'Het liefst zet ik naast elk kunstwerk iemand die alle vragen beantwoordt'

Waar zien we in het Rijksmuseum de hand van directeur Wim Pijbes terug? In de presentatie, maar ook in de teksten bij de kunstwerken. Die mogen van hem niet te hoogdravend, maar ook niet te simpel zijn. Het niveau? 'Jeugdjournaal-plus.'

En nu is het klaar! Af!" Wim Pijbes kan zich nog het moment herinneren dat hij resoluut alle discussies over het nieuwe Rijksmuseum afkapte. Dat was kort na zijn aantreden als directeur, in de zomer van 2008. Geen onderzoeken meer, niet nog weer een adviseur erbij halen, geen second opinion meer. "Afgelopen. We beginnen nu met de bouw."

Pijbes: "Ik heb toen drie dingen gezegd: Open, open, open. En daarmee bedoelde ik a. het gebouw, waarvan de opening niet nog langer vertraagd mocht worden; b. de collectie, die overal in de wereld zichtbaar moest blijven, met bruiklenen en exposities maar ook digitaal. En c. de organisatie, die veel meer in contact moest staan met de samenleving. Ga het land in met lezingen, zei ik tegen de conservatoren. Zelf heb ik ook enorm veel geïnvesteerd in contacten."

De boel zat toen behoorlijk op slot. Het was hoog tijd dat er beweging in kwam, zegt Pijbes. "Men was er echt aan toe dat iemand het verlossende woord sprak." Met enige stemverheffing: "Sinds 1 juli 2008 zijn er geen kostenoverschrijdingen en vertragingen meer geweest."

Het loopt tegen half drie en Wim Pijbes is er nog niet toe gekomen zijn brood van de lunch op te eten. De opening van het Rijksmuseum staat voor de deur. En dat betekent veel hectiek, al is het museum zo goed als klaar. Een medewerker die binnenloopt met een velletje papier - "Wim, dit moet je nu echt even lezen" - stuurt hij resoluut weg.

Volgens insiders kunt u behoorlijk autoritair zijn.
Met gespeeld verbaasde blik: "Autoritair? Ben ik dat? Ik kan niet tegen oeverloze discussies, dat klopt. Als de cementmolens moeten draaien, vraag ik niet eerst aan iedereen of dat goed is."

Toen hij in 2008 directeur werd, wist Pijbes wat hem te wachten stond. Als lid van de raad van toezicht van het Rijksmuseum had hij al twee jaar gezien hoe de vertragingen zich - onder meer als gevolg van een mislukte aanbesteding en slepende inspraakprocedures - aaneen regen. Maar ook binnen het museum werden de voorbereidingen voor de verbouwing eindeloos opgerekt.

Gebrek aan daadkracht? Besluiteloosheid?
"Nee, dat was het niet. Het had meer te maken met de angst om het fout te doen. Als er iets was onderzocht, moest er toch een vervolgonderzoek komen. Er lag ook een zware druk op de mensen hier om het goed te doen. Het gaat wel om het nationale museum van Nederland."

En toen kwam u en zei: Het is klaar. Het gebouw moet open, de collectie moet naar buiten en jullie laten je gezicht vaker buiten de deur zien.
"Ja. Het is als het bakken van een cake. Alle ingrediënten liggen klaar, maar niemand durft ze bij elkaar te gooien, uit angst dat de cake mislukt. Dat kan altijd gebeuren, maar je moet wel een keer beginnen met bakken. Als mensen naderhand naar me toe kwamen en zeiden: Maar Wim, zouden we dat wel zo doen? Moet er toch niet nog een ingrediënt bij of in een andere volgorde toegevoegd? Dan kan ik daar niet tegen. Dan kan ik misschien wel autoritair overkomen."

In zijn kamer hangt een groot schilderij van Lieve Pietersz Verschuier van de aankomst van Koning Karel II van Engeland in Rotterdam, op 24 mei 1660. De stad waar Pijbes voor zijn benoeming in het Rijksmuseum de Kunsthal leidde en waar hij ook nog steeds woont. "Ik wilde hier graag iets Rotterdams hebben. Het is dit maritieme schilderij geworden. Het is een prachtig werk, in veel musea zou het een topstuk in de collectie zijn."

Hoort het dan niet in het museum zelf te hangen, in plaats van op uw kamer?
"Het feit dat ik me kan permitteren om het op mijn kantoor te houden, zegt iets over onze collectie. Die is van hoge kwaliteit. We hebben de topstukken voor het uitkiezen."

Is er bij de inrichting van de museumzalen gezocht naar een evenwicht tussen kunst en historie? Ik vraag dat omdat het nieuwe Rijksmuseum zich nadrukkelijk presenteert als het museum voor acht eeuwen Nederlandse kunst én geschiedenis.
"Die scheidslijn is lang niet altijd te trekken. Is De Nachtwacht kunst of geschiedenis? Ik denk beide en dat geldt voor de meeste voorwerpen in onze collectie. We zijn het museum dat het verhaal vertelt van de vaderlandse kunst en geschiedenis, van de Middeleeuwen tot Mondriaan."

Bijna was er op initiatief van de politiek ook een Nationaal Historisch Museum geweest. Door de crisis en bezuinigingen ging dat niet door. Heeft dat toch niet geleid tot een zwaarder accent bij het Rijksmuseum op de geschiedenis?
"Nee, we hebben vastgehouden aan de blauwdruk die mijn voorganger Ronald de Leeuw in 2000 heeft gemaakt voor het nieuwe Rijksmuseum. Ik heb nooit iets gezien in een apart nieuw geschiedenismuseum. Voordat ik hier directeur was, heb ik al gezegd dat zo'n instituut niet nodig was, omdat er al zo'n museum is: het Rijksmuseum. Achteraf kun je zeggen dat het idee van een Nationaal Historisch Museum vooral een hyperige kwestie van de politiek was. Ook ingegeven door die modieuze discussie, begin deze eeuw, over identiteit. Máxima zei er ook nog iets over: dat Nederland één koekje bij de koffie is. Nu hoor je niemand meer over identiteit. Net als over zure regen trouwens... Dat was ook een tijdje zo'n issue. In Frankrijk heeft diezelfde discussie gewoed. Maar ook daar is vorig jaar het plan voor een nationaal geschiedenismuseum gesneuveld."

Bij de vernieuwing van het Rijksmuseum zijn de plannen uit 2000 vrijwel ongewijzigd doorgevoerd. Pijbes' voorganger De Leeuw vond dat het accent minder moest liggen op schilderijen. Alle voorwerpen moesten door elkaar heen worden getoond, in chronologische volgorde. Het Joodse bruidje naast religieuze voorwerpen, de Melkmeid naast serviesgoed en De Nachtwacht naast een hellebaard uit die tijd.

Waar zien we de hand van Wim Pijbes in het nieuwe Rijksmuseum?
"Het Rijksmuseum is niet het type instituut waar je als directeur jouw stempel op moet drukken. Dat kan wel bij een museum voor hedendaagse kunst, waar je kunt kiezen voor bepaalde kunstenaars of stromingen. Ik moet het doen met deze collectie en dit gebouw. Tachtig procent van de achtduizend voorwerpen die we laten zien, zijn oneerbiedig gezegd verplichte nummers. Die moeten we tonen. Met de resterende twintig procent, pakweg duizend voorwerpen, kun je spelen. Daarin zie je hier en daar mijn hand terug."

En verder?
"De indeling heb ik wel veranderd, omdat ik vind dat de Gouden Eeuw één grote centrale verdieping moest krijgen. In de oorspronkelijke opzet zouden de zeventiende en achttiende eeuw op één etage komen. Verder zal de collectie vaker gewisseld worden dan oorspronkelijk de bedoeling was. De Eregalerij is onze ruggegraat, maar in de rest van het museum zullen mensen elke keer iets nieuws zien als ze terugkomen. Onze vijf prentenkabinetten gaan we om de drie maanden vernieuwen. Nieuwe aanwinsten en schenkingen laten we ook meteen zien, wat betekent dat andere stukken plaats moeten maken. Ook gaan we meer aanhaken bij actuele zaken. We ademen mee met de seizoenen. Voor de abdicatie van koningin Beatrix ligt al een tentoonstelling klaar. En onze oude meesters gaan we koppelen aan hedendaagse kunstenaars. De Duitse kunstenaar Anselm Kiefer heeft al zijn interpretatie van De Nachtwacht gegeven. Maar we gaan meer kunstenaars van nu vragen om een kunstwerk te maken bij één van onze topstukken. Namen noem ik nu nog niet."

U heeft zich ook intensief bemoeid met de zaalteksten bij de kunstwerken. Die zijn naar uw smaak vaak te hoogdravend of onbegrijpelijk voor niet-kunstkenners.
"Conservatoren zijn geneigd hun kennis te etaleren. Dat leidt tot teksten als 'deze guirlande is typisch voor de rococo-stijl'. Maar wat heeft de bezoeker daaraan? Die ziet een theepot en vraagt zich af waarom daar allerlei versieringen op zitten." Hij wijst naar een kast in zijn kamer. "Voor bezoekers is dat een houten kast, geen bolpootkabinet. Het is niet zo eenvoudig als het lijkt om toegankelijke teksten te maken. Ze mogen niet infantiel zijn, maar je kunt ook niet aankomen met woorden als 'centraal verdwijnperspectief'. Dat begrijpt mijn moeder echt niet."

Hoe zou u dat vertalen?
"Even nadenken, hoor. Ik zou zeggen: Een kunstgreep om diepte op een plat vlak, wat een schilderij immers is, op te roepen.

Van welk kennisniveau gaat u uit?
"Ik zou onze teksten willen omschrijven als Jeugdjournaal-plus. Je mag wel enige kennis en in elk geval interesse veronderstellen. Ik vind het belangrijk dat mensen weten waar ze naar kijken. Het liefst zou ik naast elk kunstwerk iemand neerzetten die uitleg geeft en alle vragen beantwoordt. Ik herinner me nog hoe ik als twaalfjarige voor het eerst in het Rijksmuseum was. Bij De Nachtwacht fluisterde de meester: Dit is het allerberoemdste schilderij ter wereld."

Lachend: "Dat heeft blijvende schade bij mij aangericht. Dat had zo'n impact. Ik wil dat alle bezoekers hier weggaan met het gevoel dat ze iets bijzonders hebben meegemaakt. Onze droom is dat alle kinderen voor hun twaalfde - dat zijn 200.000 kinderen per jaar - naar De Nachtwacht zijn geweest. Tot hun achttiende mogen ze gratis naar binnen, dat is het probleem niet. Maar veel scholen kunnen het busvervoer niet betalen. Ik ben op zoek naar sponsors en heb goede hoop dat de BankGiro- Loterij meebetaalt."

En dan is er nog de kwestie van die vermaledijde fietspassage, dwars door het gebouw heen. U pleitte al die jaren voor sluiting. Het stadsbestuur besloot anders. En nu?
"We krijgen hier straks via onze hoofdingang, pal naast een druk fietspad, twee miljoen bezoekers per jaar binnen, onder wie tienduizenden kinderen. Volgens mij gaat dat niet samen. De eerste maand na de opening blijft de doorgang gesloten en daarna worden bromfietsers en scooters geweerd. Maar hoe gaan ze dat controleren? Die passage vind ik verkeerskundig ook onzinnig, maar het stadsbestuur denkt daar anders over. Het zij zo, maar moeten we er dan op wachten tot er hier mensen voor de deur worden aangereden?"

De tuin van Wim
De tuin bij het Rijksmuseum is van Wim, zeggen Pijbes' medewerkers. De tuin wordt net als het gebouw teruggebracht in de geest van architect Pierre Cuypers, die er vooral een 'groene stiltezone' in zag. Maar dat is Pijbes te statisch. Hij ziet de tuin als de 'buitenzaal' van het museum, openbaar en gratis toegankelijk.

Voor de inrichting liet Pijbes zich inspireren door het Sint-Pietersplein in Rome. Pijbes: "Architect Bernini heeft dat zo slim gedaan met die colonnade, de zuilenrijen met daarop de beelden van de heiligen die het plein als het ware omarmen. Je komt uiteindelijk voor de basiliek, maar op het plein voel je je al omarmd door Jezus, en niet pas achter de kassa. Op het plein wordt er al een bepaalde spanning opgebouwd en dat wil ik ook onze bezoekers laten ervaren. In de tuin moeten ze al het gevoel krijgen dat ze welkom zijn." In de tuin komen onder meer beelden, speeltoestellen uit de jaren vijftig van Aldo van Eyck, een fontein en zonneterras.

De blikvanger wordt een oude kasteelkas, die Pijbes zelf in België heeft aangeschaft. Daarin zullen vergeten groenten worden verbouwd, die in het museumrestaurant worden geserveerd. Dit idee heeft Pijbes afgekeken van Villa Augustus in Dordrecht, een voormalige watertoren met pompgebouw dat is verbouwd tot hotel-restaurant. Rond de Dordtse watertoren is een moestuin aangelegd, waar het restaurant gebruik van maakt.

Wie is directeur Pijbes?
Wim Pijbes (1961) groeide met twee broers op in Veendam. Zijn ouders hadden een delicatessenwinkel. Het besef dat 'kwaliteit wat mag kosten' kreeg hij van huis uit mee.

Na een jaar Nederlands te hebben gestudeerd, stapte hij over naar kunstgeschiedenis. Niet alleen vanwege zijn liefde voor het theater, maar ook omdat hij gehoord had dat Henk van Os, Hans Locher en Ed Taverne zo meeslepend kunstgeschiedenis doceerden in Groningen. Hij studeerde af op theaterarchitectuur tijdens de wederopbouw.

Na zijn studie werkte hij als licht- en geluidstechnicus in het theater en als tentoonstellingenmaker. In 1994 kwam hij als conservator in dienst van de Kunsthal in Rotterdam, waar hij in 2000 directeur werd. In 2008 werd hij benoemd tot algemeen directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam.

Wim Pijbes woont met zijn vrouw en twee zonen in Rotterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden