Het lichaam van een ander

Beeld WriteNow!

Boven alles verstond Hugo de kunst van middelmatigheid. Hij koesterde geen grote dromen, kon rondkomen van zijn salaris en nam soms een meisje mee naar huis. Hij viel niet op in een menigte. Hij werkte bij een helpdesk, daar nam hij de telefoon op om andermans internetproblemen op te lossen. Dat deed hij al jaren en hij deed zijn werk goed genoeg om niet ontslagen te worden. Hij leidde, al met al, een comfortabel leven, dat vond hij zelf ook.

Toch kreeg hij soms, wanneer hij 's avonds alleen op de bank zat, het vreemde gevoel dat hij buiten zijn leven wilde stappen - gewoon een stap opzij, van zijn lichaam naar het lichaam van een ander. Wanneer hij zo angstig werd was er maar een ding voor hem om te doen: lopen. Het was de mechanische beweging van zijn gewrichten en spieren die hem gerust stelde. Als hij uitademde in de kou blies hij wolkjes, hij zag zijn eigen adem de lucht in verdwijnen en belandde zo weer in zijn eigen schoenen.

Vanavond was zo'n angstige avond. Hij liep door de stad, waarheen precies wist hij niet. De straatverlichting was een beetje oranje en legde een filter over de grijze straatstenen. Om hem heen gingen zijn leeftijdsgenoten uit. De jongens en meisjes maakten daarbij zoveel mogelijk lawaai en Hugo wist dat het krampachtige pogingen waren om maar door iemand opgemerkt te worden. Muziek kwam uitnodigend uit de openstaande deuren, maar Hugo liep door. De ene voet voor de andere, langs de cafés, de automatiek met frikadellen en kroketten, langs de zoenende stelletjes en zingende corpsballen. Pas toen zijn voeten moe werden stond hij het zichzelf toe om ergens naar binnen te gaan.

WriteNow!
Trouw plaatst de komende weken de winnende verhalen van de regionale voorrondes van schrijfwedstrijd WriteNow!. Deze keer het verhaal 'Het lichaam van een ander' van de 23-jarige Lilian Zielstra, winnaar van de Groningse voorronde. Volgens het juryrapport ‘een verhaal dat niet op een spectaculair plot vertrouwt, maar op de kracht van sterke zinnen'.

Op 21 juni is de grote finale van WriteNow!, de schrijfwedstrijd voor jongeren. Alle winnaars van de voorrondes krijgen drie weken om een nieuw verhaal te schrijven voor de finale. De uiteindelijke winnaar krijgt onder andere een column op Trouw.nl.

Esther
Esther had zichzelf ten doel gesteld om alle mogelijke emoties in de wereld te ervaren. Hoewel ze bij voorbaat wist dat dit een onmogelijk doel was, beschouwde ze zichzelf als een leeg vat. Het was het laatste restant van haar christelijke opvoeding, het idee dat ze met iets gevuld moest worden. Daarom deed ze alles in het extreme: ze werd niet boos, maar woedend. Ze werd niet verdrietig, maar ontroostbaar. Ze sliep overdag en hing 's nachts rond in rokerige cafés, op zoek naar mensen om mee te praten. Daarbij dronk ze niet, ze zoop. Tot ze alles weer uitkotste en weer even leeg was als voorheen.

Ze was een braaf kind geweest. Iedere avond bad ze voor haar eten, haar handjes ineengevouwen en oprecht dankbaar voor haar dagelijks brood. Voordat ze ging slapen zong ze een liedje voor God, die ze zag als een strenge man in de wolken. Amen, amen, amen! Dat wij niet beschamen. Jezus Christus onze Heer. Amen, God, uw naam ter eer!

Op haar zestiende werd ze aangereden door een automobilist. De automobilist kreeg zonlicht in zijn ogen, raakte verblind en zag haar niet. Esther raakte niet eens echt gewond, maar toch durfde ze niet goed meer te fietsen en dat zei ze tegen haar moeder. Het was niet de pijn, maar de toeval van de situatie die haar bang maakte. Dat de zon net zo scheen, dat zij daar net fietste. 'Wat als ik de volgende keer wel gewond raak?' vroeg ze haar moeder. Die antwoordde: 'Gods wil geschiede.' Esther keek naar de rode puntjes op haar handpalmen en stopte op dat moment met geloven. Anderen zeiden dat Esther van haar geloof was gevallen, maar ze was zelf gesprongen.

Hugo
Toen Hugo het jazzcafé binnenstapte werd hij door niemand opgemerkt. Hij zocht naar een plek om uit te rusten, zijn ogen gingen het kleine café rond en vielen op een meisje dat aan het einde van de bar zat. Ze was klein en zag er jong uit, maar ze dronk whisky. Telkens als ze een slok nam trok ze een vies gezicht. Een medicijn, dacht hij, en hij bestelde ook whisky. Daarna ging hij in de hoek van het café zitten.

Esther lustte inderdaad geen whisky, maar ze dronk het toch. Ze vond dat het haar interessanter deed lijken. Zoals elke avond dacht ze dat vanavond een onvergetelijke avond zou worden, maar per minuut zakte de moed haar verder in de schoenen. Ze verveelde zich en Esther haatte verveling. Dus keek ze het café rond, op zoek naar een man, een vrouw, naar iets. Ze zag een jongen en ging naast hem zitten. Ze zei niets.
'Hoi,' zei Hugo uiteindelijk maar.
'Hoi.'

Op de achtergrond speelde John Coltrane, maar Hugo en Esther herkenden het niet. De twee jonge mensen waren zich bewust van het cliché: de whisky, de jazz en de onbekende naast zich. Het wond ze op. Plotseling smaakte de whisky beter, zoeter, het prikte niet meer zo op hun lippen. Hugo speelde dat hij een verleider was. Esther verveelde zich niet meer. Slechts een half uur nadat Hugo het café was binnengekomen, ging hij samen met Esther weg. Voor hen beiden was het niet meer dan vanzelfsprekend.

Voordat Esther in Hugo's bed ging liggen schoot het weer door haar hoofd. Amen, amen, amen! Dat wij niet beschamen. Van alle andere gewoonten had ze zich kunnen losmaken, maar het kinderliedje was door de jaren heen in haar hoofd blijven vaststeken. Hugo trok zijn boxershort uit en boog zich over Esther heen - ze spreidde haar armen om hem te verwelkomen. Toen hij in haar kwam zuchtte ze, maar na een paar keer stoten voelde ze hem niet goed meer. Echt nat was ze niet, maar ze gingen door - het zou later een mooi verhaal worden en daar deed ze het voor. Esther streelde Hugo's rug en zoende zijn wangen. Eerst zijn rechterwang, daarna zijn linker. Hij stootte harder. Esther beeldde zich in dat ze een lam was en Hugo's bed een altaar. Ze kreunde.

Hugo herinnerde zich bij elke stoot beter wie hij zelf was. Tegelijkertijd voelde hij iets primitiefs: hij wilde bezit van haar nemen. Dit onbekende, bewegende lijf was van hem. Hij had haar haar lichaam ontnomen en nu had hij er twee. Ze zoende zijn wang weer, hij voelde hoe er een beetje nattigheid op zijn wang achterbleef en kwam klaar. Het was heftig, maar niet al te heftig. Hugo bleef liggen. Esther hield haar armen om hem heengeslagen.

Niet lang daarna viel Hugo in een diepe slaap. Hij was weer rustig, al was het maar tijdelijk. Zodra Hugo sliep kwam Esther uit bed. Ze bekeek de slaapkamer, op zoek naar de persoonlijkheid van de jongen die stil lag te slapen. Alles stond op zijn plek. Zijn schoenen stonden onder de kachel, op een rijtje. Hij had een kamerplant zonder dode blaadjes. Esther ging in de bureaustoel zitten. Aan de muur hing een poster van Magrittes La réproduction interdite. Op de afbeelding kijkt een man in de spiegel, maar ziet daarin alleen zijn eigen rug en achterhoofd. Het was het enige karakteristieke dat hij in zijn kamer had en Esther glimlachte. Buiten hoorde ze nog steeds de geluiden van mensen die uitgingen en langzaam begon ze zich aan te kleden. Het was nog vroeg, ze kon nog naar een café.

Toen Hugo wakker werd was Esther weg. Hij draaide op zijn zij, rook aan het andere hoofdkussen, maar ze had geen geur achtergelaten. Ergens was hij teleurgesteld, maar meer nog was hij opgelucht dat hij terug kon naar zijn routine. De ochtend verliep verder zoals al zijn ochtenden verliepen. Hij kwam uit bed, dronk zijn kop koffie, at zijn brood en keek naar het nieuws. Om twaalf uur moest hij werken. Hij waste zijn bord en kopje af - Hugo vond het fijn om terug te komen in een net huis. Hij maakte zijn bed op, sloeg de lakens terug en bekeek vol verbazing de matrashoes. Midden op het bed zat, in de witte stof getrokken, een donkerbruin vlekje. Het was ongeveer zo groot als een stuiver.

Hugo waste de hoes meerdere keren, maar de vlek kwam er niet meer uit. Uiteindelijk probeerde hij niet meer om de hoes schoon te krijgen. Hij kocht ook geen nieuwe, hij accepteerde simpelweg dat er een vlek in zijn matrashoes zat. De dingen zijn zoals ze zijn. Hij was wie hij was.

Daarom liep hij wanneer hij in paniek raakte, werkte hij wanneer hij ingeroosterd stond en sliep hij in het bed waarin zij iets achterliet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden