt een parallel naar de hedendaagse vluchteling. Dat ligt vrij voor de hand, maar het gaat natuurlijk om de manier waarop. Los van de intro heeft de voorstelling een aangenaam soort soberheid. Geen hels spektakel met folteringen. Bewerker Ko van den Bosch en regisseuse Ola Mafalaani hebben de oorspronkelijke en actuele verhaallijnen met elkaar verweven in krachtige beelden.

Sommige expressieve terzinen (drieregelige verzen) worden geprojecteerd en halen Dantes poëtisch vernuft naar voren. Anderzijds komt de vluchteling in een bureaucratische hel terecht, belaagd door een spervuur aan vragen, omsloten door dossierkasten, waarvan de afzonderlijke mappen slechts stof produceren. Het beroemde ’Gij die hier binnentreedt, laat alle hoop varen’ wordt gevisualiseerd met dik zwart bloed dat langs een zo even nog veelbelovende lichtplaat druipt.

Interessant is hoe de niet-komische betekenis van de Komedie – in Dantes tijd beduidde het enkel: het verhaal loopt goed af – hier harder wordt ingevuld. De vluchteling heeft het doel bereikt, maar hij zal het anoniem op straat moeten redden. Jammer alleen dat Ko van den Bosch de tot dan universele verteltrant verlaat en alle frustraties over een Nederland met zelfgenoegzame kroegpraat van politici en aanverwante bazen vertolkt in een cabareteske conference. Een stijlbreuk die wel op vrolijk gelach mag rekenen, maar het voorgaande verzwakt.

En dan die keuze voor een trapezewerkster als Beatrice. Mafalaani heeft zo’n engel eerder gebruikt – in ’Hemel boven Berlijn’ – en daar raak je toch snel op uitgekeken. Op een paar fraaie vondsten na eerder een theatraal kunstje dan een dramatische versterking. Metaforisch honderd keer sterker is het decor van André Joosten waarin, net als gedoemde hoop en levens, alles kapot gaat. Van het papieren voordoek tot de ruiten in een plafond en losschietende lichtbakken.

De diepere dimensie van dit al hangt erg af van de hoofdpersoon. Merijn de Jong heeft een energieke uitstraling, maar (nog) niet een podiumpersoonlijkheid die je het verhaal inzuigt. Naar hem en het geheel is het prettig. Onderhoudend, maar niet onontkoombaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden