Het leven van Gerard werd verziekt door pillen

Beeld Colourbox

Slik maar wat minder medicijnen, adviseert oud-huisarts en epidemioloog Dick Bijl in zijn boek ‘Het Pillenprobleem’. Bijl doet al jaren onderzoek naar de farmaceutische industrie, die volgens hem ongewenste bijwerkingen van medicijnen verdoezelt. Gerard Eggebeen draagt al meer dan vijftien jaar de gevolgen.

 Iedereen om hem heen begon zich vreemd te gedragen. Ze zeiden dat hij agressief was, raar deed, ­terwijl juist zij, de anderen, zich ­abnormaal gedroegen. Hadden ze dat met elkaar afgesproken?

Het is voorjaar 2001. Gerard Egge­been is 14 jaar, zit op de middelbare school en heeft moeite met rouwverwerking. Daarom slikt hij sinds een week een nieuw wondermiddel: Seroxat. Dat moet zijn stemming verbeteren. Nu is er iets met het middel wat de fabrikant wel weet, maar waar Egge­been pas in 2015 achter komt.

'Wat ben je toch een eikel'

Het middel Seroxat helpt Eggebeen niet. Tijdens de les economie knapt er iets. Hij luistert naar de leraar. Die praat over de marketingstrategie van kledingmerken, maar eigenlijk is dat alleen maar een manier om Eggebeen belachelijk te maken. Want Eggebeen draagt een Adidas-trui. Stil blijven zitten en de vernedering slikken kan niet meer. Het is te laat. De altijd zo rustige, timide jongen moet iets doen. “Wat ben je toch een eikel,”schreeuwt hij naar de leraar. Eggebeen voelt de stilte van de klas, zijn hart bonkt. Opnieuw scheldt hij de leraar uit. Die stuurt hem weg, naar de decaan om na te blijven. Alsof Eggebeen dat iets kan schelen. Hij smijt de deur van het klaslokaal dicht, pakt zijn fiets en rijdt weg.

Nu, zeventien jaar later, stelt Egge­been vast dat hij op zijn slechtste momenten iemand is geworden die tegenwoordig ‘een verwarde man’ wordt genoemd. Dat zou niet zijn gebeurd als de fabrikant van Seroxat, de voorloper van GlaxoSmithKline (GSK), al vroeg had gewaarschuwd voor de bijwerkingen.

Maar farmaceuten houden negatieve bijwerkingen liever buiten de publiciteit, weet Dick Bijl, oud-huisarts, epidemioloog en voormalig hoofdredacteur van Het Geneesmiddelbulletin. Hij heeft de afgelopen decennia tienduizenden onderzoeken naar medicijnen gelezen. Hij ontdekte hoe gebrekkig het onderzoek naar de werking en bijwerkingen van medicijnen was, hoe zwak het toezicht van de autoriteiten. Als een van de grootste Nederlandse critici van de farmaceutische industrie schreef hij zijn bevindingen op in het boek ‘Het Pillenprobleem’, dat deze week uitkwam.

Zelfmoordneigingen

Bijl schrijft dat volgens voorzichtige schattingen elk jaar ongeveer 200.000 Europeanen overlijden door bijwerkingen van medicijnen. Daaronder vallen ook de zelfmoorden door bijwerkingen van antidepressiva als Seroxat.

Eggebeen kreeg ook met die bijwerkingen te maken, maar tot nu toe heeft hij zijn zelfmoordneigingen overwonnen. Vier jaar lang slikte hij Seroxat. Daarna volgden andere medicijnen, maar de oude werd hij nooit meer. Doordeweeks woont hij in een instelling, in de weekenden probeert hij er thuis het beste van te maken. Hij raakte gewend aan leven met depressies, angst, zelfvervreemding en suïcidaliteit, schrijft hij in een e-mail. Hij begint deze week aan een nieuwe therapie en wil nu even niet via de telefoon praten of een journalist persoonlijk ontmoeten.

Hij schrijft over een artikel dat hij drie jaar geleden las, waardoor hij anders naar zijn verleden is gaan kijken. Het artikel ging over Study 329, een nieuwe analyse van gegevens die in de jaren negentig waren verzameld over de werking van Seroxat. Die nieuwe analyse was nodig, omdat onderzoekers het vermoeden hadden dat GlaxoSmith­Kline in het oorspronkelijke onderzoek informatie had weggemoffeld. Dat vermoeden was begin deze eeuw ook al sterk aanwezig. Daarom waarschuwde het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen in 2003 dat het middel beter niet voorgeschreven kan worden aan jongeren. Het Europees Geneesmiddelen Agentschap EMA volgde een half jaar later met een waarschuwing.

Wat Study 329 onverbiddelijk aantoonde, was dat Seroxat schadelijk was voor jongeren en dat de fabrikant dat al in de jaren negentig wist. Alle bijwerkingen die de onderzoekers opsomden, kwamen Eggebeen akelig bekend voor. Ineens besefte hij dat Seroxat zijn hersenen onherstelbaar had beschadigd.

Zijn woedeaanvallen zoals in de economieklas zijn nagenoeg verdwenen, de angst en aanvallen van paranoïde niet. ‘Magere Hein staat altijd naast mij’, schrijft hij. ‘Sinds het eerste doosje Seroxat. De angst voor de dood en tegelijkertijd voor het leven, de angst óm te leven, de angst om dromen te hebben want ‘misschien ben ik er morgen niet meer’, maakt iemand langzaam maar zeker gek.’

Hoe zou Gerards leven zijn geweest zonder pillen?

Hoe zijn leven eruit zou hebben gezien als hij geen Seroxat had geslikt? Daarover kan hij een paar dingen met zekerheid zeggen.

‘Ik had op mijn 14de geen zelfmoordpoging ondernomen. Ik was op de middelbare school niet drie keer geschorst geweest (voornamelijk wegens spijbelen) en uiteindelijk definitief van school gestuurd. Zelfvervreemding was niet opgetreden, waardoor er thuis geen wederzijds onbegrip was ontstaan, waardoor ik niet (veel te jong) het huis zou zijn uitgeschopt. De angst had niet elk sollicitatiegesprek overheerst. De depressie had niet elke relatie, elke baan, elke vriendschap, elke betrekking die ik ooit ben aangegaan kapotgemaakt. Ik ben inmiddels gestopt met proberen. Op al die punten.’

Nadat Eggebeen had gelezen over Study 329, spande hij een rechtszaak aan tegen farmareus GSK. De uitspraak was in mei dit jaar in de rechtbank te Utrecht. Eggebeen kreeg gelijk. De fabrikant wist van de schadelijke bijwerkingen en dat Seroxat bij kinderen geen nuttig effect heeft. Daarom had GSK patiënten en artsen moeten waarschuwen, stelde de rechter. GSK moet de schade die Eggebeen heeft geleden vergoeden. Hoeveel dat is, zoeken Egge­been en zijn advocaat Ron Lensen nog uit.

Forse boetes

Bijl kent de rechtszaak. In zijn woning in Utrecht met uitzicht op de Domtoren vertelt hij over andere zaken waarbij allerlei onsmakelijke informatie naar boven komt over farmaceutische bedrijven. Meestal spelen die rechtszaken in de Verenigde Staten. Daar zijn ze aan de orde van de dag en worden geregeld forse boetes uitgedeeld vanwege wangedrag van farmaceuten, stelt Bijl. In navolging van de zaak van Eggebeen tegen GSK verwacht hij ook in Nederland meer rechtszaken, vooral tegen fabrikanten van psychofarmaca.

Een kantoorgebouw van GlaxoSmithKline in Londen. Beeld Reuters

Hoe kan het toch, dat medicijnen die volgens Bijl nauwelijks werken en negatieve bijwerkingen hebben, toch bij patiënten terechtkomen? “Voordat een product de markt op kan, moet de fabrikant allerlei onderzoeken doen”, zegt Bijl. “De uitkomsten van deze onderzoeken komen terecht in dikke dossiers van soms wel 100.000 pagina’s. Die belanden op de bureaus van medewerkers van de registratieautoriteit. Zij kijken ernaar en vinden het meestal wel goed. Niet altijd terecht. Gegevens in de dossiers kunnen elkaar tegenspreken, maar om dat naar boven te halen vergt enorm veel speurwerk.”

Verschil met een placebo

De onafhankelijke onderzoekers die wel tijd hebben voor dat speurwerk, komen altijd tot minder positieve conclusies dan de fabrikant of de registratie­autoriteit. Dat heeft onder meer te maken met de manier van meten. Zo kijken farmaceuten en registratieautoriteiten naar de gemiddelden. Wat goed is voor de een, kan slecht uitpakken voor de ander. Eggebeen kan daarover meepraten.

Daarnaast is er een verschil tussen statistisch significant en klinisch relevant, legt Bijl uit. De meeste medicijnen worden goedgekeurd omdat ze een statistisch significant verschil met een placebo laten zien. Als voorbeeld noemt hij een antidepressivum als Seroxat. De ernst van een depressie wordt gemeten op een schaal die van 0 tot 52 loopt. Hoe hoger de score, hoe zwaarder de ­depressie.

Meestal zitten patiënten met een ernstige depressie rond de 20. Nemen ze een placebo, dan gaan ze van 20 naar 13. “Antidepressiva zijn voor een groot gedeelte afhankelijk van het placebo-effect”, zegt ervaringsdeskundige Eggebeen. Die daaraan toevoegt dat zijn geloof in antidepressiva tanende is en een placebo bij hem daarom niet meer werkt.

Slikken patiënten een antidepressivum, dan gaan ze op de depressieschaal van 20 naar 12. Een verschil van een punt dus met een placebo in onderzoek van meestal zes tot acht weken. Bijl: “Als je maar voldoende mensen in je onderzoek hebt, wordt dat verschil statistisch significant. Maar niemand ervaart dat ene puntje verschil als een verbetering. Daarvoor heb je er tenminste drie nodig, en volgens anderen zelfs acht. Dan pas ervaart de patiënt dat hij zich beter voelt dan eerst. Dat heet de klinische relevantie, wat helaas geen regi­stratie-eis is. Mensen moeten zich realiseren dat ze een medicijn gebruiken alleen omdat er een rekenkundig effect is, niet omdat is bewezen dat je er beter van wordt.”

Gøtzsche's spraakmakende boek

Bijl is niet de enige die zegt dat antidepressiva niet werken. De Deense hoogleraar geneeskunde Peter Gøtzsche schreef er in 2016 een spraakmakend boek over. Onomstreden zijn uitspraken van Bijl en Gøtzsche niet. Veel psychiaters krijgen rode vlekken in de nek als zij de naam Bijl horen.

Bijna alle bijwerkingen worden pas bekend zodra grote groepen patiënten een medicijn gaan gebruiken. Dus als het bij de patiënten terechtkomt. “Bij nieuwe geneesmiddelen zie je in de bijsluiter vrijwel altijd een omgekeerde zwarte driehoek”, zegt Bijl. “Dat betekent dat nadere gegevens over werking en bijwerking in de praktijk worden onderzocht. Maar dan stellen farmaceutische producenten de zaken rooskleuriger voor dan ze zijn. Dat soort middelen is toegelaten met veel minder wetenschappelijke onderbouwing. De ontbrekende gegevens zien we wel als het middel op de markt komt, is de redenering. Bijwerkingen van medicijnen worden in real life onderzocht.”

Verre van compleet

Nu moeten medicijnen toch een keer op een grote groep worden getest. De vraag is dus of zo’n ‘real life-onderzoek’ erg is. “Ja”, zegt Bijl, “wel als het toezicht faalt en er ondeugdelijke medicijnen worden toegelaten. Fabrikanten moeten de werking en vooral de bijwerking volgen gedurende een paar jaar, maar dat gebeurt nauwelijks. Daardoor zijn de bijsluiters verre van compleet. Zelfs de officiële productinformatie op de website van het EMA is niet volledig. Die is gemaakt op het moment dat het product op de markt komt. Naderhand wordt het middel door honderdduizenden mensen gebruikt en worden andere, nieuwe bijwerkingen geregistreerd. Maar die komen vrijwel nooit in de productinformatie terecht.”

Dat moet volgens hem wel gebeuren. Doen bedrijven dat niet, dan moeten sancties volgen. “Nu knijpen de ­registratieautoriteiten een oogje dicht. Dat is falend toezicht.”

De kwestie rond Seroxat is uitzonderlijk, omdat niet alleen sprake was van falend toezicht, maar ook van fraude. De fabrikant had de schadelijke effecten namelijk onzichtbaar gemaakt voor toezichthouders. Daarom ook kreeg GSK in 2012 een boete van 3 miljard dollar wegens wangedrag.

Alleen maar minder toezicht

Toch zijn de mores van farmaceuten in die jaren echt niet veranderd, zegt Bijl. Daarbij is volgens hem het toezicht de afgelopen jaren alleen maar minder geworden. Het moet van de burgers en niet-gouvernementele organisaties komen. “Daarom probeer ik met mijn boek patiënten te bereiken zodat ze inzien wat er gebeurt met medicijnen, wanneer ze in de handel komen en wat je ervan kunt verwachten”, zegt Bijl. “Er is een grote rol weggelegd voor bijvoorbeeld de onafhankelijke onderzoeksorganisaties Cochrane Collaboration en de International Society of Drug Bulletins, waar ik voorzitter van ben.”

Bijl heeft meer plannen. De teksten van bijvoorbeeld Cochrane zijn niet voor iedereen even toegankelijk. Bijl wil dat soort informatie naar het Nederlands vertalen. “Binnen de International Society of Drug Bulletins ben ik daarmee bezig. Niet alleen met de International Society, maar ook met andere belanghebbenden. Zo willen we betrouwbare en onafhankelijke informatie ter beschikking stellen aan burgers, gratis. Want nu is het alleen de farmaceutische industrie die de lakens uitdeelt.”

Ook Eggebeen is in actie gekomen. Hij heeft de Stichting SeroxatClaim opgericht, die zich inzet voor gedupeerde gebruikers van het middel. Dat moet uiteindelijk leiden tot een massaclaim tegen GlaxoSmithKline.

Lees ook: 

Arts en patiënt worden op grote schaal belazerd

Bert Keizer over Peter Gøtzsche's boek 'Dodelijke Medicijnen en georganiseerde misdaad'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden