Kort verhaal

Het leek ons een goed idee om met twee gezinnen op vakantie te gaan

null Beeld Luc Petterson
Beeld Luc Petterson

Een mooie lenteavond, twee vermoeide stellen, liters rode wijn en een krijsende babyfoon. "We hoorden het allemaal. Niemand deed wat."

Schrijvers Gerwin van der Werf, Maartje Wortel, Ingmar Heytze, Elke Geurts, Ernest van der Kwast, Manon Uphoff en Thomas Heerma van Voss maakten voor Zomertijd een 'sterk verhaal'. Vandaag aflevering 2.

Het leek ons een goed idee om met twee gezinnen op vakantie te gaan. Ton en ik hadden twee kinderen gekregen, op aandringen van Ton overigens, die het hoog tijd vond om vader te worden. Hij wilde niet de eerste, maar zeker ook niet de laatste van zijn vrienden zijn die aan kinderen begon en toen zijn beste vriend en zijn vriendin een kindje hadden gekregen wilde hij er ook een. Ik had er nog niet concreet over nagedacht, toch wist ik dat het er waarschijnlijk op een dag in mijn leven van zou komen, en Ton leek me de juiste man, dus we begonnen er maar gewoon aan. Een andere manier is er ook niet. Nadat we er een hadden, wilde we er nog een, net als bij tatoeages.

Toch hadden we ons eerlijk gezegd iets anders voorgesteld bij het stichten van een gezin. We waren in een paar jaar tijd nogal moe geworden van onze kinderen, nu anderhalf en drie, en uiteindelijk waren we van de ene moeheid in de andere gezakt en moe geworden van elkaar, om niet te zeggen: uitgeput.

We hadden niet gedacht dat het zo zwaar zou zijn. Ik durfde het er met niemand over te hebben, een moeder wordt niet geacht het hebben van een paar kinderen als een zware taak te beschouwen. Een moeder is gewoon een moeder, zo simpel is dat. Dus speelde ik er eentje. Opgewekt, zorgzaam, beschermend. We logen elkaar en onze familie en vrienden het hele jaar voor hoe fantastisch het was, hoeveel energie we ervan kregen, hoe grappig en ontroerend en heerlijk het was om alleen al naar onze kinderen te kijken, hoe lief ze speelden en welke groenten zij allemaal lustten en hoe hard ze groeiden. De wallen onder onze ogen verrieden ons, maar niemand stelde vragen. Wanneer mensen een gezin zien is wantrouwen niet het eerste wat er bij ze opkomt.

Op een mooie lenteavond hadden we onze buren David en Annelie - een jong stel met drie kinderen - uitgenodigd voor een diner in de tuin. Ik had allerlei gerechten gehaald bij de beste traiteur van de stad. Het eten had ik in pannen en ovenschalen gedaan, in de keuken had ik wat knoflook en uien aangebakken voor de zekerheid, voor de geur. Ik werd van harte gecomplimenteerd met mijn kookkunsten. Zelfs Ton zei dat hij niet wist dat ik zo lekker kon koken.

De vuurkorf was aangestoken, zodat we de hele avond - en als we zouden willen de hele nacht - in de tuin konden blijven zitten. David en Annelie hadden de babyfoon meegenomen. Het was een babyfoon met een klein televisieschermpje erop, zodat je de kinderen kon zien slapen; er hing een camera bij hen in de slaapkamer. Het had iets lugubers om de kinderen met open mondjes in hun bedjes te zien liggen, om zoiets intiems te kunnen bekijken, het zag er niet bepaald geruststellend uit, maar ik zei er niets van.

David en Annelie negeerden de babyfoon volkomen, het leek er meer op dat ze dat ding hadden om aan anderen te laten zien dat ze hun kinderen heus wel in de gaten hielden. We dronken ondertussen liters wijn en David had een fles rum meegebracht waarvan hij de dop tot aan de rand gevuld met drank rond liet gaan, precies zoals we dat vroeger deden op zomerkamp.

We waren allemaal behoorlijk dronken. Natuurlijk. Zo gaat dat altijd: of je drinkt niets, of je drinkt te veel. We lachten om stomme grappen van de mannen, en toen begon het. We hoorden het allemaal. Eén van de kinderen was hartverscheurend hard aan het huilen. We luisterden er een seconde naar, als om te lokaliseren waar dit geluid precies vandaan kwam, wiens kind dit was, en daarna dronken we gewoon door. Dwars door het huilende kind heen. Niemand deed wat.

Het huilen werd harder en dwingender, maar we deden alsof we naar de sirene van een ambulance luisterden of zoiets. We hoorden het, maar wij hadden er godzijdank niets mee te maken.

David zei: "Je kunt nooit meer iets voor jezelf doen."

Annelie schrok ervan. Ze zei: "Je neemt ook geen kinderen om iets voor jezelf te kunnen doen." Ik zei: "David heeft gelijk. Het is bijna niet te doen."

Annelie keek naar me, alsof ze wilde achterhalen hoe serieus ik was. Ton herhaalde wat ik gezegd had: dat het bijna niet te doen was. Dat het hem enigszins was tegengevallen. David zei dat hij niet zeker wist of hij dezelfde keuzes zou maken als hij het allemaal over zou kunnen doen. Hij zei: "Natuurlijk komen er zoveel mooie momenten voor in de plaats zoals de mensen zeggen van tevoren, van het grootste wonder en zo, het diepste geluk, maar er gaat ook zoveel verloren. Dingen die ik niet voor mogelijk had gehouden. Zoals..." Hij was even stil. "Zoals mezelf."

"Hoe lang gaat die moeheid nog duren?", vroeg ik. Niemand antwoordde, toch wist ik dat we allemaal aan hetzelfde dachten. We zwegen en keken naar het vuur. Het voelde als een opluchting. En daarna kwam het idee om met zijn allen op vakantie te gaan. Twee gezinnen. We zouden dingen samen kunnen doen, de kinderen zouden met elkaar kunnen spelen, en we konden de zorg voor elkaars kinderen afwisselen, zodat we eindelijk weer eens wat tijd hadden voor de liefde, voor elkaar.

null Beeld Luc Petterson
Beeld Luc Petterson

Het werd Frankrijk. In juli. Omdat de kinderen elkaar hadden, en ze in onze ogen dus geen extra vertier of andere kinderen nodig zouden hebben, kozen we voor een kleine camping in een lieflijk Frans bergdorpje in de buurt van Montpellier.

De camping bestond uit een grasveld vol met veldbloemen achter een boerderij bij een boer zoals je ze kent uit Franse films; een klein mannetje met een boerenpet op zijn ronde hoofd, er ontbraken een paar tanden in zijn gebit. Hij hield drie geiten en een big, een restant uit vervlogen tijden. Hij had vroeger geitenkaas gemaakt, zijn beste dagen waren voorbij en nu onderhield hij een kleine familiecamping, die dankzij de populariteit van biologische producten en woorden als 'puurheid' en 'authenticiteit' het hele seizoen volgeboekt was.

De temperatuur in die dagen was verstikkend. We reden naar zee, of, als we geen zin hadden om ver te rijden, naar het zwembad. We aten ijsjes die al smolten wanneer ze de koeling verlieten. We herhaalden iedere avond hetzelfde tafereel. We legden vis of vlees op de barbecue en dronken witte wijn, die we in de vriezer van de boer mochten koelen. Voor de kinderen was het veel te warm, ze leken het niet per se naar hun zin te hebben, de camping was te saai, ze waren te jong om echt met elkaar te kunnen spelen, de nachten waren onrustig en de temperatuur te hoog, maar voor het eerst hadden de kinderen niet mijn prioriteit. Ik was zelf weer eens aan de beurt. Of misschien moet ik zeggen: wij waren weer eens aan de beurt, de volwassenen. Natuurlijk kan ik achteraf zeggen dat we te veel met onszelf bezig waren. Alles is altijd achteraf.

Maar nu komt het: op de zevende dag van de vakantie was een van de kinderen van David en Annelie na een middag in Montpellier op de terugweg naar de camping in slaap gevallen in de auto. We hadden haar laten slapen. De wagen stond aan de schaduwkant van de boerderij, maar desalniettemin was de temperatuur er behoorlijk gestegen.

Natuurlijk was het geen honderd graden daarbinnen, maar toch: toen Annelie de deur opende werd ze overspoeld door de hitte die uit de auto kwam. Ze jammerde de hele camping vol met zelfverwijten en spijtbetuigingen. Het kind leek in coma op de achterbank van de auto te zitten- vredig en gelukkig in haar kinderzitje. David rende naar de boerderij, haalde zes flessen wijn uit de vriezer en gooide de ijskoude drank over zijn verhitte kind. Godzijdank werd ze binnen enkele seconden wakker, gelukkig was ze niet dood, zoals je weleens in de krant leest, van vaders of moeders die hun kind zijn vergeten in een auto op een parkeerplaats in de brandende zon.

Wij waren het kind niet vergeten, we dachten enkel dat ze nog wat slaap kon gebruiken. Achteraf denk ik: dit was een waarschuwing van God. Het mocht één keer goed gaan, maar hij zou niet nog eens helpen. Zoals ik al zei: achteraf is altijd achteraf. Op dat moment dachten we allemaal opgelucht dat we het ergste gehad hadden. Dat we vrolijk verder konden met het vieren van ons welverdiende vakantie.

En toen, nog geen dag later brak ons jongste kind (1,5 jaar) haar beentje door uit te glijden in het opblaasbad. In het ziekenhuis kreeg ze roze gips tot onder haar knie. Het zag er heel schattig uit. Ze huilde drie dagen en drie nachten achter elkaar. David en Annelie gingen die dagen met hun eigen gezin op pad. Mijn dochter kon nog niet praten, dus ik sloeg geen acht op het gehuil. Ik dacht dat ze pijn had vanwege de breuk, dat het gips jeukte of dat het te warm was. Totdat mijn man haar teentjes beter bekeek, die zwart waren geworden. Het gips bleek veel te strak te zitten.

We hadden niet opgelet. We hadden vakantie gevierd. Maar voor het been was het te laat. Alle zenuwen waren afgekneld. Het spijt me om het te moeten zeggen, het lukt me nog steeds amper, maar het is onze schuld. We waren te laat. Haar been, dat kleine beentje van haar, moest worden geamputeerd. We hebben daarna nooit meer vakantie gevierd, al blijven de kinderen er ieder jaar om vragen.

Dit is een waargebeurd verhaal, opgetekend door Maartje Wortel. De namen in het verhaal zijn wegens privacyredenen gefingeerd.

Maartje Wortel

Droog, humoristisch, licht onheilspellend, vreemd: een paar trefwoorden bij de schrijfstijl van Maartje Wortel (1982, Eemnes). Ze schrijft verhalen en columns in diverse (literaire) tijdschriften en kranten, ook in Trouw. In 2009 debuteerde ze met 'Dit is jouw huis', dat bekroond werd met de Anton Wachter Prijs. Daarna volgde 'Half mens'. Het vorig jaar verschenen 'IJstijd' werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en bekroond met de BNG Literatuurprijs.

Luc Petterson
Ook deze zomer illustreren studenten van de Willem de Kooning Academie in Rotterdam de zomerserie van Tijd. Luc Petterson (1994) boog zich over het verhaal van Maartje Wortel en genoot wel van de zwarte humor in haar verhaal. En, zegt hij: "Als ik die hyperactieve kinderen op straat zie, kan ik me best voorstellen dat ze soms vermoeiend zijn." Dus tekende hij als eerste een zwaar gestreste vader die wijn goot over zijn oververhitte dochter. Een cartoonesk beeld dat past bij Lucs stijl. Maar bij deze opdracht bleef hij niet in zijn comfort zone hangen. Sterker: Luc ging een uitdaging met zichzelf aan. "Een paar maanden terug werkte ik met veel verschillende kleuren. Nu wilde ik me tot slechts drie beperken en nog steeds een compleet gevoel proberen over te brengen. Dat is aardig gelukt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden