'Het leenstelsel gaat de kloof niet vergroten maar juist verkleinen'

interview Minister Bussemaker deelt de angst voor het afhaken van minder draagkrachtige student niet. 'We gaan financiële aarzelaars over de streep trekken.'

Op tafel staan bossen bloemen, met felicitatiekaartjes. Het is gelukt. Minister Jet Bussemaker heeft haar tour de force voltooid; dinsdagnacht nam de Eerste Kamer haar wetsvoorstel 'studievoorschot' aan, het leenstelsel . Vandaag staat ze in de Tweede Kamer. Daar zal ze onder meer bepleiten dat scholen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Zij bij uitstek moeten zich bekommeren om het tegengaan van gescheiden werelden, van hoog- en laagopgeleiden. "De toekomst maak je in de klas."

Gefeliciteerd. Bent u blij dat het leenstelsel is aangenomen?

"Zeker. Ik ben heel blij dat alle leden van die vier fracties uiteindelijk vóór hebben gestemd. Dat bleef spannend. Het was geen kat in 't bakkie. Zo'n debat moet wel goed gaan, er kunnen altijd gekke dingen gebeuren. Al die woordvoerders wilden verschillende dingen weten en verlangden andere toezeggingen. Toezeggingen, die ze ook echt moesten krijgen."

Het ging goed.

"Ja. Toen ik buiten kwam trof ik daar de studentenbonden. Ze stonden heel sip te kijken, ik had echt met ze te doen. Ik zei: sorry jongens, als de een wint heeft de ander pech. Toen hebben we met zijn allen nog een borrel gedronken."

U wilt iets doen aan de tweedeling tussen hoog- en laagopgeleiden. Was een leenstelsel dan wel zo'n goed idee? Lageropgeleiden zullen vaker leenangst hebben.

"Nu gaat de basisbeurs naar kinderen van ouders die al een buitengewoon gevulde portemonnee hebben. Wat je vooral moet doen , en dat doen we met de middelen die vrijkomen met het leenstelsel, is alle studenten die het willen en kunnen in de gelegenheid stellen om te studeren. Zorgen dat een university college niet alleen is weggelegd voor de gefortuneerden. We hebben vorig jaar al 5 miljoen uit het herfstakkoord geïnvesteerd om de aansluiting tussen mbo en hbo te verbeteren. Naar mijn idee gaat het leenstelsel juist de tweedeling tegen. We zorgen voor mentoren, die de financiële aarzelaars over de streep kunnen trekken."

Maar hoe verhoudt dat zich met het PvdA-ideaal van verheffing van de arbeider?

"Als je de tweedeling wilt tegengaan, moet je er alles aan doen om het talent van iedereen te ontwikkelen. Noem het emancipatie, noem het verheffing. Dat is niet voor iedereen hetzelfde. Ik vind het mijn taak om duidelijk te maken dat met name het beroepsonderwijs, het mbo, en dus ook het vmbo, volwaardige opleidingen zijn. Een meubelmaker heeft evengoed waanzinnige talenten als een architect. Je moet onderwijs op maat maken. Er zijn trajecten nodig die gericht zijn op excellentie, maar dat mag nimmer ten koste gaan van de aandacht voor kwetsbare leerlingen die juist ondersteuning van de school nodig hebben."

Dat is niet altijd eenvoudig. Onlangs constateerde deze krant dat het ondanks veel goede bedoelingen vaak misgaat in de overgang van vmbo naar mbo.

"Een vmbo'er weet minder goed de route van school naar studie dan een vwo'er. Die kan bijna altijd de weg naar de universiteit vinden. Er haken ieder jaar nog 10.000 jongeren af tussen vmbo-diploma en vervolgopleiding. De schoolsystemen zijn niet goed op elkaar afgestemd, leerlingen moeten soms dingen twee keer doen. We kijken met beide schooltypen nog waar we verbetering kunnen aanbrengen."

Maar hoe brengt u de wereld van de hoger- en lageropgeleiden weer bij elkaar?

"Ik vind dat scholen een maatschappelijke opdracht hebben om groepen bij elkaar te brengen. Dat betekent dat je leraren nodig hebt die de waarde van verbinding zien. Dat vraagt heel veel. Ik denk dat men in de lerarenopleidingen dat bewustzijn enorm moet ontwikkelen, zodat leraren zowel de sociale cohesie kunnen vormgeven als kunnen omgaan met een groep leerlingen die heel divers is, zowel in niveau als achtergrond. En dan zijn er ook nog ouders met wie je moet kunnen omgaan. Wat ik heel belangrijk vind, is dat ze dat lastige gesprek kunnen voeren in de klas."

De lerarenopleiding zal zich daarop moeten aanpassen

"We weten dat op het mbo niet genoeg burgerschapskunde wordt gegeven. Vooral op dit moment, nu zich nieuwe uitdagingen voordoen, moeten we kijken of leraren niet moeten bijscholen. Voor de lerarenopleidingen ligt nu een enorme opdracht. Veel leraren zeggen: 'Ik wist wat ik moest doen om Engels te geven, maar omgaan met spanningen, met ingewikkelde maatschappelijke verhoudingen, met lastige ouders, daar was ik niet klaar voor'. Ze hebben ondersteuning nodig. Ik ga kijken hoe ik daarbij kan helpen."

In tien jaar 10 procent minder vmbo op brede scholengemeenschap

Officieel zijn er allerlei plausibele redenen. Maar feit blijft dat bijna tien procent van de scholengemeenschappen ergens in de afgelopen jaren zijn vmbo-afdeling in een ander gebouw zette. Vaak is zo'n beslissing in ieder geval deels ingegeven door druk van ouders van kinderen van hogere schoolsoorten. Onderwijssocioloog Jaap Dronkers: "De trend om het vmbo af te stoten en brugklassen te homogeniseren vergroot eerder de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden."

In het verleden is regelmatig aan de bel getrokken over het verschijnsel. Ankie Verlaan, oud-voorzitter van de adviescommissie voor diversiteit en integratie van de gemeente Amsterdam, schreef in 2007: "De segregatie neemt toe doordat brede scholengemeenschappen de laagste vmbo-niveaus hebben ondergebracht in andere schoolgebouwen. Omdat die opleidingen juist veel door allochtone kinderen worden gevolgd, hebben die minder contact met autochtone kinderen."

Eerste Kamer stemt na urenlang debat in met leenstelsel

De Eerste Kamer heeft dinsdagnacht ingestemd met de wet die de basisbeurs vervangt door een lening. Studentenorganisaties hoopten dat de wet, net als de omstreden zorgwet in december, weggestemd zou worden. Zij kwamen van een koude kermis thuis. De senatoren hadden weliswaar veel vragen voor PvdA-minister Jet Bussemaker (onderwijs), maar haar voorstel kwam niet in gevaar.

Voor een meerderheid in de senaat waren naast de coalitie van VVD en PvdA ook andere partijen nodig. Het kabinet sloot over wat ze zelf het 'studievoorschot' noemt een akkoord met D66 en GroenLinks. Maar of het akkoord in de Eerste Kamer stand zou houden was niet zeker. Vooral PvdA en D66 toonden zich aanvankelijk heel kritisch. PvdA-senator Koole had vooraf al gezegd dat hij niet overtuigd was door de wet. Na een debat van twaalf uur was de kritiek verdampt. Uiteindelijk waren tegen middernacht 36 senatoren voor en 29 tegen. De twijfelende Koole stemde ook voor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden