Het lid van Jan de Witt

De kritiek waaraan de monarchie dezer dagen blootstaat, is kinderspel vergeleken met de gloeiende haat die een aanzienlijk deel van de bevolking in de zeventiende eeuw voor het huis van Oranje voelde. Destijds waren de gemoederen verhit. De zogenoemde staatsgezinden, voorstanders van een republiek zonder monarchale elementen, stonden lijnrecht tegenover de prinsgezinden. Toen in 1619 Johan van Oldenbarnevelt op bevel van Maurits van Nassau werd onthoofd, konden de partijen elkanders bloed wel drinken. Dat gebeurde zelfs heel letterlijk. Prinsgezinde toeschouwers van de terechtstelling vingen het overdadig vloeiende bloed van Oldenbarnevelt op, om het later wraakzuchtig door hun wijn te mengen. Staatsgezinden daarentegen bewaarden en vereerden het bloed van de raadspensionaris als was hij een heilige.

Dit weet ik uit een aardig boekje dat ik zopas in de ramsj heb gekocht: 'Het wonderlid van Jan de Witt en andere vaderlandse relieken' van historicus Wim Vroom. Daarin beschrijft Vroom hoe fanatiek tot in de negentiende eeuw de relieken werden vereerd van Johan van Oldenbarnevelt, Hugo de Groot en andere dissidenten die zich hebben verzet tegen de stadhouderlijke macht. Voorwerpen als de stok waarop Oldenbarnevelt leunde tijdens zijn tocht naar het schavot of de kist waarin Hugo de Groot ontsnapte uit Loevestein spraken tot de verbeelding van de massa. Ze werden bezongen, nagetekend, tentoongesteld en vervalst. Tot op de huidige dag bestaan er drie exemplaren van de stok en twee van de betreffende kist. Bewaard en vereerd werd ook de leren werkmansbuis waarin De Groot vermomd als metselaar naar Antwerpen vluchtte. Onmiddellijk na de executie van Van Oldenbarnevelt kwamen er relieken van hem in omloop: splinters van het bloeddoordrenkte schavot en bebloed zand werden ter plekke verkocht. In 1745 dook het gerechtszwaard op waarmee hij zou zijn onthoofd. Hoewel de herkomst van het wapen twijfelachtig was, werd het door het publiek als iets goddelijks vereerd.

Bij de dood van de staatsgezinde broers Johan en Cornelis de Witt in 1692 ging het veel woester toe. Vooral Johan, die in het geheim met Cromwell tegen stadhouder Willem III had samengespannen, was bij de prinsgezinden gehaat. Onder aanvoering van admiraal Tromp, enkele predikanten en andere notabelen werden de gebroeders in de Haagse Gevangenpoort door het gepeupel vermoord. Hun lijken werden ernstig verminkt. Vingers, neuzen, oren, lippen en tenen werden afgesneden en aan omstanders uitgevent. Een dag na de lynchpartij kocht een ooggetuige 'de voorste vinger van de heer Johan de Witt voor twee schellingen en een kannetje oud bier'. Bovendien moest hij drie stuivers betalen voor de brandewijn waarin het lichaamsdeel tijdens de nacht ondergedompeld was geweest om het voor bederf te behoeden. De vinger, waarmee De Witt de eed tegen Willem III had gezworen, werd door de nieuwe eigenaar gebalsemd in een fles bewaard. Een andere ooggetuige schreef eenentwintig kwatrijnen over de moord, op ieder onderdeel van de slachting een vers, alsof het de staties van de kruisweg waren: over 'het uitgraven van de ogen', 'het afsnijden van hunne oren', tot en met 'het verkopen van de ledematen'.

Het Haags Historisch Museum heeft de tong van Johan en een teen van Cornelis in bezit. Die werden jarenlang bewaard in een verzilverde tabaksdoos uit 1707. 'Dees doos bezit/Het wonder lit/Van Jan de Witt', zo luidt de tekst van een bijbehorend authenticum (bewijs van echtheid). De lichaamsdelen zijn slechts korte tijd in het museum te zien geweest. Ze wekten bij bezoekers afschuw en walging. Op last van de gemeenteraad van Den Haag werd in 1894 de tentoonstelling van deze 'rariteiten' dan ook verboden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden