'Het leven neemt je weer mee - zo gaat dat'

Van de ene dag op de andere, verloor Christine Heetebrij haar man en haar oude leven. Ze aanvaardt dat ze het nooit zal begrijpen

Les 1

Plotseling kan alles veranderen

"30 mei 2012 is de dag dat alles anders werd. Er ging een bijzondere week aan vooraf. Op 23 mei overleed mijn enige broer, hij was 67, dertien jaar ouder dan ik. Zijn dood kwam voor ons niet onverwacht: we wisten dat hij ziek was en niet meer verder wilde. Het was suïcide, maar we hebben op een goede manier afscheid van hem kunnen nemen.

De crematie was op 31 mei, daarvoor hadden we Pinksterweekend waarin mijn man Albert en ik veel hebben gedaan, dingen die we altijd deden met ons gezin: zandkastelen bouwen op het strand, vrienden ontmoet, zijn ouders gezien, met een bootje de Reeuwijkse Plassen op. Dinsdag moesten we werken en 's avonds gingen we naar het koor waar we allebei lid van waren. Mooi gezongen, naderhand nog een glaasje wijn op de bank.

De volgende dag, de dag voor de crematie, was Albert niet zo lekker. Hij had zijn werk afgebeld en zou in bed blijven. We hebben afscheid genomen en ik ging naar school. 's Middags direct na de les, ik was nog in mijn lokaal, verscheen de schoolleider met twee politiemannen bij de deur. Ik wist diep van binnen meteen: nu is alles anders. Hetzelfde gevoel had ik als zestienjarige toen ik op een nacht wakker werd omdat ik mijn vader beneden hoorde, wat ik vreemd vond. Mijn intuïtie klopte: hij bleek een hartinfarct gehad te hebben en is een paar weken later gestorven.

Bij het zien van de agenten in mijn lokaal dacht ik dat er iets was met een van onze drie dochters, geen moment had ik de associatie met Albert. Maar zij zeiden meteen: we komen u vertellen dat uw man dood is. Ik zei: nee, dat kan niet, hij ligt in bed. Toen kreeg ik te horen dat hij die ochtend van het perron op station Zoetermeer-Oost voor de trein was gesprongen. Getuigen waren er niet, er was alleen de verklaring van de machinist. De politie had Albert geïdentificeerd aan de hand van zijn portemonnee, trouwring en een litteken."

Les 2

Accepteer het ultieme nee van de ander

"Ik was volledig verdoofd door het bericht en tegelijk had ik een enorme tegenwoordigheid van geest. Ik heb zelf mijn dochters en zijn familie gebeld, dat was dramatisch maar het moest snel gebeuren want het ongeluk stond al op internet. Ik wilde Albert graag zien en hem thuis hebben, maar zolang hij nog niet was vrijgegeven, bleef hij in het mortuarium van het ziekenhuis.

De volgende morgen hebben we eerst een kist uitgekozen en daarna zijn we naar de crematie van mijn broer gegaan. Na afloop was er een ontroerend moment: onze kleindochter Isa van zes weken werd door haar andere oma in mijn armen gelegd. Die middag konden we naar Albert in de rouwkamer in Gouda. Een deel van zijn linkerarm was intact en mooi verzorgd, alsof zijn hand op het dekbed lag. Het klinkt bizar maar ik was zo blij om dat te zien. We hebben de kist zelf in de rouwauto getild en hier op een karretje naar binnen gereden. Albert en ik hadden vaak met elkaar besproken dat we vanuit huis begraven wilden worden. Die nacht heb ik echt geslapen, ik had het gevoel: hij is hier.

Toen begon, wat wij in ons gezin noemen, de stille week: een aaneenschakeling van heel mooie en heel verdrietige momenten. Er kwamen veel mensen langs, vrienden van de kinderen kookten voor ons en we hebben veel gezongen met elkaar. Zingen deden we vroeger altijd, bij het eten, met de kinderen. Onze dochters hebben ook gezongen tijdens de uitvaart in de Sint-Janskerk in Gouda. Er waren meer dan twaalfhonderd mensen: heel veel vrienden, Alberts school uit Den Haag kwam, mijn school was er. Het werd een prachtige dienst waarbij de leerlingen uit zijn klas waren betrokken.

De rector uit Den Haag gebruikte een mooi beeld in zijn toespraak, verwijzend naar de Reeuwijkse Plassen waar Albert vaak heen ging en het gebrandschilderde raam in de Sint Jan van Jonas in de walvis waar Albert zo van hield. Hij zei: het is ongelofelijk, maar het voelt alsof in de Reeuwijkse Plassen een enorme walvis zijn bek heeft geopend en in één hap Albert heeft gepakt. Zo krankzinnig is het ook. Albert heeft niets achter gelaten, er was geen enkele aanwijzing dat hij dit zou doen. We zullen het nooit begrijpen. Op het moment dat ik het hoorde, dacht ik: hier kan alleen onze liefde tegenover staan. De Albert die ik ken en met wie ik 36 jaar heb geleefd, zou dit in mijn beleving niet doen, maar wie kent de ander werkelijk? Ik heb ooit eens gelezen: de hoogste vorm van houden van is het ultieme nee van de ander accepteren."

Les 3

Durf de vraag

te leven

"Albert was mijn eerste vriend, de liefde van mijn leven. Hij was 23 en ik 18 toen we elkaar leerden kennen op de Pedagogische Academie in Amsterdam waar we allebei studeerden. Twee jaar later trouwden we, niemand deed dat in onze omgeving, maar wij vonden het leuk. Ik zou het zo weer doen. We hadden veel gemeen: onze passie voor muziek, ons werkzame leven, hoe we in het leven staan. We zijn samen door alle hoogtes en dieptes gegaan, de kinderen waren het huis uit en we hadden net een kleindochtertje. Albert was dol op haar. Het was, in zijn eigen woorden, een tijd van oogsten.

Hij kon soms wel ontzettend vermoeid zijn van het leven. Dat was de keerzijde van zijn open natuur. Hij was een mens met grote wijde armen, iedereen kon bij hem terecht. Ik heb weleens gezegd dat hij is gestorven aan een te groot hart. Hij kon zich laten meeslepen in het leven en vroeg zich af hoe hij meer zijn grenzen kon aangeven om een beter evenwicht te vinden, daar hebben we veel gesprekken over gehad.

Hij was zoekende, maar hij is nooit in vertwijfeling naar iemand toegegaan, niemand had deze suïcide zien aankomen. Is het een opwelling geweest, heeft een angst hem gegrepen? Was het een neurologische aandoening waardoor je plotseling iets onverklaarbaars doet, was er misschien fysiek iets mis, een tumor waar we niet van wisten?

Ik merk dat mensen die dicht bij ons staan, het aandurven om in die vragen te leven, zoals Rilke het in een van zijn gedichten formuleert: als je de vragen leeft, leef je wellicht ooit, per ongeluk, het antwoord in."

Les 4

Het leven wordt achteruit begrepen

"Ik ben niet echt boos op Albert geweest, maar ik voel me wel als Job: alles wordt me afgenomen. Je moet de kwetsbaarheid van het leven erkennen en proberen je ermee te verzoenen, dat is hard werken. Toch stopt de wereld niet. Ik herinner me gesprekken met de kinderen toen ze de lagere schoolleeftijd hadden en vroegen: mam, als je vader sterft, kan je dan gewoon doorleven? Ik zei: op mijn zestiende had ik dat nooit gedacht, maar kijk naar mij en naar de mooie dingen die zijn gebeurd, zo gaat het leven, het neemt je weer mee.

Voor levenslessen geldt dat het leven vooruit wordt geleefd maar achteruit wordt begrepen, de oogst zie je later pas. Doordat ik op mijn zestiende mijn vader verloor, is het of ik toegerust ben om het nu te doen zoals ik het doe. Dat was een zware periode, mijn moeder was totaal ontredderd, ik begrijp nu veel beter wat zij heeft doorgemaakt.

Het is een onbestemd land waar je je in beweegt. Deels moet je jezelf herontdekken, tegelijk voel ik dat hoe wij het de afgelopen twee jaar hebben gedaan niet anders is dan hoe ik 36 jaar met Albert heb geleefd: er doorheen, het benoemen, het niet uit de weg gaan. Er zit een afdruk van Albert in mijn wezen, dat is een grote rijkdom. Ook in onze dochters zie ik hem duidelijk terug. Ik vind het prachtige vrouwen, zij zijn mijn drijfveer om verder te gaan. En mijn kleinkind. Een tweede is op komst: het leven neemt je toch weer mee."

Les 5

Rouw is een vingerafdruk

"Het is verbazend over welke onvermoede kracht je beschikt. Na Alberts dood ben ik nog geen dag in bed gebleven; voor mij is de gewoonte van het werk, de interactie met je klas en collega's heel goed. Toch moet ik me er soms echt toe zetten op te staan, soms word ik wakker en overvalt me zo'n immens verdriet.

Rouw komt in golven, daar heb je geen sturing in. Het is een vingerafdruk, ieder rouwt op zijn eigen manier maar je kunt wel lotgenoten zijn. Ik lees er stapels boeken over, soms vind ik veel herkenning zoals in 'De berg van de ziel' van Christa Anbeek en Ada de Jong. Zeker het eerste jaar is overleven, Anbeek en De Jong noemen het overlevingskunst. Je hebt het letterlijk koud. Ik vond het heel zwaar toen het 2013 werd. Anna Enquist heeft het mooi beschreven: die eerste tijd is het alsof je met je rug naar de toekomst leeft, omdat je steeds terugkijkt, naar die 30ste mei. Elke dag ga je er verder van af. Ik wilde dat het 2012 bleef. 2014 voelt beter, er gloort wat. Niet dat het gemis went, ik vind het zelfs pregnanter worden omdat het leven voor iedereen weer gewoon doorgaat. Je beseft: dit is voor altijd. Het is als een geweven kleed, het ene stukje is mooier dan het andere en ergens is een enorm gat geslagen. Je probeert de plek voorzichtig dicht te weven maar je blijft het eeuwig zien. Niet alleen de fysieke persoon Albert is er niet meer, ook de relatie die je met elkaar had is weg. Het verlies is meer dan de som der delen, zoals Julian Barnes schrijft in zijn boek 'Hoogteverschillen' over de dood van zijn vrouw."

Les 6

Gun jezelf iets

"Het eerste jaar ben ik erg bezig geweest met het verdriet van mijn kinderen - je blijft toch moeder. Nu het wat zonniger wordt bij hen, heb ik meer tijd voor mezelf, maar bijvoorbeeld ook voor mijn broer. Ik kan nu pas meer om hem rouwen, eerder had ik daar geen ruimte voor.

Je moet jezelf herwaarderen, jezelf iets gunnen, waarom niet? Ik voel me niet schuldig. Als ik terugkijk denk ik: ik heb gedaan zoals ik het op dat moment heb ervaren. Natuurlijk heb ik me afgevraagd of het anders was gelopen als ik die dag was teruggegaan naar huis, of als iemand hem onderweg had ontmoet. Tegelijk heeft het, zoals ik ergens las, iets hovaardigs om te veronderstellen dat je een ander zou kunnen redden, dan sla je jezelf wel erg hoog aan.

De weken voor 30 mei en ook de paastijd vind ik moeilijk, de Lijdensweek heeft een diepere dimensie gekregen, je staat meer stil bij de betekenis van dood en opstanding. Alberts overlijden is onvoorstelbaar omdat het letterlijk zo onverklaarbaar is. Dat woord zegt al dat je er nooit klaar mee bent. Het betekent voor mij niet dat deze ervaring niet valt te belichten. Ik heb gemerkt dat er in openheid over praten voor mij en onze dochters de enig juiste manier is."

Christine Heetebrij

Christine Heetebrij-Visser (Amsterdam, 1957) volgde de Pedagogische Academie in Amsterdam, daar leerde ze Albert Heetebrij kennen. Na hun opleiding verhuisden ze naar Gouda waar Christine als leerkracht een baan vond op een reguliere basisschool. Nadat ze zich had verdiept in de antroposofie stapte ze over naar het vrijeschoolonderwijs. Ze begon als peuterjuf op de Vrije School in Gouda en is daar inmiddels sinds twintig jaar onderbouwleerkracht. Daarnaast deed ze een opleiding tot biografisch oudercoach. Ook Albert, die op verscheidene scholen heeft gewerkt buiten Gouda, stapte over naar het vrijeschoolonderwijs. Hij was leerkracht op de Vrije School in Amsterdam en Zoetermeer en werd daarna leraar op de Vrije School bovenbouw in Den Haag. Hij was 59 jaar toen hij overleed. Christine en Albert hebben drie dochters en een kleindochter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden