Het leven was hard en liefdeloos in Heel

De maatschappij moest behoed worden voor 'anti-sociaal gedrag en ontsporingen op zedelijk gebied'

Liefdesgestichten heetten ze, de door mysterieuze sterfte in opspraak geraakte internaten St. Joseph en St. Anna in het Limburgse Heel. Maar het leven was er vooral liefdeloos en hard.

Ouden van dagen, alcoholisten, epileptici, ongehuwde moeders, krankzinnigen en zwakzinnigen; decennialang waren alle hulpbehoevenden welkom bij de Broeders van de H. Joseph en De Kleine Zusters te Heel. Hun instituten waren pareltjes van caritas, 's lands grootste instellingen voor Katholieke zwakzinnigenzorg. En dat in een tijd waarin verreweg de meeste mensen met een verstandelijke beperking niet in een inrichting, maar gewoon door het gezin of de eigen familie werden opgevangen. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw komt immers professionele, door de overheid gefinancierde gehandicaptenzorg van de grond.

In instituten als St. Joseph of St. Anna kwam je dus niet zomaar, bevestigt ook Dr. Henk Beltman, die in 2001 promoveerde op de geschiedenis van de na-oorlogse gehandicaptenzorg. "Tot ver in de jaren vijftig is het beeld dat met deze mensen vaak wel wat meer aan de hand is dan alleen een verstandelijk handicap. Sociaal gaat het ook niet goed."

Dat beeld bevestigen de patiëntendossiers die de Limburgse historica dr. Annemieke Klijn begin jaren negentig licht uit de archieven van St. Joseph en St. Anna. Beide instituten leggen zich sinds begin van de jaren vijftig, in overeenstemming met de nieuwe inzichten van zorg, weliswaar meer en meer toe op de 'zwakzinnigenzorg', maar van échte specialisatie is nog geen sprake. Debiel, idioot, seksueel psychopaat, imbeciel, melden de dossiers als diagnose.

Voor vrijwel alle patiënten geldt dat ze 'maatschappelijk ongeschikt' zijn. Patiënten moeten tegen 'de gevaren van de toch al zo bedorven maatschappij' worden beschermd en arbeidstherapie moet hen weer 'sociaal bruikbaar' maken. Zo heeft Philips een werkplaats ingericht in St. Joseph, wat de winter van 1952/1953 nog tot een rel leidt als bij Justitie klachten binnenkomen over de hoge werkdruk. Zelfs 's nacht moet doorgewerkt worden. Een Philipscontract levert het internaat immers de nodige inkomsten op, maar de pupillen krijgen niks. De zaak loopt met een sisser af.

Beide instituten willen ook de maatschappij behoeden voor 'anti-sociaal' gedrag zoals 'ontsporingen' op zedelijk gebied. Of ze willen families ontlasten. In 1951 blijkt een twaalfjarige imbeciele jongen thuis zo gevaarlijk en onbetrouwbaar dat zijn vader hem tussen de varkens in het hok heeft gezet. De jongen wordt in Heel opgevangen. 'En een zesjarig idioot meisje trekt de haren uit het hoofd van haar pas geboren zusje en weer een ander smeert drinkt uit de WC", citeert Klijn uit een ander dossier.

De inrichtingen zijn op zichzelf staande wereldjes. Patiënten leven zonder privacy op grote afdelingen en alleen voor wie een passende betrekking wordt gevonden buiten de instellingsmuren, bij een boer, in de fabriek of in de huishouding, bestaat de kans om aan het strenge regime te ontsnappen.

Maar ook voor de religieuzen is het leven hard. Hun werkdruk en verantwoordelijkheden zijn enorm en ook zij komen nooit buiten de instellingsmuren. Al was het alleen al om 'wereldse verwarring' te voorkomen.

In haar in 1995 verschenen boek 'Tussen caritas en psychiatrie' beperkt historica Klijn zich tot de periode 1879 tot 1952. Een verklaring voor de mysterieuze hoge sterfte bij St. Joseph biedt zij dus niet. Wel klaagt ze regelmatig over gebrekkige archieven. Vooral die van St. Joseph vertonen grote gaten. Het Openbaar Ministerie krijgt het dus moeilijk bij zijn onderzoek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden