Het lot van de toren hing aan een zijden draadje

De VVV-Zaltbomel (Markt 15) heeft een mooi uitgevoerde historische stadwandeling uitgegeven (¿2,50). De Sint Maartenskerk is buiten het zomerseizoen open voor bezichtiging op zaterdag en zondag van 13 tot 16 uur. De toren vráágt er natuurlijk om beklommen te worden (¿2,-), alleen is dat eigenlijk maar tot 1 oktober mogelijk. Misschien is er, als het weer het toelaat, een mouw aan te passen (tel. 04180-13395). Het NS-station ligt excentrisch. De Koningin Wilhelminaweg/Bosschestraat is de meest voor de hand liggende weg van en naar het centrum. Het alternatief dat hier voor de heenweg gekozen is (vanaf het station even de Gelderse Poortroute volgen, het fietspad langs de snelweg (10 min.), onder het viaduct door en dan buitenom, langs de Watertoren en de Stadsdijk (15 min.) is minder geschikt bij slecht weer, maar komt vlak langs het bouwterrein van de nieuwe brug - spannend!

Ook Zaltbommel kwam aan de beurt. Het Sprengcommando uit Gorkum had de springladingen al aangebracht. Een aantal burgers, onder wie de (foute) burgemeester en de commissaris van de provincie, hebben zich toen persoonlijk garant gesteld dat de toren van militair gebruik gevrijwaard zou blijven: “Bij de belegering van Zaltbommel door de Spanjaarden in het jaar 1574”, schreven ze aan de Duitse bevelhebbers, “heeft de Spaanse commandant, voor wie de uitkijkpost op de Bommelse toren van veel grotere betekenis was dan thans voor de Duitse oorlogsvoering omdat de Spanjaarden niet over vliegtuigen beschikten, de toren gespaard. (...) Hopelijk zal men van Duitse zijde niet minder ridderlijk optreden.” Nog op 25 april 1945, zo blijkt uit de bewaarde correspondentie*, was het onzeker of de toren behouden zou kunnen blijven..

Wie buitenom, vanaf de Stadsdijk binnenkomt ziet het stompe silhouet van de toren geleidelijk aan boven de hoge bomen van de stadswallen oprijzen. Een paar treden naar beneden, de wal af, en even later vouwt het vestingstadje zich open: linksom leidt de smalle Kerkstaat, een van Bommels oudste straten, naar het noordportaal van de Sint Maartenskerk. Recht vooruit ligt de Gasthuisstraat met zijn deftige gevels en stoepen, en de Markt aan het eind daarvan.

Het steekt niet zo nauw hoe u wandelt, al is de Markt het meest natuurlijke uitgangspunt. Daar staat het Stadhuis, en de Waag, en trouwens ook een piepjong, veertien dagen geleden onthuld kunstwerk met de titel 'Bewogen historie'. Daar liggen ook de panden van de familie Philips: Vader Philips was hier tabakshandelaar - om de hoek in de Oliestraat lag zijn tabakskerverij - en later bankier. Karl Marx was een neef van de familie, en kreeg van zijn oom een financieel ruggesteuntje. De beide zoons van vader Philips, Gerard en Anton, zijn hier geboren (bijna hadden we gesproken van de gloeilampenfabriek aan de Waal).

Onder de Waterpoort door, naar de Waalkade, met bankjes om uit te kijken over de rivier en de nieuwe brug in aanbouw, en misschien even naar de sociëteit De Verdraagzaamheid.

Terug de stad in, naar de Gasthuistoren. Net als de Sint Maarten stond ook deze toren op de nominatie opgeblazen te worden, een lot dat 'verzacht' werd tot afbraak. Daar probeerde men - met opzet naar we mogen aannemen - zo lang mogelijk over te doen. Intussen is het carillon in alle stilte door een Bommelaar, klok voor klok, mee naar huis genomen (hoe, dat vertelt het verhaal* niet) en in de tuin onder een perk viooltjes begraven.

Dit is hetzelfde carillon geweest dat Listz een eeuw eerder hoorde, toen hij op een najaaarsdag in 1842 op doorreis was over de Waal naar Rotterdam. Impulsief als hij was liet hij aanleggen, zocht de beiaardier op, die de componist op een boterham bij hem thuis uitnodigde. Daar hoorde Liszt de pianospelende dochter des huizes, nam haar mee naar Parijs, waar zij trouwde met de schilder Manet. Zo gaan die dingen, als de geschiedenis haar loop neemt.

Na de Vischmarkt volgt het pièce de résistance: de Sint Maartenskerk, die intussen steeds hoger lijkt uit te torenen boven de laatmiddeleeuwse huizen aan zijn voet - eigenlijk zijn kerk en toren het mooist als het al wat donker begint te worden of als het net geregend heeft.

Overigens, of die ridderlijke Spanjaarden de toren nu echt gespaard zouden hebben, is onmogelijk te verifiëren, misschien was hun geschut gewoon niet zwaar genoeg. Dat van die drijvende spits is hoogstwaarschijnlijk onzin: de (tweede) spits is in de brand van 1696 gebleven en het is er tot op de dag van vandaag niet van gekomen er weer een nieuwe op te zetten. Voor een meerderheid der Bommelaren mag dat zo blijven: “de toren zou anders onze toren niet meer zijn”.

Nog een omweg langs de Lange Strikstraat met zijn oude tuinmuren en schuren en langs het huis - nu museum - van de Gelderse legeraanvoerder Maarten van Rossum, en dan volgt een nieuw hoofdstuk: de mooi beboomde stadswallen. In deze wandeling zijn er een paar stukken van opgenomen: langs de heemtuinen, de oude joodse begraafplaats, en de als een juweeltje verstopte muziektent. Nog een eindje door de voorname Gamerschestraat (misschien waren dit de keien waarover Faust zijn rijtuig liet voortjakkeren), en de hoek om, nog even terug naar het puntje van de Waalkade: wat een rijkdom binnen zo'n klein bestek.

* Met dank aan plaatselijke chroniqueur Hans Keser.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden