Het lege koffertje van Desi Bouterse

In hun debuut 'Bouterse aan de macht' beschrijven Ivo Evers en Pieter Van Maele hoe Suriname er na 35 jaar onafhankelijkheid voor staat, met als rode draad het omstreden presidentschap van Desi Bouterse. Deze voorpublicatie vertelt hoe Bouterse, nu net weer genoemd in een drugsschandaal, in 2010 aantreedt met een stapel wilde plannen en daarna het geld ongeremd laat rollen.

Politieke bijeenkomsten in Zuid-Amerika zijn niet zelden een ware uitputtingsslag. Langdradige toespraken duren soms uren. De Cubaanse leider Fidel Castro speecht in 1986 tijdens een congres van zijn communistische partij zeven uur en tien minuten lang. Dat kan langer, moet Hugo Chávez in 2007 hebben gedacht. Hij verschijnt op een goede zondag op de Venezolaanse staatstelevisie voor een presidentiële recordspeech van acht uur. "De eerste keer in de geschiedenis", grinnikt hij na afloop in de camera, waarop zijn persdienst een lovend bericht over de prestatie verspreidt.

Suriname past aardig in die traditie. Op 1 oktober 2010, anderhalve maand na zijn beëdiging, steekt president Desi Bouterse, die ook als militair leider lange optredens nimmer schuwde, in het parlement van wal met een jaarrede die twee uur duurt. Later overtreft hij dat nog eens door tijdens de algemene politieke beschouwingen vijf uur lang achter het spreekgestoelte plaats te nemen.

De presentatie van Bouterse's plannen voor de komende vijf jaren lijkt, op die oktoberdag van 2010, wel pakjesavond. Naast een brug naar buurland Guyana en de bouw van duizenden volkswoningen verspreid over het hele land, krijgt het district Commewijne een diepzeehaven, komen er nieuwe wegen dwars door de jungle, vier toeristische parken in het binnenland, een nieuwe universiteit en dito luchthaven. De dienstplicht wordt heringevoerd, de algemene ouderdomsvoorziening gaat omhoog en het belastingstelsel gaat grondig op de schop.

De plannen zien er mooi uit, maar hoe moet de regering alles financieren? Bouterse is van plan tijdens zijn eerste jaar als president meer dan een miljard euro uit te geven; tegelijkertijd ziet de begroting er niet florissant uit.

Er blijkt meteen een tekort van minstens 190 miljoen euro te zijn. "We dragen een enorme schuldenlast met ons mee. Het geld is op", zucht vicepresident Robert Ameerali op een persconferentie. Hoe kan dat? Liet de vorige regering dan geen gezonde staatskas achter, zoals ze altijd beweerde? "Neen, ex-president Ronald Venetiaan hield de samenleving tien jaar lang voor de gek", aldus de lezing van de regering-Bouterse. Aan de oppervlakte zag het er goed uit, maar achter de schermen was er sprake van een berg onbetaalde rekeningen, een overschrijding van de leningenlimiet, een zwarte wisselkoers en een rampzalige loonsverhoging voor ambtenaren. Vooral het laatste eindigde als onbetaalbare draak op de begroting.

Vicepresident Ameerali kondigt daarom tegelijk straffe bezuinigingen aan. Op huurauto's bijvoorbeeld, want Venetiaan en kompanen reden jarenlang in peperdure huurwagens rond. Ook dienstreizen worden aan banden gelegd. Ministers vliegen voortaan maar economy class en met afgeslankte delegaties naar conferenties. Het parlement moet ook aan reiscomfort inboeten.

Sommige bewindslieden trekken zich echter niets aan van de besparingsplannen. Het eerste wat minister Ramon Abrahams van Openbare Werken doet nadat hij in zijn nieuwe kantoor is getrokken, is dat helemaal laten verbouwen. Grappen over gouden kranen en voorverwarmde toiletbrillen gonzen door Paramaribo. Niet lang daarna is een vermeend moordcomplot op dezelfde minister aanleiding om ook zijn dienstauto om te bouwen. Het komt nogal stuntelig over: heeft hij soms schietstoelen nodig?

Maar de grappen over Abrahams verbleken bij de commotie die een maand later losbarst als het salaris uitlekt van de nieuwe gouverneur van de Centrale Bank die Bouterse in de arm heeft genomen. Dezelfde ochtend dat zijn loon wordt goedgekeurd door de Raad van Ministers, ligt het nieuws op straat. Gouverneur Gillmore Hoefdraad verdient maandelijks bijna 20.000 euro, ruim het dubbele van president Bouterse zelf. Hoefdraad werkte daarvoor voor het Internationaal Monetair Fonds en wilde wel terug naar zijn geboorteland, maar eiste dat hij er financieel niet op achteruit zou gaan.

Steve Meye, de geestelijk adviseur van Bouterse, komt eveneens op de loonlijst van de overheid terecht. Niet geheel toevallig is Meye voorganger van de Volle Evangelische Nieuwe Generatie Gemeente Gods Bazuin, die naar eigen zeggen om en nabij de 15.000 leden heeft. Bouterse en een flink deel van zijn achterban vouwen er elke zondag de handen ineen om tot God te bidden en om er 'tienden', tien procent van het loon, af te staan. In theorie gaat dat geld naar de armen van de gemeente en het onderhoud van de kerken, maar boze tongen wijzen erop dat Meye in opvallende weelde leeft, dure maatpakken en designbrillen bezit en in een protserige auto rondrijdt.

De regering sluit eveneens een deal met de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij, waardoor ze een van de twee Boeings van de maatschappij kan opeisen wanneer ze dat nodig acht, bijvoorbeeld als de president of ministers op buitenlandse missie moeten. Deze overeenkomst kost de overheid weliswaar 100.000 euro per maand, maar daarvoor zijn de hoge ambtenaren altijd verzekerd van een plekje. En stel dat dan niet alle vrachtruimte in het opgeëiste vliegtuig gebruikt wordt? Improviseren is de regering niet vreemd, bewijst (intussen ex-)minister Wonnie Boedhoe van financiën. Zij vindt dat er in het vrachtruim dan wel enkele dozen met bijvoorbeeld bananen mee de lucht in kunnen. "We weten dat er een afzetmarkt is in de regio. Straks kunnen we een vliegtuig inzetten om verse groente of fruit per luchtvracht te transporteren."

De SLM wordt zo van regering op regering kunstmatig in leven gehouden. In 2011 verschijnt de luchtvaartmaatschappij via een vreemde subsidiestructuur ter waarde van 17 miljoen euro op de begroting. "Het gaat om een staatsbedrijf, dus de overheid helpt een handje mee", antwoordt vicepresident Ameerali op vragen hierover in het parlement. Bouterse maakt gretig gebruik van de regeling en vliegt met de national carrier in het eerste jaar van zijn bewind onder meer naar de Verenigde Staten, Cuba, Brazilië, Guyana, Saint Kitts & Nevis en Barbados.

Nagaan hoe de staat Suriname er financieel werkelijk voor staat, dat lijkt onbegonnen werk. Onafhankelijke controle-instellingen functioneren amper, van een Wet op het Openbaar Bestuur is al helemaal geen sprake. De Rekenkamer kijkt vanaf 2008 werkloos toe. De zittingstermijn van het bestuur is dat jaar verlopen, maar het parlement stelt maar geen nieuwe leden aan. Pas in april 2011 benoemt president Bouterse een nieuw bestuur, waarna het instituut - na twaalf jaar onderbezetting en totale leegstand - langzaam weer op gang komt.

Het tekent de ondoorzichtigheid waarmee regeringen opereren, met een onoverzichtelijke, wanordelijke brij van discutabele waarheden en onvolledige informatie tot gevolg.

Ameerali, wiens kabinet de leiding heeft over het communicatiebeleid van de regering, probeert de informatieverstrekking in eerste instantie nog te stroomlijnen. Het clubhuis van de boyscouts van Paramaribo wordt ingericht als persruimte, in de achtertuin komt een gloednieuwe parkeerplaats voor de auto's van de ministers. In het zaaltje zullen onder leiding van Ameerali voortaan wekelijks willekeurige ministers aanschuiven om zich te onderwerpen aan een spervuur van vragen. Die gaan over vaak volledig uit de lucht gegrepen onderwerpen, van de prijs voor een blikje bonen en het dramatische verloop van een missverkiezing, maar ook over uiterst serieuze beschuldigingen van structurele corruptie op ministeries.

Het concept blijkt al snel niet te werken. Discussies tussen journalisten en de vicepresident draaien regelmatig uit op niet mis te verstane ruzies. Wanneer minister Alice Amafo van Volkshuisvesting na vragen over een woningbouwproject in vaagheden en algemeenheden blijft steken, ziet Ameerali zich later die dag genoodzaakt met een aparte persconferentie de vragen nogmaals te beantwoorden. Journalisten die de vicepresident om meer duidelijkheid vragen, krijgen een week later naar hun hoofd gegromd dat ze "hun eigen krant niet lezen" of dat ze "zeker niet balorig moeten worden".

Het experiment is geen lang leven beschoren. Midden juni 2011, na iets minder dan een jaar, besluit de regering de persconferenties definitief af te schaffen. "Er waren veel te vaak ruzies tussen journalisten en regeringsleden. De wijze waarop het eraan toeging is niet de manier waarop je een persconferentie wilt hebben", motiveert het kabinet van de vicepresident de beslissing.

Dat kabinet vergroot daarna zijn grip op de overheidscommunicatie. De voorlichtingsafdelingen van de zeventien ministeries worden opgedoekt, alle communicatie loopt voortaan via Ameerali, onder wiens vleugels talloze 'mediawerkers' van de 'Nationale Voorlichtingsdienst' aan de slag gaan. Wekelijks wordt een video- en audioverslag van de Raad van Ministers de ether in gestuurd, een formule waarin de ruziemakende journalisten van de reguliere media vervangen zijn door tandeloze surrogaatreporters die in dienst van de vicepresident zelf staan. Begin 2012 verschijnt in de Amerikaanse krant USA Today een twaalf pagina's tellend promotiekatern over Suriname. Een maand later wordt een peperduur promotiefilmpje over investeringsmogelijkheden in Suriname getoond op de Amerikaanse televisie, in elkaar gezet door een mediaproductiebedrijf uit het Aziatische sultanaat Brunei.

Ten slotte dreigt ook het instellen van een reeks nieuwe vrije dagen een gat in de begroting te slaan. President Bouterse trekt twee maanden na zijn inauguratie samen met Ronnie Brunswijk naar Drietabbetje, een plek diep in het binnenland, tweehonderd kilometer ten zuidoosten van de hoofdstad. Onder luid gejuich roept Bouterse er de 'Dag van de marrons' uit tot nationale vrije dag.

Daarmee is de kous niet af. Tweeënhalve week na de instelling van marrondag mag de Hindoestaanse gemeenschap haar lichtfeest Divali tot een nationale vrije dag rekenen. Weer twee weken later zijn de moslims aan de beurt, die het Offerfeest door de Raad van Ministers tot vrije dag zien ingesteld. Het Offerfeest wordt de eerste keer in een vlaag van opportunisme amper vier dagen van tevoren aangekondigd. In 2011 roept het staatshoofd nog twee nieuwe feestdagen uit. Begin februari mag heel Suriname Chinees Nieuwjaar vieren, en de klapper volgt enkele weken later met de herintrede van de jaarlijkse herdenking van de staatsgreep van 1980 als nationale vrije dag.

Bij het aantreden van Bouterse als president staat de teller op elf vrije dagen, eind februari 2011 zijn het er zestien, een halve maand. Kostprijs: meer dan tien miljoen euro per dag. Vicepresident Ameerali, voormalig voorzitter van de Kamer van Koophandel en dus bekend met de ondernemerswereld, reageert gepikeerd op kritiek. "Een vrije dag meer of minder maakt niets uit. Volgens mij leveren vrije dagen net geld op, want de airco's op de overheidskantoren zijn dan uit."

Ivo Evers & Pieter Van Maele, Bouterse aan de macht. Paperback, 464 pag., ISBN 978 90 234 7293 3, € 21,95 Vanaf morgen verkrijgbaar in de boekhandel

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden