Het leven verandert in Staphorst

Traditionele klederdracht en een moderne korte spijkerrok. Je komt het beide tegen in de christelijke gemeente waar Karine Versluis geboren is. Ze maakte een fotoboek over haar dorp.

Geboorteplaats: Staphorst. Het staat in het paspoort van fotografe Karine Versluis (1980), en binnenkort ook in haar nog te behalen rijbewijs. Het leidt regelmatig tot verbaasde blikken, „want ik pas nu eenmaal niet in het beeld dan mensen van Staphorst hebben”. Geen bloemetjeshemd voor Versluis, maar een strak blauw T-shirt. Op een zonnig terras vertelt ze, net afgestudeerd aan de Haagse fotoacademie: „Veel mensen hebben een vooroordeel over Staphorst. Daarom wilde ik het dorp laten zien zoals ik het ken, in een fotoreportage.” Het resultaat ligt op tafel, haar fotoboek getiteld ’Staphorst’.

Komt Versluis op een feestje, dan zegt ze soms dat ze afkomstig is ’uit de buurt van Zwolle’ of dat ze ’op de middelbare school zat in Meppel’. Dat leidt in Den Haag, waar ze al weer jaren woont, nooit tot meewarige glimlachjes. „Maar als je over Staphorst begint, kijkt iedereen je meteen heel verbaasd aan. Staphorst is in de ogen van de rest van Nederland een achtergebleven gebied. Iedereen zou er in klederdracht rondlopen en boer zijn.”

Tijd om korte metten te maken met dat beeld van het Overijsselse dorp, vond Versluis. Als afstudeerproject maakte ze een reportage van het leven in Staphorst. Want daar is in de loop der jaren heel wat veranderd. Toen de vader van Versluis, Leerdammer van origine, er in de jaren zeventig een baan vond als gymleraar, gymden de Staphorster meisjes nog in klederdracht. Vader Dick Versluis fotografeerde zijn leerlingen, hangend in de ringen met mutsje op het hoofd en omslagdoek om de schouders. Het zou nog vijftien jaar duren voor de meisjes hun klederdracht tijdens de gymles verwisselden voor gymkleding.

Versluis gebruikte de foto’s van haar vader om te laten zien hoe Staphorst moderner werd. Zij volgde voor haar reportage tienermeisjes naar jongerenketen, ofwel dranklokalen, waar gedronken, gedanst en gevreeën wordt. Dertig jaar geleden zochten de meisjes hun vertier nog in het damesvoetbal of sleetje rijden, blijkt uit de foto’s van vader Dick. De moderne dorpsmeisjes, gekleed in korte spijkerrokken en hoge laarzen, organiseren liever modeshows met weinig verhullende zomerkleding. En ze komen ook eerder op de make-upafdeling bij de drogist, dan in de fourniturenwinkel met kanten mutsjes en kledingstoffen, zo legde dochter Karine vast.

Maar toch is het niet zo dat de traditionele Staphorster cultuur verdwenen is. Karine Versluis ging voor haar reportage terug naar de familie van Trijntje en Hendrik Bloemert, bij wie ze vroeger paarden verzorgde. Trijntje is één van de zeshonderd vrouwen uit Staphorst die in klederdracht loopt. De Bloemerts wonen samen met hun kinderen en kleinkinderen, Laura, Michiel en Frank met de voor de Bloemerts kenmerkende rode haren, op een groot terrein met landerijen in Staphorst. „Klederdracht is sinds de jaren zeventig steeds verder uit het straatbeeld verdwenen”, zegt Versluis. „Over dertig jaar zal het waarschijnlijk ook in Staphorst een curiositeit geworden zijn. Voor het te laat is,wil ik dat laatste restje cultuur nog laten zien.”

De laatste overblijfselen van de Staphorster cultuur zijn volgens Versluis’ foto’s vooral goed zichtbaar op de Gemeenteweg, de centrale straat in het lintdorp,waarover iedere zondag de kerkgang plaatsvindt. Meestal in klederdracht.

Traditiegetrouw wordt bij de Bloemerts door de vrouwen krentenbrood gesmeerd voor de eindejaarsborrel van hun transportbedrijf. Het is alsof de tijd heeft stilgestaan. Maar op de foto’s van Versluis vermengen zich zowel de oude gebruiken als het moderne leven: een oma loopt op de markt met haar kleindochter, waarbij haar bloemetjeshemd afsteekt bij het fluorescerende jasje van het kind. In klederdracht stappen twee dames in de botsautootjes op de kermis en op de boerderij blijkt de mobiele telefoon zijn intrede gedaan te hebben. Mooi is ook hoe Trijntje, met plastic schoenenzakjes om haar voeten, haar kleindochter Laura bij het zwembad verkleedt.

Trijntje had er geen moeite mee dat het oude paardenmeisje Karine haar een half jaar volgde met de camera. Karine vond het vanzelfsprekend dat zij de zondagsrust in acht zou nemen, dus dan geen gefotografeer. Natuurlijk was zij op de hoogte van het fotoverbod dat al sinds jaar en dag in het dorp geldt. De overlast die dagjesmensen met hun camera’s de bewoners bezorgden tijdens hun zondagse kerkgang, werd de gemeente te veel. Ook wordt Staphorst volgens de dorpelingen te vaak weggezet als een lachwekkende, ouderwetse gemeenschap. Maar daar zijn de Staphorsters bij Karine niet bang voor, zij kreeg vrij spel. „Ik hoop dat beeld nu juist te hebben aangepast.”

Haar afstudeerproject ’Staphorst’, samen met de oude foto’s van haar vader gebundeld in een boek, is voor Karine Versluis een afscheid van het dorp. Haar ouders verruilen Staphorst na 35 jaar binnenkort voor Giethoorn. Maar de band met haar geboortedorp is voor Karine niet verbroken, ook al is ze inmiddels een Haagse geworden. Staphorst verdwijnt niet meer uit haar paspoort.

’Staphorst’ door Karine Versluis, euro 17,50, ISBN 9789081187718 of via www.karineversluis.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden