Het leed jeukt onder de oppervlakte van schone schijn

Het leven schrijnt. Zoveel wordt duidelijk bij het bezoeken van de tentoonstellingen 'Holland Kindergarten Japan Bondage' in de Vleeshal in Middelburg en 'Utrechtse Krop' in de Kabinetten van die Vleeshal.

In de hoofdvestiging van de Vleeshal toont Camiel van Winkel kunstenaars die alledaagse situaties met een klinkslag of met een vileine draai surrealistisch maken. Het leed jeukt onder de oppervlakte van de schone schijn. In de dependance combineert Paul Kooiker zijn eigen fotowerken met een selectie uit de collectie medische fotografie van het Utrechts Universiteitsmuseum. Op de oude foto's wordt het leed bijna voyeuristisch geëtaleerd, in naam van de wetenschap. Kooikers eigen close-ups van onappetijtelijke details aan lijven van gewone mensen roepen eenzelfde voyeuristische sfeer op, maar nu liggen de onderwerpen op de snijtafel van de op schoonheid gefixeerde hedendaagse maatschappij.

De tentoonstelling 'Holland Kindergarten Japan Bondage' is van de twee exposities het meest raadselachtig. Al een decennium lang zijn schilders, maar vooral beeldhouwers, videokunstenaars en installatie-makers rusteloos op zoek naar de essenties van ons contemporaine bestaan. Deze expositie is het zoveelste hoofdstuk in de reeks van psychologiserende observaties van het alledaagse leven.

Camiel van Winkel heeft van de tentoonstelling een 'psychotherapeutische speeltuin' willen maken. Klinkt gewichtig, maar is in feite vooral de woordgymnastiek die bij dit soort tentoonstellingen wel vaker wordt vertoond. Je zou hoogstens kunnen zeggen dat mensen met ongemakkelijke gevoelens die op de werken van de zeven exposerende kunstenaars kunnen projecteren. Maar of je dat spelen kunt noemen? Interessanter is de manier waarop de exposanten het surrealisme nieuwe inhoud geven. Zoals Breton en kornuiten voor de oorlog stoeiden met dromen, seksualiteit, agressie en ongrijpbare emoties, zo doen kunstenaars als Berend Strik, Aernout Mik, Liza May Post en Thom Puckey, wier werk op de tentoonstelling is te zien, dat op hun eigen manier ook.

Bij de ogenschijnlijk gemoedelijke borduurwerken van Strik moet je altijd op je hoede zijn. Ze herbergen verontrustende elementen, die de soms ronduit idyllische voorstellingen venijnig op scherp zetten: een wereld vol triestheid achter een kinderglimlach. Mik verkleint doodnormale ruimtes en maakt ze tot mis-en-scènes vol groteske handelingen (met vaak sporen van hardhandig geweld). Op de foto's van Post is het leven een schouwtoneel waarin de hoofdpersonen zich steevast in een ongemakkelijke positie bevinden. Een vrouw heeft zichzelf obsessief gewikkeld in verband, een meisje gaat gekleed in grote mensenkleren. Vaak zit er een claustrofobisch kantje aan de overdreven geconstrueerde poses. Puckey is het meest blijmoedig. Hij spot clownesk met seksuele taboes.

Van Winkels poging om ons situaties voor te schotelen die ons confronteren met onze eigen angsten of in ieder geval als een psychologische spiegel werken is op zich geslaagd. Toch blijft de selectie wat vrijblijvend. Dit geldt vooral voor de beeldhouwwerken van Harm Hajonides (een te hoog 'Marcel Duchamp'-gehalte: alledaagse objecten in een ongewone combinatie in een museum zetten) en voor de video's van Mascha de Vries (te veel 'Bruce Nauman': een gewone handeling zo opblazen dat hij vervreemdend wordt). Juist te bedacht conceptualisme doet afbreuk aan de emotionele slagkracht die met de kunstwerken wordt beoogd.

Wat dat betreft scoren in de kabinetten van de Vleeshal de anonieme fotografen die aan het begin van deze eeuw medische freaks fotografeerden een stuk hoger. Genadeloos brengen ze klompvoeten, reusachtige gezwellen, bizarre vergroeiingen en verminkte gezichten in beeld. Het is uit naam van de wetenschap, maar het komt akelig dicht in de buurt van de kermisshows vol dwergen, siamese tweelingen en extreem dikke dames die in de vorige eeuw langs de dorpen trokken. Tot in de jaren dertig duurde dit gefotografeer. Toch is het werkelijkheidsgehalte erg hoog, waardoor de impact van de beelden vele malen groter is dan de meer salonfühige kunstwerken in de Vleeshal zelf. Paul Kooiker heeft de verzameling naar Middelburg gebracht en ze gecombineerd met eigen foto's waarin hij de lijven van de hedendaagse mens observeert.

Anders dan in de oude foto's - waar de meesten duidelijk herkenbaar op staan - heeft Kooiker gekozen voor 'abstracte' plekken op het lichaam: het eelt op twee hielen in sloffen, de rode nek van een oudere man, een panty die in het kruis van een vrouw snijdt, het vlees dat over een bh-rand lubbert. De voorbeelden zijn daardoor universeler. Kooiker zet daarnaast een andere maat voor wat nu afzichtelijk wordt gevonden. Mensen met een hoorn die uit hun hoofd groeit, komen we op straat niet meer tegen. We walgen in onze consumptiemaatschappij vol geïdealiseerde rolmodellen in de reclames om ons heen van andere dingen. De foto's van Kooiker leren echter ook dat de kijker die vol afschuw of vermaak naar de medische documenten kijkt, zelf ook het slachtoffer van fotovoyeurisme kan zijn. Geen lijf of er zit wel ergens een vlekje of randje aan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden