Het lijf wil ruimte

Waar een mens al niet bang voor kan zijn: voor boeken (bibliofobie), voor blijdschap (cherofobie) of voor preken (homilofobie). Zulke fobieën laten ons doorgaans met rust, maar veel angsten van dichter bij huis gaan zelfs mee op vakantie. Een serie over zomerangsten die u dit jaar weer om het hart zullen slaan. Aflevering 7: de lift.

Wees genadig in uw oordeel: op een zomeravond zweefde ik op het ongemaaide veld van de plaatselijke voetbalclub naar een weggedoken haas en, geloof het of niet, ik had hem.

Dat konden ze thuis, een kilometer verderop, ook horen, zo harde gilde ie. Ik had uiteraard niets kwaads in de zin en stopte hem 'gewoon' in een leeg hok naast onze konijnen. Droevig en verbaasd moest ik de volgende morgen mijn moeder vertellen: ,,Haas is dood'.

Engtevrees, concludeerden we op eigen gezag. Als je een mens niet eens aan het verstand kunt brengen dat hij heus voldoende lucht krijgt in de lift, de stoel van de kapper of in een klemmend badhokje, hoe leg je het een haas dan uit? De psycholoog Curt Richter deed akelige proeven in de jaren vijftig, waarbij wilde ratten in zijn hand spontaan de geest gaven, zonder dat hij ze kneep. Van angst. Je zou een bonkend rikketikje in hun lijf verwachten, maar Richter mat juist een sterk vertragend hart: ,,Het was alsof ze binnen een minuut alle hoop op vrijheid lieten varen.'

Ooit de capsule gezien waarin Joeri Gagarin in 1961 de eerste vakantiereis, van een uur en 49 minuten, in de ruimte maakte? Een kosmonautenpak in een dwangbuis was het, daarbij vergeleken zitten we bij de kapper in een rookfauteuil. Het moet erger zijn geweest dan het nauwste schuttersputje of de akelige pesterijen die de psycholoog Rachman, voor zijn onderzoek naar claustrofobie, studenten aandeed. Een kwartier op z'n kop in een dichtgeritste, te nauwe slaapzak bleek voor velen geen pretje, langdurig ademen door een rietje evenmin.

Met zo weinig bewegingsvrijheid moet Gagarin 'Moeder ik stik' hebben gedacht. Misschien lieten de ratten van Richter niet de hoop op vrijheid, maar eerder de hoop op beweging varen. Vastzitten schijnt enorm beangstigend te zijn, recente studies naar het percentage uitvallers bij het maken van MRI-scans ('Wilt u alsjeblieft stil blijven liggen') bewijzen het. Het lijf wil ruimte om zich heen, wil kunnen bewegen en denkt anders al gauw dat het stikt. Overdreven gauw. Al kierde het badhokje aan alle kanten, talloze studenten raakten in paniek als Rachman het per ongeluk expres in het slot gooide. Ze verkeerden zonder meer in levensgevaar. Anderen meenden een nylon kous over het hoofd niet lang te overleven, wat even onzinnig is.

Sommigen raakten zelfs in ademnood als hun handen enige tijd op de rug werden gebonden. In vergelijking daarmee kun je de angst voor verstikking in de lift nog wel billijken, zeker in een vreemde. Maar ook bij 'liftlijders' geeft het verstand de regie uit handen: ,,Je hebt zuurstof voor een hele week', riep Rachman benauwde proefpersonen in liften en gesloten badhokjes toe. Het baatte niet.

Vreemd genoeg bleven ze normaal ademhalen. Vraag hoe dat kan en ze stamelen iets van ,,Ik voelde me toch gevangen'. Meer krijgen ze niet verzonnen, constateert Rachman in Phobias (ed. Graham Davey). Non-cognitief heet zoiets, angst zonder verstand. Hoe moet je anders de patiënte uit het Handboek psychopathologie (Vandereyken e.a.) begrijpen, die bij elke visite manlief liet posten bij de wc, bang dat numero honderd voor eeuwig in het slot zou vallen.

Dat lijkt toch angst voorbij elke ratio. Dat zou volgens psychologen ook de reden zijn waarom de angst in het niets verdwijnt, zomaar oplost, zodra de deur van lift of badhok opengaat. Voor fobici is het alsof de luiken van de longen zich openen - 'Lucht!' -, terwijl ze al die tijd normaal hadden doorgeademd.

Concludeer nu niet dat het verstand er bij engtevrees helemaal niet aan te pas komt. Voor een deel juist wel. Dat bleek uit onderzoek onder mijnwerkers, die twee weken lang hadden vastgezeten: van de tien die werden gevolgd hadden negen het jarenlang benauwd in kleine ruimten of in het donker, konden er niet tegen alleen te zijn of tegen het 'geruisloze' gesijpel van water. Hun geest liep de ramp te herkauwen, zeiden ze, in nachtmerries en angstige dagdromen.

Slechts één bleef daarvan gevrijwaard, de man wiens hoofd het te druk had voor angst. Voortdurend was hij voor zichzelf en de rest bezig om de moed erin te houden. Zijn plichtsbesef was zijn redding, hij nam van boven niet de tijd om de hopeloosheid steeds weer te overdenken. Dat is een bekend gegeven uit de loopgraven: leidinggevende mannen die almaar liepen te bevelen in de verstikkende, benauwde omgeving bleken minder snel gek te worden.

Engtevrees is dus niet louter een onberedeneerde angst. Dat bleek toen duizenden Britten wekenlang de Londense ondergrondse meden nadat 31 mensen er in een verzengende hitte waren omgekomen. Dit was brand in te kleine ruimte, die allerlei afschuwelijke voorstellingen opriep. Hier werd volgens Rachman aan dé voorwaarde voor claustrofobie voldaan: een combinatie van enge ruimte, gevaar en gebrek aan frisse lucht.

Wie begrijpt zulke angst niet? En eigenlijk snappen we de wilde ratten ook wel, die zich door te gillen en vechten, door spontaan te poepen en plassen niet uit Richters handen konden bevrijden en toen geen andere uitweg meer zagen dan lijfelijk te verstillen. Zo bevrijdde ook mijn haas zich op dramatische maar begrijpelijke wijze uit het gevang.

Vanuit het beest bekeken kun je die oplossing cognitief rechtvaardigen. Maar vervolgens begrijp je van mensen-claustrofobie weer niets als je het relaas leest van de psycholoog Joseph Wolpe over de psychische verstikking van een patiënte. Jarenlang was ze haar angst in enge ruimten de baas. Tot zij trouwde en zich door de wurggreep van het huwelijk naar eigen zeggen 'als een rat in de val' voelde: geen lift of badcel durfde zij vanaf dat moment meer in.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden