Het leek zo'n ideaal gezin

James Salter kan heel lyrisch over geluk schrijven, zonder dat het zoetsappig of sentimenteel wordt

Tot vorige zomer was de Amerikaanse schrijver James Salter (pseudoniem van James Horowitz, 1925) een geheimtip onder literaire fijnproevers en een zogenaamde writer's writer, geroemd door tijdgenoten bij wie hij publicitair gezien ver in de schaduw stond: gevierde schrijvers als Richard Ford, Saul Bellow, John Updike, John Cheever, Philip Roth.

Toen verraste de al bijna vergeten schrijver met een monumentale roman, 'All That Is' ('Alles wat is'), waarin hij vanuit het vogelperspectief van zijn oude dag het leven schetste van zijn alter ego Philip Bowman. "Er komt een moment dat je je realiseert dat alles een droom is, en dat alleen de dingen die geschreven zijn een kans hebben om echt te zijn", luidde het motto bij de roman, die leest als een memoire. Het is een kalm (volgens sommigen al te kalm) voortkabbelend relaas over een Koreaveteraan die eind jaren vijftig werk vindt als redacteur bij een kleine uitgeverij in New York - een levenslange bron van voldoening en inspiratie. Minder succesvol is Bowman in de liefde. Na een tot mislukken gedoemd huwelijk heeft hij een reeks verhoudingen die allemaal heel veelbelovend beginnen, maar steevast op een ontgoocheling uitlopen. Steeds een kwestie van al te menselijke onvolkomenheden.

Het is bepaald geen spectaculaire roman; wat Salter laat zien is het onvermoeibare verlangen om iets van geluk te veroveren op het leven, de broosheid van dat geluk als je het gevonden lijkt te hebben, en de onuitroeibare hoop op een verlossende wending. De zoektocht naar geluk als sisyfusarbeid. Kennelijk herkent de lezer daar veel in, want 'Alles wat is' beleefde in korte tijd herdruk op herdruk. Het was de zomerhit van 2013.

Dat succes heeft geleid tot een nieuwe vertaling van 'Light Years' (1975), volgens velen zijn beste roman. 'Lichtjaren' vertoont qua vorm en thematiek de nodige verwantschap met 'Alles wat is'. Ook hier een reis door de tijd in een tamelijk plotloos verhaal, ook hier de zoektocht naar geluk, naar de verovering van een gedroomd bestaan.

De roman begint anno 1958 als we kennismaken met de architect Viri Berland, zijn vrouw Nedra en hun jonge kinderen Diane en Franca. Ze bewonen een landhuis aan de rivier de Hudson, op een uurtje rijden van de stad New York, waar Viri werkt en Nedra shopt. Het zijn geprivilegieerde mensen met een zorgeloos bestaan. Een harmonieuzer gezinsleven kun je je nauwelijks voorstellen. De Berlands vormen voor hun vrienden dan ook een jaloersmakend model. Die laven zich aan hun weldadige gastvrijheid, aan geanimeerde etentjes en feestelijke zomers aan zee.

Dit gelukkige leven staat niet in de laatste plaats in dienst van de kinderen. "Het was een leven", schrijft Salter, "en het was een illustratie van leven voor hun kinderen. (...) In die jaren wilden ze voor hun kinderen het onmogelijke, niet in de zin van het onbereikbare, maar in de zin van het pure." Ondertussen heeft Nedra een verhouding met hun geliefde huisvriend Jivan, en onderhoudt Viri enige tijd een geheime affaire met zijn secretaresse.

We volgen het gezin een kleine twintig jaar door de maalstroom van de tijd en gaandeweg wordt duidelijk dat voor Nedra hun huiselijk geluk niet genoeg is, dat er iets onvervuld is in haar leven. Ze is bang voor 'een doorsnee leven', ze voelt de lokroep van het zelfverwerkelijkingsideaal van de jaren zeventig, ze zoekt vrijheid. Aan Viri legt ze het zo uit: "Is het niet beter om iemand te zijn die haar echte leven leidt en gelukkig is en genereus, dan een verbitterde vrouw te zijn die trouw is?" Tegen de tijd dat de kinderen rijp zijn voor hun eigen leven (Nedra is dan begin veertig) besluit ze te scheiden. Bij wijze van afscheid maken ze nog een mooi reisje naar Europa (een lang gekoesterde wens). Dan blijft Viri, in melancholie gedompeld, achter in het huis waar zoveel gelukkige momenten aan verbonden zijn, en volgen we Nedra in al haar rusteloze levenslust op haar zoektocht naar haar ultieme bestemming.

Zo samengevat lijkt 'Lichtjaren' een tamelijk banale geschiedenis over de teloorgang van een ogenschijnlijk perfect huwelijk.

Maar de manier waarop Salter die behandelt geeft de roman een rijkdom aan lagen en dimensies.

Salter is een schrijver die heel lyrisch over geluk kan schrijven zonder dat het zoetsappig of sentimenteel wordt. Tegelijkertijd maakt hij voelbaar hoe vluchtig en broos het is. Weinig schrijvers kunnen zo subtiel, onderhuids de eenzaamheid verbeelden en de hunkering naar iets wat nauwelijks onder woorden valt te brengen.

Zoals in de titel ligt besloten is de roman ook een meditatie over vergankelijkheid en ouder worden. In een oogwenk gaat het leven voorbij, en wat blijft er van over? Dat besef keert steeds terug in een gedachte of een verzuchting ("Waar gaat het heen, dacht ze, waar is het gebleven?").

Ondertussen laat Salter zien hoe die voorbijgaande levens deel uitmaken van iets groters. Hij plaatst het vluchtige bestaan nadrukkelijk tegen de achtergrond van de eeuwig stromende rivier, het licht van elke nieuwe dag en de terugkerende seizoenen. In de kinderen gaat het leven verder. Terwijl de ouders uit elkaar gaan, zetten de dochters hun eerste beloftevolle schreden op het liefdespad. Er is de hoop dat zij in staat zullen zijn tot een verbeterde versie van de levens van hun ouders.

Uiteindelijk vergt het moed om keuzes te maken, in het geval van Nedra "de moed om te leven wanneer je beste tijd voorbij is". Aan haar oudste dochter probeert ze het uit te leggen: "Het was geen kwestie van alléén leven, al was dat in haar geval noodzakelijk geweest. De vrijheid die ze bedoelde was zelfoverwinning. Het was geen natuurlijke gesteldheid. Ze was alleen bedoeld voor degenen die er alles voor wilden riskeren, die zich realiseerden dat het leven daarzonder alleen maar bestond uit trek hebben tot je geen tanden meer had."

'Alles wat is' en 'Lichtjaren' zijn zo lichtvoetig geschreven dat ze de schijn van oppervlakkigheid op zich laden, maar Salter is een schrijver die heel veel tussen de regels vertelt, of in een schijnbaar achteloos geponeerde zin - een kwaliteit die ook de kracht uitmaakt van zijn korte verhalen (gebundeld in 'Alle verhalen'). Zijn impressionistische, poëtische grilligheid herinnert aan schrijvers als Hugo Claus en Remco Campert.

Juist in de lichtvoetigheid waarmee hij het tragische verbeeldt, schuilt een belangrijk deel van de troost die Salters werk biedt. Ook de empathie en het mededogen dat hij voor zijn personages aan de dag legt dragen daartoe bij. Hij laat deze mensen zien in hun verwachtingen en teleurstellingen zonder een oordeel te vellen over de wegen die ze zoeken naar het gedroomde geluk. Salter is een melancholieke schrijver, maar hij is nooit bitter of cynisch. Eerder gelouterd: zijn visie getuigt van een diepe acceptatie van de condition humaine.

Dat maakt zijn werk warm en ontroerend, maar niet minder confronterend en inspirerend. Net als 'Alles wat is' is ook 'Lichtjaren' zo'n boek dat je doet nadenken over de vraag wat je doet met je verwachtingen over het leven, en wat uiteindelijk echt belangrijk is.

James Salter: Lichtjaren. (Light Years) Vertaald door Peter Verstegen. De Bezige Bij, Amsterdam; 397 blz. euro 19,90. In juni verschijnt een midprice-editie van 'Alles wat is' (euro 12,50).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden