Het leven als een doorlopende voorstelling

Eric Duivenvoorden schreef een enthousiaste biografie van Robert Jasper Grootveld, die hij te goed kende voor een evenwichtig oordeel.

Tijdens verjaardagen bij de Amsterdamse familie Grootveld gingen op een gegeven moment de schuifdeuren open. Daar stond Robbie, de zoon des huizes, ’als een gek verkleed, en dan ging hij hele shockerende dingen zeggen en doen’. Na een paar minuten was het grootmoeder Grootveld die ingreep met een snerpend ’Nou is het wel genoeg Robbie!’.

Een familiefeest als oefenterrein van de latere Robert Jasper Grootveld. Een kind nog, eenzaam op straat en op school, dat zich voor even laaft aan de aandacht. Veel anders zou het nooit meer worden. Want als een een beeld oprijst uit Eric Duivenvoordens ’Magiër van een nieuwe tijd, Het leven van Robert Jasper Grootveld’, dan is het dat van een man die de aandacht op zich weet te vestigen maar nooit echt ergens bij hoort.

Eind vorige maand kwam een definitief einde aan de doorlopende voorstelling die het leven van Grootveld was. De laatste jaren ging het al moeizaam. De magiër van weleer bewoog zich voort met een rollator van – een onbetaalbaar detail – het merk Provo.

De Amsterdammer had altijd wat ongrijpbaars. Hij liet zich de aandacht van homoseksuele mannen, onder wie de volksschrijver Gerard Reve, welgevallen, maar was eigenlijk helemaal niet van de herenliefde. Op rookreclame kladderde hij leuzen als ’Ben uw ook al an de kanker’. In zijn sessies bij Het Lieverdje op het Spui in de hoofdstad fulmineerde hij tegen de tabaksindustrie. Toch bleef hij zelf een kettingroker, teerde hij op de toelage van vriendin Netty Dagevos, afkomstig uit een familie van tabakshandelaren, en moest hij er niet aan denken dat mensen massaal hun sigaretten en sigaren zouden opgeven, omdat dat de economie zou ontwrichten.

Provo en Grootveld trokken samen op, maar eigenlijk verschilden ze te veel. Provo was Grootveld te politiek en met lede ogen zag hij hoe zijn happenings van een spel met de autoriteiten ontaardden in een confrontatie met het gezag. Dat was niet wat hij beoogde.

Bovendien was hij bang voor een tegenreactie, de wraak van het klootjesvolk. Grootveld was niet vies van een blowtje, was een tijd lang actief als hennepkweker, maar waarschuwde – tot verbazing van veel anderen – voor de gevaren van overmatig gebruik van allerhande verdovende middelen. Als alles maar op zijn beloop wordt gelaten, drijft dat mensen die op zoek zijn naar genot uiteindelijk in de armen van de pillenmaffia, voorspelde hij.

Duivenvoorden schrijft met merkbaar enthousiasme over zijn onderwerp. Hij voert de lezer mee langs de twaalf ambachten, de dertien ongelukken en vooral langs de onwaarschijnlijke gekkigheid die Grootveld uithaalde. Het levert een nonfictie-schelmenroman op die leest als een trein.

De schrijver maakt er geen geheim van dat hij de afgelopen jaren tot de kring van intimi van zijn onderwerp hoorde. Die betrokkenheid lijkt verhinderd te hebben dat Duivenvoorden bij de totstandkoming van de biografie zo af en toe eens het broodnodige stapje terug heeft gedaan. Hij citeert met gretigheid mensen als Freek de Jonge, Jan Vrijman en Remco Campert die Grootveld loven als de prins die het ingeslapen Nederland wakker kuste.

„Hoe meer ik de afgelopen jaren met Jasper optrok, des te beter ik de aantrekkingskracht begreep die hij alleen al door zijn opvallende gedrag op veel mensen gehad moet hebben”, schrijft Duivenvoorden. Anarchistisch en onaangepast zijn volgens hem passende omschrijvingen van Grootvelds gedrag. „Voor de meesten was het indertijd gewoon magisch.”

De auteur lijkt in de ban van diezelfde betovering. „Onbedoeld nodigde Robert Jasper Grootveld iedereen uit zijn eigen beeld te scheppen, van hem en van de werkelijkheid die hij voorspiegelde”, schreef Duivenvoorden twee weken geleden in een in memoriam in Vrij Nederland. Dat zou best eens zo kunnen zijn, maar een biograaf mag het niet bij zo'n constatering laten. Die moet achter dat imago krabben, de schemerzone tussen zin en waanzin verkennen.

Wie niet serieus stilstaat bij de mogelijkheid dat Grootveld de dorpsgek van de jaren zestig was, kan hem ook niet met recht en reden op een sokkel plaatsen als profeet van een nieuwe tijd. Duivenvoorden neemt nu al te gemakkelijk aan dat zijn ’held’ een grote bijdrage leverde aan de – in vergelijking met andere landen – betrekkelijk geweldloos verlopen revolutie van de jaren zestig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden