Het leven eindigde al na de TCR-affaire

Jan Langeberg, in de jaren negentig met twee van zijn broers betrokken bij het milieuschandaal rond scheepsafvalverwerkingsbedrijf Tankcleaning Rotterdam (TCR), is vorige week overleden.

De oud-directeur (58) kreeg op 17 november een beroerte in het huis van bewaring in Rotterdam. Hij zat daar op verdenking van smokkel van 1780 kilo cocaïne tussen Curaçao en Rotterdam en zou binnenkort voorkomen. In het proces tegen de toenmalige eigenaren van TCR, de Amsterdamse broers Jan, Ton en Ron Langeberg, stonden destijds twee zaken centraal. Het structureel lozen van sterk verontreinigd afval in de Botlek en elders, en het gulle uitgavenpatroon van het ministerie van verkeer en waterstaat, dat nauwelijks controleerde maar wel 40 miljoen gulden subsidie gaf aan TCR en zusterbedrijf TCA.

Nog voor de strafzaak tegen de broers en drie werknemers van TCR begon, kreeg Jan de eerste hersenbloeding. Tijdens het proces deed hij een beroep op zijn zwijgrecht, volgens zijn advocaat speelde geheugenverlies hierbij een rol.

Officier van justitie mr. L. de Jonge geloofde geen snars van dat laatste. Zij noemde Jan Langeberg ’het gezicht naar buiten, naar de overheden’ en ’geen prettig mens’. Opmerkelijk was dat zijn vijf medeverdachten voor een groot deel de schuld bij hem legden. „Geen gelul, rijden met die hap”, zou hij steeds hebben bevolen.

Van de verdachten kreeg Jan Langeberg oktober 1995 de zwaarste straf: zes jaar onvoorwaardelijk. De rechtbank noemde hem de ’drijvende kracht’ achter de criminele organisatie die TCR stilaan was geworden. De rechtbank verweet hem verder dat hij uit puur persoonlijk, financieel gewin het milieu gedurende een reeks van jaren had geminacht. Het hoger beroep hielp Jan niet, hij werd opnieuw tot zes jaar veroordeeld.

Begin 2001 stond hij weer voor de rechter, dan op verdenking van de teelt van 459 hennepplanten en het illegaal aftappen van stroom. Een advocaat had hij niet en van de sociale dienst genoot hij een uitkering. Frits Abrahams schreef er in NRC/Handelsblad over: „L. zag er bij de politierechter niet uit als iemand bij wie nog veel geld te vinden was. Hij droeg afgetrapte schoenen en een oude trui. Zijn gezicht stond bleek, moe en zorgelijk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden