Het leger staat nog

De Indonesische president Wahid lijkt erin te slagen de invloed van het leger te beperken. Althans in grachtengordel Jakarta. In de regio's zijn de soldaten nog heer en meester. Correspondente Wilma van der Maten schetst opkomst en mogelijke ondergang van de generaals-politici.

,,Samen met Soeharto was ik een revolutionair van het eerste uur. Wij hebben onze beste jaren gegeven voor de bevrijding. Dankzij het leger is ons land nu op weg naar een volledige democratie. Maar we moeten paraat blijven. Ook politiek gezien. Want tijden kunnen veranderen'', zegt luitenant-generaal b.d. Achmad Tirtosudiro.

Deze 78-jarige gepensioneerde beseft dat aan de oppermacht van het leger (TNI) een eind is gekomen. Maar een definitieve scheiding tussen leger en politiek, dat gaat hem te ver. In 1976 ging deze luitenant-generaal met pensioen, na een glansrijke slot aan zijn carrière, op de hoogste post in de ambassade in West-Duitsland. Achmad is nu voorzitter van het hoogste adviesorgaan van de regering, onder de voormalige president Soeharto opgericht en -kenmerkend voor de veranderde tijden- op de nominatie om binnenkort te worden opgeheven.

Achmad vertegenwoordigt een belangrijke groep. Na de onafhankelijksstrijd in 1945-1949 eisten de revolutionaire strijders, samengesmeed tot TNI, een hoofdrol op in de politiek. Maar het volk schaarde zich achter de populaire burger Soekarno, die zichzelf uitriep tot president van de republiek. Samen met Mohammed Hatta vormde hij een burgerregering. De relatie tussen de intellectualistische, flamboyante president en het volksleger, dat voornamelijk bestaat uit niet-geschoolde jongens van het Javaanse platteland, bestond uit onbegrip.

De etnische en religieuze diversiteit was van begin af aan een bedreiging voor de Indonesische eenheidsstaat. Soekarno bedacht de Pancasila (vijf zuilen), een staatsfilosofie waarin alle geloven en ideologieën in vijf gemeenschappelijke principes werden samengebracht: één God, gelijke rechten voor iedereen, democratie, eenheid van Indonesië en sociale gelijkheid. Achterdochtig volgde het leger de opbouw van een parlementair systeem en de oprichting van tientallen politieke partijen. De militairen, mannen als Achmad voelden zich op het tweede plan gezet.

Opstanden en etnische conflicten in de archipel dwongen Soekarno al snel de hulp in te roepen van het leger. Toen bij de eerste vrije verkiezingen in 1955 geen enkele partij een meerderheid behaalde en een politieke impasse ontstond, zag de legertop zijn kans schoon. Achter de schermen bewerkte hij Soekarno net zolang tot hij de noodtoestand afkondigde. De macht van het parlement werd drastisch teruggebracht. Dit akkoord werd in 1958 bezegeld in een manifest, opgesteld door opperbevelhebber Abdul Haris Nasution: in het hele land kwamen hoge militairen op bestuurlijke posten. Het was het begin van de Dwifungsi, de macht van het leger in de samenleving.

Achmad beschouwt het nog steeds als een juiste stap: ,,Vergeet niet, toen de Nederlanders uit Indonesië vertrokken, lieten ze een volstrekt leeg bestuursapparaat achter. Scholing voor inlanders was er nauwelijks geweest. Alleen de kinderen van de elite, die Nederlands sprak, hadden een goede opleiding gekregen. En in een revolutie ontwikkelen militairen zich nu eenmaal sneller dan de burgers. Daarom móest het leger wel bestuurlijke functies naar zich toe trekken.''

Toen Indonesië begin jaren zestig in een economische crisis verzeild raakt, verweet het leger Soekarno wanbeheer. Luitenant-generaal b.d. Achmad: ,,Door de toenemende armoede raakten burgers zo teleurgesteld in de president dat ze ons, de militairen, vroegen de taken van gouverneurs en burgemeesters over te nemen.''

De relatie tussen leger en president kwam op scherp te staan toen de grootste politieke partij, de communistische PKI, door de crisis in snel tempo leden won. Het leger zag in de PKI een geduchte concurrent en was bang opnieuw de macht te moeten delen. Soekarno weigerde de PKI uit te rangeren.

In de nacht van 30 september 1965 brak één van de zwartste perioden uit de geschiedenis van Indonesië aan. Zeven hoge militairen werden ontvoerd en gedood. Linkse Soekarno-gezinde generaals zouden, met steun van de communisten, uit zijn op een staatsgreep. De PKI kreeg de schuld. In het hele land werd de jacht op communisten en vermeende communisten geopend. ,,De rivieren zien rood van het bloed'', schreven buitenlandse journalisten. Honderdduizenden werden vermoord.

Uit het niets verscheen de onbekende majoor-generaal Soeharto, die de rust herstelde en Soekarno onder huisarrest plaatste. Er kwam een einde aan twintig jaar civiele regering. Militairen verschenen in het parlement en hoge generaals bezetten meer dan eenderde van alle ministersposten. De droom van de militairen was uitgekomen.

Gepensioneerd luitenant-generaal Hasnan Habib staat als een hervormer bekend. Maar ook hij vindt de Nieuwe Orde van tóen, die van president Soeharto, nog steeds te verdedigen: ,,Je kunt niet ontkennen dat de militairen hebben bijgedragen aan dertig jaar stabiliteit. Indonesië werd een van de weinige Derde Wereldlanden met een economische groei die ver boven het gemiddelde lag.''

De prijs voor een groei die vooral de rijkeren ten goede kwam, was wel hoog. De pers werd gemuilkorfd, vakbonden en politieke partijen verboden. Er ontstond een totalitair regime waarin de rechten van de mens niet telden. Het volksleger ontpopte zich tot een soort inheemse bezettingsmacht, ver boven het gewone volk verheven.

Het ontbreken van kritische media en andere controlemechanismen bood de legerleiding in verre provincies de kans zich te ontwikkelen tot dictatoriale vorsten. Zij lieten zich steunen door ongedisciplineerde soldaten, die het bestelen van de bevolking tot systeem verhieven.

De financiële crisis in 1997 legde het sociaal-economisch wanbeleid van Soeharto en de zijnen bloot. Er was letterlijk geen bedrijfssector te vinden, waarin zijn kinderen en zakenvrienden géén aandelen hadden. Door de exorbitante leningen die ze elkaar via eigen of bevriende banken toespeelden, stond de banksector op instorten. Indonesië was bijna bankroet.

President Aburrahman Wahid moet op deze erfenis iets opbouwen. Meteen nadat het volkscongres hem in oktober tot president koos, ging hij de strijd met de militairen aan. Regelmatig circuleerden er de afgelopen maand in Jakarta geruchten dat gefrustreerde generaals op het punt stonden een staatsgreep te plegen. Maar op de dag waarop Wahid zijn minister Wiranto naar huis stuurde, de man die onder Soeharto nog diende als oppermachtig bevelhebber van het leger, jubelden de kranten: De burger heeft gewonnen van de generaal.

Een studente van de Atma Jaya Universiteit in Jakarta is er nog niet gerust op . ,,Er zitten nog altijd militairen in het parlement en in het kabinet. Dat niet alleen, in het hele land hebben ze bestuurlijke functies, van burgeme0ester tot gouverneur. De Dwifungsi bestaat nog. Wat denk je van al die legercommandanten in de provincies? Laat de president ook die aanpakken.'' Een medestudent valt haar bij: ,,Soldaten doen nog steeds waar ze zin in hebben. Vorige week, het stond in de krant: soldaten die een weduwe overvallen en beroven. Ze hebben jarenlang boven de wet gestaan, dat verander je echt niet door Wiranto te ontslaan.''

Maar het ontslag van Wiranto staat niet meer op zich. Wahid bereikte met de legertop een akkoord over het terugtrekken van de militairen uit de landelijke politiek. Tot 2004 mogen ze nog achtendertig zetels in het parlement bezetten, daarna is het afgelopen. De vijf generaals die hij in oktober in zijn ministersploeg opnam, gaan op 31 maart aanstaande met pensioen.

Op alle topfuncties binnen het leger heeft Wahid inmiddels hervormers aangesteld, die met hem van mening zijn dat het leger niets in de politiek te zoeken heeft. De nieuwe, hervormingsgezinde opperbevelhebber van het leger, Widodo, verklaarde vorige week in het parlement achter de plannen van Wahid voor het leger te staan. Afgelopen maandag liet Widodo zijn woordvoerder Graito Usodo bekendmaken dat nog eens 74 hooggeplaatste militairen per 1 maart worden weggepromoveerd.

De macht van de elf legercommandanten in de buitengewesten hoopt Wahid te breken met steun van een progressief buitenbeentje binnen het leger, majoor-generaal Agus Wirahadikusuma, tot het eind van deze maand commandant in Zuid-Sulawesi. De legercommandant haalde zich onlangs de woede van zijn collega's op de hals door publiekelijk zijn excuses aan te bieden voor de wandaden van het leger. ,,Soldaten horen in de barakken en niet in het parlement'', vindt Agus. En elf commandanten is volgens Angus veel te veel. Als beloning wordt hij bevorderd tot commandant van het strategisch militaire commando, Kostrad, in de hoofdstad Jakarta.

Luitenant-generaal b.d. Achmad is niet gelukkig. Hij bevestigt dat een kleine groep generaals, gepensioneerde en actieve, zich tegen de hervorminsplannen van Wahid verzet. ,,Er is nu eenmaal verschil tussen een westers land en een ontwikkelingsland in opbouw. In Europa is de maatschappij honderd jaar geleden al gevormd en blijft de orde gehandhaafd. Hier niet. Kijk om je heen, Atjeh, Irian Jaya, de Molukken, het blijft onrustig.''

Achmad ontkent overigens ten stelligste dat er binnen het leger plannen zijn de burgerregering van Wahid omver te gooien: ,,Die geruchten komen uit het buitenland. Uit Amerika.'' En wat de president betreft, die zich eveneens heeft laten ontvallen dat sommige generaals op een staatsgreep uit zouden zijn: ,,Men moet zijn vuile was niet buiten hangen. Meer zeg ik niet over de president. Niemand is uit op een staatsgreep.''

,,Volgens onze filosfie steunt het leger niet de president maar het land. Toch hebben we als generaals onder elkaar altijd gezegd dat we niet aan een staatsgreep zullen beginnen. Doen we dat toch, dan komt er een tegen-coup. Kijk naar Latijns-Amerika. Dat is onze traditie niet en zal ook nooit onze traditie worden.''

Sommige invloedrijke oud-generaals die blijven dwarsliggen, worden door Wahid hard aangepakt. Zijn nieuwe prooi is Feisal Tanjung, als voormalig opperbevelhebber van het leger de voorganger van Wiranto. Wahid beschuldigt de oud-generaal ervan in de jaren negentig een moordaanslag op hem en Megawati te hebben voorbereid. Ook zou Feisal in 1996 de opdracht hebben gegeven het hoofdkantoor van de PDI, de partij van Megawati, te overvallen. Daarbij kwamen meer dan honderd mensen om.

Marzuki Darusman, de hoogste openbaar aanklager van het land, is een onderzoek begonnen, waarbij ook oud-generaal Try Sutrisno, vriend van Tanjung en vice-president onder Soeharto, betrokken is. Sindsdien houden oud-generaals die voorheen in de media het beleid van Wahid bekritiseerden hun mond dicht.

Dit geldt allemaal 'de grachtengordel' van Jakarta. De arm van Wahid reikt nog niet tot diep in de regio's. In West-Timor houden pro-Indonesische milities nog steeds meer dan honderdduizend landgenoten in kampen vast. De Oost-Timorezen willen terug naar huis, maar de milities weigeren de vluchtelingen te laten gaan. Wahid riep de Indonesische soldaten verschillende keren op daar een einde aan te maken, maar tot nu toe tevergeefs.

In het noordelijke Atjeh voelen soldaten zich heer en meester. Ze trekken zich niets van de oproep van Wahid aan de bevolking vriendelijker te bejegenen. Het leger zit er om de rebellenbeweging voor een Vrij Atjeh (GAM) uit te schakelen. Zolang GAM actief is, zet het leger de oorlog ook voort.

,,De aanhoudende onrust in Indonesië versterkt mijn mening dat de politieke rol van het leger nog niet is uitgespeeld'', zegt luitenant-generaal b.d. Achmad. ,,Daarom blijf ik er voor pleiten dat soldaten tijdens hun opleiding het politieke en economische lesprogramma behouden. Mocht het land ze opnieuw nodig hebben dan kunnen ze direct hun oude posities weer innemen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden