Het liedje blijft de kern

Na twintig jaar in het vak, volle voetbalstadions en nu een uitverkocht Royal Albert Hall, gaat het zanger Guus Meeuwis nog altijd om het kleine geluk. Een lege fles wijn, kledingstukken die van jou of mij kunnen zijn, dat soort dingen.

Het was een nacht in Brugge. Hij was net 20. "In 1992 studeerde ik bedrijfskunde in Leuven. Ik was een weekend weg met nu mijn vrouw, toen mijn prille vriendin. Op de één of andere manier moest ik dat allemaal opschrijven, ik was er helemaal niets mee van plan."

Twee jaar later deed Guus Meeuwis onder liefhebbende dwang van zijn broer mee aan het studentensongfestival in Leiden. Het liedje won. De cafés in Tilburg, waar Meeuwis inmiddels rechten studeerde, sloten dat jaar de avond af met 'Het is een nacht'. Zo kwam het dat muziekpromotor Willem van Schijndel opeens aan de lijn hing. "Op 29 juli verscheen de single, vanaf die dag was ik artiest. Vijf weken later stond hij op één."

Dat is nu twintig jaar geleden, en Meeuwis' jubileum wordt komend jaar groots gevierd. Met een vorig week verschenen album, samen met New Cool Collective: 'Hollandse Meesters', een eerbetoon aan het Nederlandse lied. Met nog grootsere concerten in het PSV-stadion. En met een feestje, in de Royal Albert Hall. In Londen. Jawel, uitverkocht.

Reden genoeg dus om even met Guus Meeuwis om tafel te zitten. Om terug te kijken. Sommige dingen veranderen niet, zoals die vrolijke studentikoze uitstraling, ook al sprieten steeds meer grijze haren boven dat jeugdige gezicht. Rechten of bedrijfskunde zijn trouwens nooit afgemaakt.

"Met de band Vagant zijn we uit de collegebanken getrokken, een busje in geduwd en Nederland rondgestuurd. We kwamen een café of feesttent binnen, vlogen het podium op, speelden drie kwartier, en weer onderweg naar de volgende tent. Drie op een avond."

"We dachten dat het morgen wel voorbij zou zijn. Eendagsvliegen, dat straalden wij gewoon uit. Maar ik kwam er snel achter dat ik het echt leuk vond wat er allemaal gebeurde." Dat had niks te maken met het rocksterrenbestaan of vrouwelijke aandacht. "Heb je ons gezien? Google eens foto's uit die tijd. We waren zes dikke studenten met lang haar en een klein brilletje. Er kwamen niet bepaald de Backstreet Boys binnen."

Keuzes maken, zich lang ergens op richten, Meeuwis vond het vroeger maar lastig. Wat hij later wilde worden wist hij niet. Muziek was vooral een hobby, een manier om huiswerk uit te stellen. De in Mariehout geboren en in Lieshout getogen Meeuwis begon met blokfluit, speelde in de plaatselijke harmonie eufonium, het baritonbroertje van de tuba, en pingelde als puber wat op de gitaar. "Maar na het succes met Vagant zei mijn vader dat waar ik vroeger moeite mee had - de focus houden - opeens was verdwenen."

Toch draaide het die eerste jaren vooral om lol met een groep vrienden. "Doordat die vijf mee in de bus gingen bleef het goed gaan. Als ik het in mijn eentje had moeten doen was ik binnen een maand gestopt." Het was een wereldtijd, afgezien misschien van dat gehik tegen die altijd moeilijke tweede plaat. En, na een paar jaar in feesttenten, het sluimerende gevoel dat ze vastzaten.

Nieuw begin

"Tussen 1998 en 2000 durfde niemand uit te spreken dat we er eigenlijk wel klaar mee waren. Een rottijd, eigenlijk. De jongens studeerden af, kregen een baan, en in het weekend gingen we weer de bus in. Langzamerhand voelde iedereen zich daar ongemakkelijk bij."

Opluchting dus, toen Meeuwis in het repetitiehok eindelijk de pleister eraf trok.

Einde Vagant, een nieuw begin voor Guus Meeuwis. Hij gaf zichzelf drie jaar om een nieuwe koers te vinden: het moest minder om de feestkant gaan draaien. "Ik schaam me absoluut niet voor de vrolijke kant. Alleen was ik niet alleen maar een horlepiep. De serieuzere liedjes werden genegeerd. Op een gegeven moment was dat wel klaar."

"De eerste soloplaat werd goed ontvangen, de theatertour ging goed. In 2005 verscheen 'Wijzer', die deed het supergoed. Ook hadden we ter ere van meneer Hazes 'Geef mij je angst' opgenomen, dat bracht ook wat teweeg."

En toen kreeg Guus Meeuwis ineens drie keer de Heineken Music Hall vol. En sloegen ze bij zijn management aan het rekenen. Waarom zou een voetbalstadion dan niet lukken? Immers, spelen in het Philips-stadion van zíjn PSV was altijd al een droom van de oer-Brabander.

"Ik dacht dat we met krabben en bijten misschien één stadion konden uitverkopen. Dat werden er drie."

De concertreeks 'Groots met een Zachte G' was geboren, en leek elk jaar groter te worden. Tot 2009, toen The Entertainment Group door financieel wanbeleid ten onder ging. Het productiebedrijf van Marco Borsato organiseerde de concertreeks. Al het geld van de verkochte tickets voor de volgende editie was weg. Ze hebben het gered, met de schouders eronder.

"Het had nooit moeten gebeuren, ik ben boos geweest, maar er was geen tijd om daar lang bij stil te staan. We zijn gaan doorrollen en dat heeft geleid tot mijn eigen bedrijf Modestus."

Datzelfde bedrijf dat nu het Londense Royal Albert Hall afhuurt. "Net zoals ik ooit heb geroepen dat ik het PSV-stadion wilde doen, riep ik drie jaar terug: ik wil de Royal Albert Hall doen. Gelukkig ben ik omringd door mensen die daar niet van schrikken. Die net als ik zijn opgevoed met het idee dat een telefoontje altijd kan. En we hebben veel gebeld. Want waarom zou je daar niet een Nederlandstalig concert kunnen geven?"

En zo prijkt er op de website van de roemrijke concertzaal in de Britse hoofdstad een fo-tootje van Guus Meeuwis. 'Dutch singer/songwriter. Het is een nacht (It is a night).' Meeuwis moet er zelf ook wel om lachen. Vooral om dat plakkaatje 'sold out'. "We zaten die dinsdagavond bij Humberto Tan. Aan het eind van de uitzending waren we over de helft. De ochtend erna kreeg mijn boeker het sms'je van de eeuw. "I don't know what's happening, but your Dutch guy practically sold out".

Meeuwis stond zelf ook perplex. "De kaartjes zijn vooral verkocht in Nederland. Al die mensen hebben hetzelfde als ik. Ik wil het daar gewoon een keer zien! De polonaise in de Royal Albert Hall, ik kan niet wachten", grinnikt hij.

Wat begon als studentengrap is twintig jaar later uitgegroeid tot een grootschalig entertainmentbedrijf dat voetbalstadions en een eerbiedwaardige muziekhal in Londen uitverkoopt. Die gesjeesde bedrijfskundestudent komt soms toch bovendrijven.

"Maar als de zanger Guus Meeuwis zijn mond houdt bestaat het bedrijf niet. Het begint bij een goed liedje. Als dat er niet is kun je niks. Er lopen nog altijd drie mannen juichend door de kamer als we voor het eerst iets nieuws doorspelen. Dat is nog altijd één van de mooiste dingen van het vak."

Inspiratoren

Dat een goed liedje de kern blijft wil Meeuwis illustreren met zijn afgelopen vrijdag in het Rijksmuseum gepresenteerde 'Hollandse Meesters'. Daar stond de zanger, omringd door het New Cool Collective, evergreens van Frank Boeijen, De Dijk, Doe Maar, Boudewijn de Groot, en Rowwen Hèze ten gehore te brengen. Meeuwis wilde vooral die avond zijn aanwezige inspiratoren bedanken. Kiezen was verschrikkelijk, zegt hij. Niet alles past er op. En al helemaal geen liedjes van hemzelf. Meeuwis vond het wat ver gaan zichzelf als Hollandse Meester te betitelen. Dus geen 'Het is een nacht', of 'Toen ik je zag' - terwijl er wat voor te zeggen is dat die hun plekje verdienen in de canon van het Nederlandse lied. "Er zijn er wel een paar goed gelukt ja", glimlacht hij.

Zijn teksten gaan tegenwoordig over andere onderwerpen, maar de bron is nog altijd hetzelfde. "Ik ben nooit van de grote gebaren geweest. Het zit hem in het kleine geluk. Een dansende dochter. Een zonnebloem zien draaien naar het licht. Je bent twintig jaar ouder. Toen was ik 22 en verliefd. Nu 42, nog steeds verliefd, maar wel vader van vier. Ik maak me veel meer zorgen. Niet om het bedrijf, dat zien we allemaal wel. Maar je familie, vrouw, kinderen. Gé Reinders zei ooit, bij ieder kind wordt ook een zorg geboren. Vraag maar aan je moeder."

'De polonaise in de Royal Albert Hall, ik kan niet wachten!'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden