Klein Verslag

Het leek erop dat je in bijna elk vertrek wel je behoefte kon doen

Een plasbak, te zien op een tentoonstelling op landgoed Twickel. Beeld Wim Boevink

Weken achtereen was ik gedwongen mijn werk neer te leggen, zoveel hinder bezorgde me een aandoening aan de blaas en de talloze toiletbezoeken, dag en nacht, die daarvan het gevolg waren.

Een lezer omschreef de lange afwezigheid als mijn ‘plaspauze’, dat vond ik geestig. Ik sleepte de aandoening de halve wereld rond, op een reis door Australië, en overal zocht ik toiletten of plasgelegenheden in het wild.

Op tien kilometer hoogte was ik – uiteraard vanaf een gangpadstoel – stamgast bij het vliegtuigtoilet waar ik zoveel tijd doorbracht dat ik allengs bijna de Chinese aanwijzingen kon ontcijferen.

In Australië zelf legden we per auto bijna vijfduizend kilometer af, maar nooit veel langer dan een uur achtereen. Telkens moest ik de auto ergens laten stoppen, bij een café, een wegrestaurant, een tankstation of gewoon langs de weg, waar je alleen was met de natuur, maar niet één, want nauwelijks deed je je behoefte of uit het niets zwermden vliegen om je heen.

Een van mijn vreemdste plasplaatsen was in een dixie boven op Australië’s hoogste berg, Mount Kosciuszko; die was er neergezet voor arbeiders die het bergpad onderhielden. Verder verwijlde ik in een zinken toiletgebouwtje dat uitzicht bood op een vlakte, waar kangoeroes traag voorbijhopten, in een lieflijk wc’tje van een Griekse immigrante in een voorstad van Sydney, in een brandschoon publiek toilet met automatische schuifdeur met een robotstem en in een plee met een stapel gebruikte naalden ernaast.

Het is allemaal herinnering. Intussen heeft een dieet me goeddeels van mijn blaasproblemen verlost en verblijf ik weer enige dagen in Delden op het landgoed Twickel, dat – hoe toepasselijk – een kleine tentoonstelling heeft gewijd aan het toilet. Het gaat om objecten die uit het kasteel komen en die allemaal iets van doen hebben met wat de laatste adellijke eigenaren in hun badkamers en toiletten gebruikten.

Je kunt ze zien in de oranjerie en daar het om een huishouden van twee personen ging – de laatste, kinderloos gebleven, baron en barones – kun je je verbazen over de hoeveelheid objecten die in stelling werden gebracht om de edellieden te laten baden of hun behoefte te laten doen.

Nu gaat het hier om een historische collectie uit eigen huis, die teruggaat tot in de achttiende eeuw; wonderlijk hoeveel er bewaard werd. Op zolder staan nog rijk gedecoreerde gietijzeren badkuipen, te zwaar om er vandaan te halen, maar in de oranjerie is nog een keur aan spullen te zien.

Ik citeer curator Rob Bloemendal: “Zinken heupbaden, voetbaden, kinderbaden, lampetstellen, bidets, Chinese pispotten en zelfs po’s speciaal voor dames (de zogenaamde Bourdaloue). Er werd wat afgesjouwd met gieters warm water en emmers vuiligheid.”

Het leek erop dat je in bijna elk vertrek wel je behoefte kon doen in een porseleinen pot, gevat in een mahoniehouten kistje op poten, afsluitbaar met een glanzend houten deksel. Ik heb me ook even mogen vergapen aan de negentiende-eeuwse badkamer van de baron, die omwille van de waterdruk een imposante watertoren liet bouwen . Een spa met douche, voorzien van spray, wave en plunge knoppen.

En altijd iets warms voor de onderkant. Dat wens ik me ook toe.

Klein Verslag

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Lees meer afleveringen van zijn Klein Verslag op trouw.nl/kleinverslag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden