Het leger kanslozen moet niet uitgebreid

„Nu kunnen we gaan werken aan een prettiger Nederland”, zegt Agnes Jongerius. Ze voelt zich gesterkt door de veranderingen in het politieke landschap sinds 22 november. Een vooruitblik met de voorvrouw van de grootste Nederlandse vakcentrale FNV, naar wat volgens haar ’een heel spannend jaar’ wordt.

door Wilma van Meteren en Willem Schoonen

Op de avond voor de verkiezingen was Agnes Jongerius in Sneek. Terwijl de politieke leiders op televisie de degens kruisten in het slotdebat, peilde zij haar achterban in Friesland. „Er heerste een stemming van ’nu zijn wij aan de beurt’. De afgelopen jaren is er aan de verworvenheden van de verzorgingsstaat geknipt, geplakt, geschaafd en gesneden. Na die kaalslag herkennen mensen zich niet meer in de Nederlandse samenleving. Ze zeiden: we willen een socialer Nederland. Natuurlijk met perspectief op economische groei, want werk maakt gelukkig.”

Sprekend over Sneek kleuren haar wangen en komen haar armen in beweging. „Het was mooi om te zien. Mensen die zeggen: we willen een andere samenleving, een van sociale samenhang, waarin we iets voor elkaar overhebben. Waarin de publieke voorzieningen weer eens op het hoofdpodium komen. Met goede ouderenzorg en gezondheidszorg.”

Gaan we daarmee weer terug naar een samenleving die mensen in een uitkering laat hangen? Nee, zegt Jongerius: „Er blijft de roep om actief bij te dragen en op zoek te gaan naar betaald werk. Ieder moet zijn steentje bijdragen. Maar we houden voorzieningen voor degenen die niet mee kunnen doen.”

Een warme, linkse samenleving? „Warm, dat is het belangrijkste. Links is een arbitrair begrip. Als politiek commentator zou ik het CDA bij het rechtse blok hebben ingedeeld, daar heeft die partij zichzelf voor de verkiezingen ook gepositioneerd. Ik verwacht dat het CDA zich nu van een andere kant zal laten zien.”

Tijdens drie kabinetten-Balkenende heeft het volgens Jongerius aan die warmte en sociale cohesie ontbroken. De samenleving is schraal geworden en op een aantal terreinen is Nederland doorgeschoten, zoals bij de hervorming van de WAO. „We hadden gezegd: mensen die echt ziek zijn geven we een hogere uitkering. Die zullen we niet belasten met de fictie dat ze op zeker moment aan de slag kunnen. Voor de overigen, met een beperkte arbeidshandicap, zouden we het niet meer collectief regelen maar hen helpen in het arbeidsproces te blijven of weer te komen, met een collectieve aanvulling op het salaris. Waar is het op uitgekomen? Bij de herkeuringen voor de WAO en de keuring voor de WIA (de nieuwe WAO) staan de knoppen zo scherp afgesteld dat te veel mensen gezonder worden ingeschat dan ze in feite zijn. Veel minder mensen krijgen nog een uitkering. Dat staat misschien aardig in de uitkeringsstatistieken, maar het ergste is dat het niet lukt om deze mensen aan het werk te houden of te krijgen. Financieel sta je er als staat dan misschien beter voor, het is schadelijk voor mensen en de samenleving als geheel.”

Jongerius verwacht dat de veranderde stemming in de loop van dit nieuwe jaar tot een ander beleid zal leiden. „Als we geen maatregelen treffen zakken we door de ondergrens van wat we onze ouders aan zorg bieden. Of zijn er geen mensen meer om onze kinderen les te geven. Het personeelstekort in de collectieve sector moeten we onder ogen zien.” Essentieel is volgens haar dat meer wordt geïnvesteerd, niet alleen in jongeren en hoger opgeleiden, maar ook in vrouwen, ouderen en allochtonen. Zo moet het integratiedebat niet over immigratie gaan maar over integratie, ook op de arbeidsmarkt. „Meer vrouwen moeten aan het werk. Te lang is het gezien als een luxe dat een vrouw ging werken. Het is geen luxe meer, maar pure noodzaak. Je bent er niet met kinderopvang, er zijn nieuwe initiatieven nodig om het de goede richting in te krijgen.” Aan de politiek, de werkgevers en de vakbeweging zelf zegt ze: „Het is aan ons hen te verleiden.”

Hetzelfde geldt ten aanzien van oudere werknemers, zegt Jongerius: „We hebben de regiegroep ’Grijs werkt’, die eens per jaar op de dag van de ouderen iets van zich laat horen. Voorzitter Nijpels roept dan op 1 oktober iets over leeftijdbewust personeelsbeleid, er zit geen enkele urgentie op. Het valt onder hetzelfde conglomeraat als mensen met een arbeidshandicap. We moeten werk van hen maken en niet met loze beloftes het leger kanslozen uitbreiden.”

En hopelijk mag het in het nieuwe jaar weer eens over het buitenland gaan, verzucht de FNV-voorzitter, over de plaats van Nederland in Europa en de Nederlandse blik op de rest van de wereld. Want het is in Den Haag opvallend stil, bijvoorbeeld over de vastgelopen Europese grondwet. „Dan hoor je minister Bot in de Tweede Kamer zeggen: we halen niet alleen de vlag en het volkslied eruit maar ook de sociale grondrechten. Dan heeft hij de verkiezingsuitslag niet begrepen. Mensen willen juist een Europa met een socialer gezicht. Het valt me op dat op zo’n moment het hele parlement stil blijft. Dat kan toch niet het antwoord zijn? Er is geen andere mogelijkheid dan het debat aan te gaan.”

Je moet door je eigen angst heen, is het motto van Jongerius. Ook in de discussie over de concurrentie in Europa: „Iedereen weet dat het na je 45ste heel moeilijk wordt weer aan de slag te komen. En dan komt die Pool, die een bedreiging is voor jouw werkgelegenheid. Die angst voor het verlies van werk plus instroom uit het buitenland is een gevaarlijke cocktail. Die kun je niet negeren.”

Jongerius zegt zich te ergeren aan de sjablonen en spookbeelden in het debat. Daar heeft de vakbeweging in ieder geval niet aan meegedaan, zegt zij: „We hebben van de Pool geen boeman gemaakt. We willen wel voorkomen dat arbeidsmigranten de speelbal van de willekeur van werkgevers worden. Vrij verkeer is een grondrecht van werknemers in Europa.”

De vakbeweging krijgt het verwijt dat vrije verkeer zelf te bemoeilijken door allerlei voorwaarden te stellen. Jongerius: „De Europese verkeersregels zijn zo ingericht dat vrij verkeer ook de weg kan vrijmaken voor uitbuiting. We moeten voor gelijk werk gelijke beloning kunnen garanderen, dat is toch de kern van de vakbeweging. We zijn in Europa ook anders dan in de VS. Belangen van bedrijven staan hier niet op plaats een tot en met tien. Ons concept is investeren in menselijk kapitaal. De bedoeling van Bolkestein met zijn dienstenrichtlijn was om op onze verzorgingsstaat af te dingen. Ik ben ongelooflijk trots dat dat niet is gelukt.”

Angst overheerst ook het debat over China. Een bezoek met FNV-bestuurders en kaderleden heeft veel daarvan weggenomen, zegt Jongerius: „De kaderleden waren bijna opgelucht toen ze het gezien hadden. Als dit China is, dan hoeven we niet zo bang te zijn. De lonen liggen er laag en Chinezen maken lange werkdagen. Maar kijk je naar het werktempo, naar de productiviteit, dan valt het nogal mee.”

„De globalisering wordt gebruikt als spookbeeld om hier bepaalde maatregelen door te drukken. We moesten de WW en het ontslagrecht hervormen, soepeler en flexibeler werken, omdat we het anders zouden afleggen tegen China en India. Maar als je gaat kijken, blijkt dat Gele Gevaar niet te bestaan. Nederlandse bedrijven investeren in China omdat daar een markt is voor hun producten, applaus. Dat toont lef, waar we trots op kunnen zijn. We behoren er tot de grootste investeerders, dat is eerder bemoedigend dan beangstigend. We moeten ook erkennen dat bepaalde sectoren, zoals de textiel, al lang weg zijn uit Nederland en niet meer terugkomen.”

Sinds het bezoek aan China kijken de FNV-kaderleden in de bedrijven naar de feiten. „Als een Nederlands bedrijf in China investeert en niet in de productie in Nederland, dan kunnen ze het debat aan op grond van feiten en niet op basis van angst.” Ze bestrijdt dat in het debat het eigen belang voorop staat. „Onze leden vinden het belangrijk dat we via FNV Mondiaal opkomen voor werknemersrechten elders in de wereld, dat we ons verzetten tegen kinderarbeid. Toen TPG Post werd afgestoten zaten we niet alleen te onderhandelen over een sociale regeling voor de werknemers, maar ook over hun bijdrage aan het Wereldvoedselprogramma. Mensen voelen zich weer betrokken bij de wereld. Dat is een tijd weggeweest.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden