’Het leven gaat door, ook al wil je dat niet’

Lourdes Bramble had veel steun aan haar collega‿s. (Maartje Geels)

Na het verlies van een dierbare staat de wereld stil. Werk is wel het laatste waar je dan aan denkt. Toch kan het ook helpen om verder te gaan.

„Er waren collega’s die na een half jaar na het overlijden van mijn zoon dachten: het is gebeurd, maar nu is het wel weer tijd om verder te gaan. Zo werkt het alleen niet. Het is alsof jij in een supermarkt staat waarin iedereen rent, maar jij staat stil”, vertelt leidinggevende Lourdes Bramble (54).

Elf jaar geleden verloor ze haar zoon. Hij werd vlak voor zijn achttiende verjaardag aangereden door een auto toen hij met zijn fiets de weg overstak.

Twee maanden na het ongeval besloot de Arubaanse dat ze weer aan het werk wilde: „Ik kreeg op een gegeven moment genoeg van het thuis zitten. Ik kon toen nog heel weinig, maar ik had heel sterk het gevoel dat ik het contact met werk niet moest verliezen.”

Bramble heeft de leiding over het Participatie-Punt van Stichting Meerwaarde in Hoofddorp, een buurtcentrum waar met name allochtonen werkervaring op kunnen doen en terechtkunnen voor allerlei cursussen.

Volgens rouwbegeleider Joyce Neijenhuis is het absoluut een goede beslissing om na het verlies van een dierbare weer aan het werk te gaan: „Hoe mensen omgaan met verlies verschilt natuurlijk heel erg per persoon. Toch is het naar mijn idee het beste om snel het arbeidsproces in te stappen. Het leven gaat door, ook al wil je dat niet. Werk biedt structuur, afleiding en een sociaal netwerk. Het kan heel fijn zijn om een plek te hebben waar je even niet de ’moeder of broer van’ bent.”

Neijenhuis werkt bij ArboNed en is gespecialiseerd in rouw. In haar kantoor in Utrecht ontvangt ze werknemers van verschillende bedrijven en organisaties die te maken hebben gehad met verlies. Op tafel staat een grote doos tissues. Haar cliënten hebben op zo’n manier moeite met het verlies dat hun werkgever begeleiding heeft ingeschakeld. Neijenhuis: „In veel gevallen kunnen mensen het zelf. Maar als het niet lukt te functioneren, en mensen zitten ’vast’ in hun verdriet, is er soms begeleiding nodig om terug te keren naar werk.”

„Daarnaast moet je het zo zien”, vervolgt Neijenhuis: „De werkgever heeft er ook baat bij. Vijf of zes sessies is vaak al voldoende. Dat kost de werkgever wat, maar een periode van langdurig ziekteverzuim kost een organisatie vaak veel meer.”

Lourdes Bramble is overigens nooit naar een rouwbegeleider geweest. Ze heeft wel al meer periodes van diepe rouw doorgemaakt. De Arubaanse verloor eerder haar broer en zijn vriendin bij een auto-ongeluk. Niet lang daarna kreeg ze het nieuws dat haar vader, broer en neef nooit waren teruggekomen van het vissen: „Mijn vader woonde tot 1996 in Nederland, maar hij miste Aruba en vooral het vissen. Hij is daarom teruggegaan, en mijn broer ook. Niemand weet wat er gebeurd is. Ze hebben zelfs geen stukjes van de boot gevonden.”

Bramble ging na die verschrikkelijke gebeurtenissen steeds weer terug naar haar werk. „Als je niet werkt zit je thuis de hele tijd te denken wat er allemaal in je leven is gebeurd. Zelfmedelijden zit niet in mijn karakter.”

Ze vertelt dat ze daarnaast veel kracht heeft gehaald uit haar geloof: „Ik ben erg spiritueel, ik geloof dat er een leven na de dood is. Mijn zoon kwam steeds in mijn dromen, hij heeft me laten zien dat hij op een heel mooie plek is. Dat geeft troost.”

Ze vond steun bij haar collega’s. Bramble: „Ik vond heel fijn om weer mensen om me heen te hebben. Veel collega’s kwamen de eerste dag vragen hoe het met me ging, eigenlijk heb ik die dag helemaal niet gewerkt.”

In 1999 werkte Lourdes Bramble bij het vrouwencentrum van stichting Meerwaarde. Ze organiseerde projecten om vrouwen ’uit huis te halen’, en ze mee te laten doen. ’Samen met de beroepskrachten en vrijwilligers regelde ik dat er taalcursussen kwamen, maar ook fiets- en computerlessen.

„Ik was heel blij om door te gaan met het werk. Ik heb veel steun gehad aan de cursisten en vrijwilligers. Zij waren heel meelevend, dat zit toch ook in andere culturen dat het makkelijker is je emoties te tonen.”

De leidinggevende merkte ook dat er collega’s waren die haar juist vermeden. „Ik denk dat ze moeite met mijn verdriet hadden. Ze waren misschien bang dat ik in huilen zou uitbarsten als ze me zouden benaderen. Ik respecteerde dat, veel mensen zijn nou eenmaal bang om over gevoelens te praten.”

Rouwexpert Neijenhuis erkent dat het verlies van een ander ook voor collega’s een probleem kan vormen: „Het is helemaal niet raar als collega’s opzien tegen de dag dat iemand weer voor het eerst op werk verschijnt. Ik heb een keer meegemaakt dat een vrouw haar partner verloor door zelfdoding. Collega’s wisten niet wat ze daarmee moesten. De een had meteen een oordeel klaar, de ander wist niet wat hij tegen de persoon in kwestie zou moeten zeggen.”

Belangrijk is dat collega’s open zijn naar de werknemer. „Toon interesse. Vaak is alleen al vragen hoe het gaat voldoende. Informeer als leidinggevende wat werknemer nodig heeft. Wil hij of zij eerst een middag koffie drinken, of gewoon aan de slag? Dit geldt ook voor de begrafenis, ga daar niet ongevraagd heen. Sommige mensen vinden dat toch een privéaangelegenheid.”

Zorg er in alle gevallen voor dat het bespreekbaar is, benadrukt ze: „Als er niet over wordt gepraat kunnen rouwende werknemers in hun schulp kruipen. Ze kunnen denken: wat reageert die koud, ik zeg maar helemaal niks meer.” Een werknemer kan daardoor met steeds meer tegenzin naar zijn of haar werk gaan.

Neijenhuis: „Mensen melden zich na een overlijden vaak ziek (zie kader). Maar door goede afspraken onderling moet dat te voorkomen zijn. De werkgever heeft natuurlijk een zakelijk belang, maar hij of zij voelt ook aan dat je niet zo snel in een keer kunt opstarten. Sommige mensen nemen extra vakantiedagen op, of leveren in op hun bonus. Mijn ervaring is dat er vaak wel een mouw aan te passen is.”

Het werk is in zekere zin haar redding geweest, vertelt Bramble. „Werk is alles voor mij. Ik doe het met zoveel liefde, ik zou niet weten waar ik zonder was geweest. Het heeft mij geholpen bij het verwerken.”

„Ieder jaar neem ik op 11 juli vrij, dat is de dag dat we mijn zoon herdenken. Ik krijg nog steeds kaartjes, en sommige collega’s bellen”, vertelt Bramble. „Het gaat nooit over, en dat wil je ook niet: je wilt het nooit vergeten, je parkeert het ergens in je binnenste.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden