Het landschap moet verteld worden

Struinend door het landschap spreekt Hans Marijnissen met de werkers in de natuur. In Ezinge legt Arnold van Dam de wierden uit. Slot van een serie.

Poeh. Moeilijk land, tussen de stad Groningen en Zoutkamp. Voor wandelaars tenminste. Een enorme groene, agrarische vlakte tot aan de horizon. Af en toe een bult met een dorpje erop. De wolkenlucht overheerst. Regen zie je hier op kilometers afstand aankomen. Maar ook kondigt de zon zich tijdig aan, het zal nog minuten duren voor de stralen bij ons zijn.

In de verte weer zo'n bobbel. Met een klein kerkje erop. En wat huisjes. "Welkom in Ezinge", zegt Arnold van Dam op de laatste halte van deze tocht door Nederland. En deze meneer houdt van duidelijkheid. "Ik wil één ding vooropstellen: natuur is hier niet. Over zaken als biodiversiteit hoeven we het niet te hebben. Maar we hebben hier wel landschap. Door mensen gemáákt landschap. Trots landschap."

Arnold van Dam is landschapsgids in het gebied Middag-Humsterland. Voor een buitenstaander is de omgeving van Ezinge misschien moeilijk te doorgronden, juist vanwege die bijna onverdraaglijke openheid, maar het landschap is wel leesbaar, zoals Van Dam het uitdrukt. Als je er maar oog voor hebt. "Dit is liefhebberslandschap, dat 'verteld' moet worden."

Neem bijvoorbeeld die bulten die wij zagen. "Dat zijn zogenaamde wierden", zegt Van Dam, terwijl we door de smalle Torenstraat richting kerk lopen. "Kort nadat de eerste bewoners zich hier vestigden, steeg de zeespiegel, waardoor wonen op de kwelderwallen onmogelijk werd. Daarom hoogde men de woonplaatsen op, met huisafval, dierlijke mest en zoden. De boerderijen, gemaakt van hout en riet, hielden niet lang stand, waardoor de volgende boerderij weer óp de restanten van de oude werd neergezet."

"De eerste bewoners van deze streek waren hier al 500 jaar vóór Christus", gaat Van Dam verder, "dus wij hebben een geschiedenis van meer dan 2500 jaar! Dit is het oudste cultuurlandschap van Nederland. En doordat de dorpen niet zijn uitgedijd, kun je nog veel van die geschiedenis terugzien."

Hij loopt het hek door bij de kerk van Ezinge, een romaanse zaalkerk uit de dertiende eeuw. "Moet je kijken wat voor een uitzicht je hier hebt. We staan hier midden op de wierde." Het landschap lijkt hier nog leger dan we tijdens de wandeling hebben ervaren, de luchten nog imposanter. "Aanvankelijk waren de wierden zacht oplopend naar het midden, maar deze heeft een bijna steile wand net voor de kerk. Hij is namelijk afgegraven."

Vanaf 1840 vonden verderop in Drenthe de eerste turfafgravingen plaats en ontstond er behoefte aan terpaarde, zegt Van Dam. Dat mengsel van zeeklei en mest was hartstikke vruchtbaar. De oplopende hellingen van de wierden verdwenen kruiwagen voor kruiwagen, tot de kern van de ophoging was bereikt.

Ook de wierde van Ezinge moest eraan geloven, relatief laat, omdat het dorp vrij noordelijk ligt, ver van Drenthe. In de jaren twintig ging de eerste schop in de grond. "Gelukkig was er toen al wat meer historisch besef, en heeft de Drentse archeoloog A. van Giffen (de vader van de hunnebedden, HM) de afgraving laag voor laag begeleid."

Diens vondsten van de eerste bewoners zijn een kleine honderd jaar in depots opgeborgen geweest, en pas nu tentoongesteld in Museum Wierdenland in Ezinge. Dat tekent de waardering voor de regionale geschiedenis, sluit Van Dam af, en de herontdekking van het landschap.

Wij maken ons intussen op voor de laatste etappe, richting het einde van dit land. Het blijft leeg, maar die bobbels zijn opeens indrukwekkend.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden