ColumnSylvain Ephimenco

Het lelijke gezicht van je eigen pessimisme

En daar is die dan: de dag die je wist dat zou komen, is eindelijk hier. Om precies te zijn het 47ste etmaal van je opsluiting. Dan merk je plots dat deze lockdown in je hersenpan is geslopen en ongemerkt het carrousel van je onbekommerde gedachten tot stilstand heeft gebracht.

Wat nog ronddraait, zijn vervuilde inzichten en denkbeelden die alle naar hetzelfde onderwerp ­leiden: het besmettelijke onzichtbare dat ons zicht op het vertrouwde alledaagse lijkt te hebben ont­nomen. Je tablet zendt het bericht dat je nu, een ­record, gemiddeld acht uur van je dag aan digitale lectuur verpatst. Wat je leest, is eendimensionaal, maar in al zijn beperktheid toch oneindig. Buiten het coronavirus geen heil meer!

Je weet natuurlijk allang dat kranten, bladen en sites niets anders kunnen aanbieden dan meer van hetzelfde. En ook jij doet hier bijna mechanisch aan mee. Je springt van statistieken naar prognoses en van analyses naar verklaringen. Je hebt al die ­reportages meer dan eens gelezen en kent iedere vierkante centimeter van die ic-afdelingen, seniorenflats of mortuaria als je broekzak. Je leeft al weken mee met dit besmette gezin, waarvan het ingesloten leven zich als een feuilleton uitrolt. 

Langzaamaan begin je op de keurige employé van een begrafenisonderneming te lijken: dagelijks surf je naar de tabellen van het Center for Systems Science and Engineering van de Johns Hopkins University. Daar kun je de verse coronadoden per land noteren en aan de optelsom van je zwaarmoedigheid toevoegen.

Amerikaanse freakshow

Hoe kun je dan ontsnappen aan het lagedrukgebied dat over je eigen depressie zweeft? Door zoals ieder ander schaapachtig voor het Netflix-scherm ineen te ­zijgen. Je volgde de aanwijzing van Bos & Bas een paar weken geleden en klikte op ‘Tiger King’. Opwinding gegarandeerd bij deze ‘Amerikaanse freakshow’. Hoewel je de hele serie hebt afgekeken, word je bijkans nog somberder van al die psychopaten die een uitstervende soort gekooid houden. In tijden van pandemie is het beter om met een grote bocht om de Joe Exotics van deze wereld heen te lopen.

Terwijl je voelt hoe het lagedrukgebied in je hoofd steeds drukkender wordt, bel je zoals iedere dag je oude moeder. “Het is bijna acht uur, kind, bel maar terug, want ik moet het balkon op.”

Kleuren op het zwarte bord van de misère

En plots is alles weg, de depressie en de zwaarmoedigheid. De hoop stroomt weer door je hoofd: je moeder gaat zoals iedere avond om acht uur als eerste op haar balkon het klapsignaal aan de buren ­geven. Applaudisseren voor al die helden in de ­frontlinie, die de ic’s bemannen.

En je denkt ook aan het gedicht ‘De slechte ­leerling’ (‘Le cancre’) van Jacques Prévert: En hoe de meester ook mag snauwen / en wat de wonderkinderen ook jouwen / met krijtjes van alle kleuren / op het zwarte bord van de misère / tekent hij het gezicht van het geluk.

Dan teken je op jouw beurt op een papiertje het lelijke gezicht van je eigen pessimisme en daaronder schrijf je met vrolijke letters: ‘Krijg toch de c!’ 

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden