Jubileum

Het ‘lijpe’ Statuut houdt het Koninkrijk al 65 jaar bijeen; reden voor een feestje?

Koningin Beatrix en prins Claus bezoeken de Nederlandse Antillen in oktober 1980.Beeld ANP

Het Statuut dat de staatkundige relatie tussen Nederland en de Caribische landen regelt, bestaat 65 jaar. Is dat reden voor een feestje of kan de regeling met vervroegd pensioen?

De vraag is zo gesteld, maar Paul Bovend’Eert moet even op het antwoord kauwen. Komende week is het Statuut jarig, dat al 65 jaar het Nederlandse koninkrijk bij elkaar probeert te houden. Allerlei hoogwaardigheidsbekleders en wetenschappers zijn daarom uitgenodigd om zich maandag in tenue de ville naar de balzaal van het Haagse Paleis Kneuterdijk te begeven voor een feestelijke samenkomst. Maar is dit jubileum wel een feestje waard?

“Tsja, 65 jaar was tot voor kort de pensioengerechtigde leeftijd”, zegt Bovend’Eert, hoogleraar staatsrecht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. “Het is een prestatie om die leeftijd te bereiken. Het is ook een klein wonder dat het Statuut zo lang is blijven bestaan, omdat het een provisorische regeling is die de basis vormt voor de verhoudingen in ons koninkrijk.”

Dat is nog geen antwoord of die regeling ook het vieren waard is. “Laat ik het zo zeggen: als het Statuut er níet was, heerste er chaos. Nu hebben we tenminste iets, een constructie. Al is het een leipe constructie.”

Voordat Bovend’Eert verdergaat over het jarige Statuut, is het goed even terug te gaan naar de geboorte ervan. Na de Tweede Wereldoorlog was het duidelijk dat Nederland zijn koloniën niet kon behouden. De ooit afgedwongen status quo was weg. De gebieden moesten een vorm van autonomie krijgen.

Toen Indonesië in 1954 na de bloedige vrijheidsoorlog onafhankelijk werd, dacht Nederland de autonomie van Suriname en de zes Caribische eilanden binnen de Nederlandse Antillen te kunnen regelen met een statutaire regeling. Daardoor kregen de landen grote mate van autonomie (maar werden niet onafhankelijk) binnen een samenwerkingsverband met Nederland, op basis van gelijkwaardigheid. Althans: op papier.

Een soort inlegvel

“Toenmalig staatssecretaris Wim van der Grinten (KVP) die de grote man achter het Statuut was, kun je beschrijven als een heel praktisch politicus”, zegt Bovend’Eert. “Hij heeft de regeling als het ware in elkaar gedraaid en dacht: ik ga alleen maar in dat Statuut regelen wat geregeld moet worden.” Van een officiële federale staatsconstructie, zoals die in de VS of Duitsland bestond, wilde hij niets weten. Dat had tot gevolg dat een belangrijk deel van het Statuut is verankerd in de bestaande Nederlandse Grondwet. “Het is een soort inlegvel.”

Koningin Juliana ondertekent de bevestiging van het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden in de Ridderzaal (1954).Beeld ANP

Aanvankelijk leek die constructie te werken, totdat Suriname in 1975 definitief als onafhankelijk land verderging. Vervolgens maakte Aruba zich in 1986 los van de Antillen en ging als autonoom land verder. Het eiland bleef in een status aparte wel binnen de muren van het koninkrijk. In 2010 ontstonden er wéér nieuwe verhoudingen. De Nederlandse Antillen als land hield op te bestaan. Sint-Maarten en Curaçao werden net als Aruba autonome landen binnen het Statuut, terwijl Saba, Sint-Eustatius en Bonaire ‘bijzondere Nederlandse gemeenten’ werden.

In principe zijn alle vier de landen binnen het Koninkrijk zelfstandig. Alleen op het gebied van defensie, het Nederlanderschap en buitenlandse betrekkingen blijft het Koninkrijk als geheel verantwoordelijk. Dat samenwerkingsverband heeft een aparte rijksministerraad, waarin de Nederlandse ministers zijn vertegenwoordig en één gevolmachtigd minister per Caribisch land.

Maar er zijn meerdere uitzonderingen. Zodra er ergens binnen het Koninkrijk sprake is van ‘ondeugdelijk bestuur’ mag Koninkrijksregering na besluitvorming in de Rijksministerraad op basis van het Statuut ingrijpen. In de praktijk betekent dit dat Nederland een van de Caribische landen tot de orde roept. Daarnaast kunnen de autonome eilanden op basis van consensuswetgeving of bestuursakkoorden eigen bindende afspraken maken binnen Koninkrijksverband.

Bijna alle Caribische eilanden verkeren met grote regelmaat in crisis

Of al die nieuwe constructies hebben opgeleverd wat ervan verwacht werd, is de vraag. Bijna alle Caribische eilanden verkeren met grote regelmaat in een bestuurs- en financiële crisis waarbij ondeskundigheid en corruptie een hoofdrol spelen, terwijl Curaçao ook nog eens lijdt onder een vluchtelingentoestroom (vanwege de Maduro-dictatuur in Venezuela) en Sint-Maarten een acute veiligheidscrisis heeft. De gevangenis daar is door orkaan Irma zo beschadigd dat het complex niet alleen inhumaan, maar ook uitbraakgevoelig is geworden. Veel veroordeelden gaan hier bovendien niet eens achter tralies, omdat er eenvoudigweg geen ruimte is.

Straatbeeld op Curaçao. Bijna alle Caribische eilanden verkeren met grote regelmaat in een bestuurs- en financiële crisis.Beeld Sinaya Wolfert

Staatssecretaris Raymond Knops van Koninkrijksrelaties, tijdelijk even minister, was er tijdens de laatste begrotingsbehandeling behoorlijk somber over. De samenwerking binnen het Koninkrijk loopt buitengewoon ’stroef’, zei hij. Onbegrip over en weer overheerst.

En daar komt de vraag weer: is die donkere situatie op de eilanden iets om je tenue de ville voor aan te trekken? “Misschien is het goed om eens naar Suriname te kijken”, zegt Bovend’Eert. “Dat land heeft in 1975 onze rechtsorde verlaten, maar of dát een succes is? Ik vind van niet. Het is heel treurig, als je ziet hoe dat land er nu bijstaat. Er is een enorme corruptie, veel mensen zijn vertrokken. Je kunt niet zeggen dat Suriname door het vertrek uit het Statuut een succesvolle toekomst heeft gekregen.”

Er waait volgens Bovend’Eert de laatste jaren eerder een andere wind op de Caribische eilanden, zelfs op Aruba dat eerst streefde de naar totale onafhankelijkheid. “De autonome landen zien in dat het doorsnijden van de band met Nederland vooral nadelen heeft. Ze vragen niet langer om totale onafhankelijkheid. Dat streven zie ik niet meer. Het zijn relatief zwakke democratieën die financieel toezicht en een onafhankelijke rechter ‘van buiten’ nodig hebben. Daar varen ze wel bij. Het is niet voor niets dat veel bedrijven wel zaken willen doen in Curaçao, maar niet in Suriname. Op Curaçao bestaat zoiets als rechtszekerheid.”

Daar is nog iets bijgekomen, zegt Bovend’Eert: de geopolitieke verhoudingen. “Venezuela heeft oude aanspraken op de Benedenwindse eilanden, en ook in andere landen in Midden- en Zuid-Amerika is het politiek onrustig en tiert de internationale misdaad. Die kleine eilanden voor de kust zijn veel te kwetsbaar zonder de steun van de Nederlandse marine en marechaussee.”

Omringd door in en in corrupte landen

Dat kan wel zo zijn, zeggen de fracties van de VVD en de Socialistische Partij, maar de bestuurlijke en financiële wanorde op de autonome eilanden binnen het Koninkrijk duren nu al zo lang, dat het misschien beter is te kiezen voor een gemenebestconstructie. Dat betekent: totale onafhankelijkheid waarbij de koning slechts af en toe een ceremonieel bezoek brengt. Dat geeft Nederland een stuk minder zorgen. VVD-Kamerlid André Bosman zei onlangs dat het ‘een beetje een koloniale gedachte’ is om elkaar te blijven helpen. “Die ben ik voorbij”, zei hij.

“Als de eilanden gelegen waren tussen rechtsstaten en democratieën, was dat misschien een optie geweest”, reageert Bovend’Eert. “Maar ze worden omringd door in en in corrupte landen. Dreigen om het statuut in de prullenbak te gooien, is onverantwoord. Tenzij je niets geeft om je landgenoten”, aldus de hoogleraar. “Want het zijn wel onze landgenoten, het gaat over een paar honderdduizend Nederlanders die wonen in een gebied dat door criminelen wordt gezien als de perfecte springplank naar Europa. Door een terugtrekking stel je die bloot aan enorme risico’s. Juist door de samenwerking met Nederland en de Verenigde Staten zijn de gevaren te redresseren.”

In zijn laatste zin valt het woord ‘samenwerking’ weer, samen met ‘gelijkwaardigheid’ een kernbegrip in het Statuut. Dat begrip mag wat Bovend’Eert betreft na 65 jaar wel eens opgepoetst worden. “Bij het maken van nadere afspraken, zoals bij de overeenkomst in 2010, maar ook bij het regelen van financieel toezicht, wordt de discussie bepaald door de grootmacht met geld en niet door de kleine autonome Caribische landen met schulden. Soms wordt de indruk gewekt dat die afspraken onder druk van Nederland worden gemaakt.”

Paul Bovend’Eert, hoogleraar over het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden. ‘Dreigen om het statuut in de prullenbak te gooien, is onverantwoord. Tenzij je niets geeft om je landgenoten.’Beeld Koen Verheijden

Toch werkt dat financieel toezicht naar behoren, omdat het leidt tot een gezonde staatshuishouding en het met enige prudentie wordt toegepast, zegt de hoogleraar. Maar het is ook een mechanisme dat tot grote beroering kan leiden. Er is volgens Bovend’Eert in juridische zin altijd een spanning tussen toezicht en autonomie.

Het gevoel dat ze níet het onderspit delven

Datzelfde komt terug in de rijksgeschillenregeling waarover al sinds 2010 wordt gesproken en die nu in een wetsvoorstel is vastgelegd. Het parlement moet dit nog goedkeuren. Bij juridische geschillen tussen de autonome landen en het Koninkrijk zou de Raad van State een onafhankelijk en bindend oordeel moeten vellen, is het uitgangspunt.

Maar in het huidige wetsvoorstel is opgenomen dat de Rijksministerraad, die wordt gedomineerd door Nederland, het oordeel van de Raad terzijde kan schuiven. “Dat is heel vreemd en een fundamenteel bezwaar. Dat hebben juristen proberen weg te poetsen, maar het is een gebrek gebleven. Daarmee blijft dit een defectueuze regeling”, zegt Bovend’Eert. “Juist zo’n conflictenregeling is een ideaal middel om problemen in de samenleving op te lossen. In dit concrete geval: om deze autonome landen het gevoel te geven dat ze níet altijd het onderspit delven.”

Met de geschillenregeling in de huidige vorm bestaat juist het risico dat geschillen niet worden opgelost, maar verdiepen. Nederland heeft het bij ons voor het zeggen, is dan de gedachte in de Cariben. “Het heeft niets te maken met de beloofde autonomie en gelijkwaardigheid uit het Statuut”, zegt Bovend’Eert. Wel alles met de Nederlandse traditie om gouvernementeel te denken en weinig rechtsstatelijk. Misschien gaat hij dat vanmiddag in Paleis Kneuterdijk eens verkondigen.

Lees ook: 

Acht jaar na de ontmanteling van de Antillen: Het Statuut is dood, leve het convenant!

Op de voormalige Nederlandse Antillen heerst niet alleen een vluchtelingencrisis, maar ook een bestuurlijke, een financiële en een veiligheidscrisis. Was de ontmanteling in 2010 wel zo’n goed idee?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden