Het levenslot in eigen hand

(FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)

Wat bijna twintig jaar geleden begon met het pleidooi voor een zelfdodingspil, eindigt binnenkort op het bordje van de Tweede Kamer. Bijna 100.000 Nederlanders steunen inmiddels het burgerinitiatief voor het recht op zelfdoding na je zeventigste. Het voorlopige sluitstuk van een maatschappelijke discussie, die nog lang niet is verstomd. Een bloemlezing uit twintig jaar debat en processen.

Het begint allemaal met het essay dat Huib Drion, voormalig raadsheer bij de Hoge Raad en oud-hoogleraar burgerlijk recht, schrijft eind 1991 in een opiniestuk in NRC Handelsblad: „Het lijkt me aan geen twijfel onderhevig, dat veel oude mensen er een grote rust in zouden vinden als zij over een middel konden beschikken om op aanvaardbare wijze uit het leven te stappen op het moment dat hen dat – gezien wat hen daarvan nog te verwachten staat – passend voorkomt.” In de volksmond heet dat middel al snel ’de pil van Drion’.

In het Alkmaarse café-restaurant Koekenbier houdt de plaatselijke afdeling van het Humanistisch Verbond begin 1994 een forumbijeenkomst over hulp bij zelfdoding. Een jaar later is de oprichting van Stichting De Einder een feit. De naam verwijst naar Hotel De Einder, dat de afdelingsvoorzitter van het HV, Jan Hilarius, had willen oprichten. Het hotel zou opvang bieden bij het afscheid en bij het menswaardige einde van mensen die niet langer wilden leven.

Dat ’zelfmoordhotel’ is er nooit gekomen, wel werkt De Einder vanaf het begin samen met consulenten (momenteel dertien), die gebeld kunnen worden voor een gesprek over een ’weloverwogen levenseinde’. In 2008 zochten 372 mensen contact met een consulent van De Einder, een kwart minder dan in 2007. 24 cliënten overleden daadwerkelijk. Voorzitter Enno Nuy is blij met het burgerinitiatief, al vindt hij de leeftijdsgrens van 70 jaar ’wel erg arbitrair’. Of het onderwerp ook daadwerkelijk op de politieke agenda belandt, waagt hij te betwijfelen. „Een partij als de ChristenUnie zal allerlei procedures aanwenden om dat te voorkomen.”

In juni 1994 wordt psychiater Boudewijn Chabot door de Hoge Raad vrijgesproken van hulp bij zelfdoding van een ernstig depressieve vrouw (50). De vrouw vond dat haar leven na het overlijden van haar twee zoons en een stukgelopen huwelijk geen zin meer had. Het hoogste rechtscollege stelt dat er bij hulp bij zelfdoding geen sprake hoeft te zijn van lichamelijk lijden of een terminale fase. Ook zouden psychiatrische patiënten niet zonder meer onwilsbekwaam zijn. De Hoge Raad vindt wel dat Chabot onzorgvuldig gehandeld heeft, maar straft hem niet. Wel krijgt hij een berisping van het Medisch Tuchtcollege.

De Stichting Vrijwillig Leven (SLV), gevestigd te Maastricht, werpt zich op als voorvechter van de wettelijke erkenning van het recht op zelfdoding en het beschikbaar stellen van daartoe strekkende middelen. De SLV-adviesraad bestaat uit nogal wat prominente wetenschappers en VVD-politici, maar ook een treinmachinist sluit zich bij aan de club.

Huisarts Flip Sutorius wordt door de Hoge Raad in 2003 veroordeeld voor zijn hulp bij de zelfmoord (in 1998) van zijn patiënt, de voormalige PvdA-senator E. Brongersma (84). Die was niet ongeneeslijk ziek, maar leed ’aan het leven’. Daarmee voldeed Brongersma’s verzoek niet aan de eisen die de in 2002 van kracht geworden euthanasiewet stelt. Sutorius krijgt geen straf opgelegd, omdat hij handelde uit grote betrokkenheid en mededogen met zijn patiënt.

Ethicus Hans van Dam noemde dit arrest in Trouw „een lelijke historische vergissing met een hoge prijs. De wetgever moet zich ernstig afvragen of hij dit met de wet heeft bedoeld. In de medische praktijk zal deze uitspraak leiden tot afwijzing van gerechtvaardigde verzoeken om hulp bij het zelf gewilde sterven en het ondergronds gaan van dokters die hun integriteit niet willen verraden”.

Sutorius zelf zegt, voorafgaand aan de uitspraak: „We moeten als artsen de met zorg opgebouwde zorgvuldigheideisen rond euthanasie en hulp bij zelfdoding bewaken en de openheid en transparantie in stand houden.

Als huisartsen zijn wij bij uitstek geschikt om het hellend vlak te bewaken. Daarom vind ik die pil van Drion ook zo’n onzin. Wij moeten als huisartsen de verantwoordelijkheid voor die hulpvraag nemen en ons realiseren dat wij meer en meer met die vraag geconfronteerd zullen worden. Wij mogen de mens niet aan hun pil of lot overlaten.”

Willem Muns, zelfdodingsconsulent bij De Einder, wordt in 2005 door de Hoge Raad veroordeeld tot twaalf maanden celstraf, waarvan vier onvoorwaardelijk. Hij hielp samen met anderen in 2002 een 81-jarige vrouw uit Groningen bij haar zelfdoding. Ze maakten een lijst met benodigde dingen, zetten spullen klaar voor het innemen van de medicijnen, legden plastic zakken bij haar neer die ze over haar hoofd kon plaatsen, maakten een elastiek gereed, deden dat om haar nek en hielpen haar bij het innemen van de medicijnen en de drank.

Opvallend aan de uitspraak is, dat de Hoge Raad wel een oordeel velt over het feit dat Muns instructies gaf, maar niet over het feit dat hij daadwerkelijk aanwezig is bij het overlijden van de vrouw.

Ton Vink, zelfdodingsconsulent bij De Einder, wordt in januari 2007 door de rechtbank in Amsterdam vrijgesproken van ongeoorloofde hulp bij zelfdoding. Hij had een 54-jarige vrouw uit Amsterdam geadviseerd over de mogelijkheden om er zelf een eind aan te maken. De rechter stelde dat hulp bij zelfdoding niet strafbaar is wanneer die hulp zich beperkt tot het voeren van gesprekken, het geven van informatie en het verlenen van morele steun. Het Openbaar Ministerie gaat niet in beroep. De rechter acht niet bewezen dat Vink instructies gaf, ook al was hij slordig met het bewaren van aantekeningen.

In het coalitieakkoord van het kabinet Balkenende IV wordt in februari 2007 afgesproken: „In deze kabinetsperiode zal met betrekking tot levensbeëindiging op verzoek niet worden overgegaan tot wijziging van de regelgeving of het toestaan van experimenten (bijvoorbeeld de pil van Drion).”

Dat het kabinet de discussie over het zelfgekozen levenseinde voor vier jaar op slot doet, noemt de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) ’onbegrijpelijk’. In Trouw introduceren NVVE-bestuursleden Eugène Sutorius en Wouter Beekman een nieuw criterium naast ’ondraaglijk en uitzichtloos lijden’: het waardigheidscriterium. Ook de oudere die niet echt ziek is, maar geconfronteerd wordt met een ’onomkeerbaar verlies van waardigheid’, heeft volgens hen recht op een goede dood. Zij pleiten voor een democratisch debat „dat ons moet helpen aan een nieuw perspectief op waardig sterven”.

Frits de Lange, hoogleraar ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit, vestiging Kampen, heeft zo zijn twijfels over dat ’onomkeerbaar verlies aan persoonlijke waardigheid’. „Misschien is het zo dat de hoogbejaarden van vandaag te gemakkelijk verinnerlijken wat ze wordt aangepraat: dat je je tijd hebt gehad als je zo oud bent geworden.”

Psychiater Boudewijn Chabot promoveert op een onderzoek naar het ’schemergebied tussen zelfmoord en euthanasie’. Hij introduceert de term auto-euthanasie. Auto-euthanasie – zelfmoord, maar dan zonder de eenzaamheid en verminking die daarbij horen – kan soms een goede dood zijn, concludeert Chabot.

Uit zijn onderzoek blijkt dat er in Nederland 4400 mensen zijn die jaarlijks in overleg met hun naasten hun leven beëindigen. Het merendeel, een kleine 3000, doet dat door te stoppen met eten en drinken. En van die groep is 80 procent ouder dan zestig jaar. Voor iedereen geldt dat ze geen ernstige of dodelijke ziekte hadden, ze waren ’klaar met leven’.

Jan Hilarius, oprichter van Stichting De Einder, wordt veroordeeld door de Hoge Raad tot twaalf maanden celstraf, waarvan vier maanden onvoorwaardelijk, wegens hulp bij zelfdoding. Het ging hier om een 25-jarige depressieve vrouw. Hij stuurde haar middelen om een eind aan haar leven te maken, maar had geen contact met haar familie. Die deed naderhand aangifte tegen hem.

Het is hem ook kwalijk genomen door de Hoge Raad: „Het is hem ernstiger aan te rekenen dat hij opzettelijk behulpzaam is geweest bij behandelingen die een stempel op het leven van de door verdriet getroffen nabestaanden hebben gezet.”

De rechtbank in Almelo veroordeelt in mei 2009 de Stichting Vrijwillig Leven en haar voorzitter Gerard Schellekens voor hulp bij zelfdoding van een vrouw (80). Schellekens krijgt een gevangenisstraf van twee maanden en een voorwaardelijke straf van tien maanden opgelegd. De stichting is zelf ook schuldig en moet daarom een boete van 5000 euro en een voorwaardelijke boete van 20.000 euro betalen.

De drie kinderen van de 80-jarige vrouw eisen een schadevergoeding van de stichting, omdat die hen verkeerd had voorgelicht. Ze belandden namelijk tijdelijk in de cel. De eis wordt door de rechter afgewezen. Schellekens gaat in hoger beroep tegen de uitspraak.

Het aantal meldingen van euthanasie en hulp bij zelfdodingen door artsen stijgt. In 2008 waren dat er 2331, 211 meer dan in 2007. Dat meldt de coördinerend voorzitter Jan Suyver van de Toetsingscommissies Euthanasie in mei 2009 in Trouw. Hij verklaart die stijging vooral uit de toegenomen bereidheid van artsen om openheid te verschaffen over hun handelen. Hij begrijpt ook de beweegredenen van de betrokken patiënten: „Er zullen altijd patiënten blijven die hun levenseinde bij volle bewustzijn willen meemaken en zich niet in een diepe coma willen laten brengen. Zij willen bewust afscheid nemen van hun naasten.”

De NVVE geeft op 9 februari de aftrap voor een twee jaar durende campagne die aandacht vraagt voor mensen die niet ongeneeslijk ziek zijn, maar vinden dat hun leven voltooid is. De initiatiefgroep Uit Vrije Wil begint een handtekeningenactie om hetzelfde onderwerp op de politieke agenda te krijgen. De groep wil dat wettelijk geregeld wordt dat mensen van boven de zeventig jaar uit het leven kunnen stappen als ze vinden dat het leven af is. Er waren 40.000 handtekeningen nodig, de teller staat inmiddels op 100.000.

(JÿRGEN CARIS, TROUW)
(JÿRGEN CARIS, TROUW)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden