Het landschap is ontmenselijkt

Duizenden jaren zijn landschap en natuur bepaald door de landbouw. Nu moet alles 'wilde natuur' worden. Waarom toch, vragen Jan Kolen en Chris de Stoop zich af. Deel 1 van een drieluik over het landschap.

Ze komen uit verschillende windstreken, de Leidse landschapsarcheoloog en de Vlaamse schrijver en deeltijdboer, maar aan het Haringvliet - wachtend op de veerpont naar het eiland Tiengemeten - vinden Jan Kolen en Chris de Stoop elkaar onmiddellijk, in hun gedeelde liefde voor het agrarisch cultuurlandschap en hun zorg over het verdwijnen daarvan.

Tiengemeten is een prikkelende keuze voor een gesprek over landschap en herinnering en de plaats van de mens daarin, die dat landschap eeuwenlang heeft vormgegeven. Na 350 jaar domein van boeren te zijn geweest, kocht Natuurmonumenten het eiland in 1997 om er een nieuw natuur- en recreatiegebied van te maken. Voor de zes florerende boerenbedrijven was geen plaats meer. Ze werden 'ontpacht', hun vruchtbare landbouwgrond kwam braak te liggen en werd deels onder water gezet.

Natuurmonumenten verdeelde het eiland in 'belevenissferen'. De zuidwestelijke helft, waarin het water en de getijden van het Haringvliet vrij spel hebben, heet nu Wildernis. Daaraan grenst Weelde, een open watermoeras, waarvoor een dijk is doorgestoken. Wat nog rest van het boerenverleden zijn enkele akkertjes in een buitenhoekje van het eiland, dat nu Weemoed heet.

"Het agrarische gevoel dat daar moet worden opgeroepen, is geprefabriceerd en vals," vindt De Stoop. Door het Weemoed te noemen, wordt het eigenlijk een beetje gediskwalificeerd", vult Kolen hem aan. "Weemoed heeft geen gunstige bijklank, wildernis klinkt veel beter." Die retoriek is slim gekozen, vinden beiden, en wekt de indruk dat agrarische natuur geen echte natuur is.

Natuurmonumenten kocht onlangs, met andere partijen, aan het Haringvliet nog eens 73 hectare landbouwgrond aan. 'We gaan unieke getijdennatuur creëren aan het Haringvliet', meldde de organisatie, die haar aankoop bejubelde als 'Supernieuws!'. Maar hoe nieuw en ongerept en 'echt' zij deze natuur ook noemen, in de ogen van De Stoop is dát nu juist, net als de Wildernis van Tiengemeten, de 'aangelegde' natuur. "Het is fake, maar wordt verkocht als echt."

Er zit inderdaad iets raars en paradoxaals in die nieuwe natuurontwikkeling, vindt Kolen. "De suggestie wordt gewekt dat met het ontwikkelen van nieuwe natuur wordt teruggegrepen op het enige echte landschap, zoals het ooit was en dus ook weer hoort te zijn. Dat is een landschap zonder of met minimale tussenkomst van de mens. Wil je daarnaar terug, dan kunnen sporen die nog herinneren aan de mens knap vervelend zijn, want die zitten het programma in de weg."

Vanuit zo'n visie op het 'echte' landschap, zou elke boer gerust allerlei landschapselementen die de mens ooit in het landschap heeft aangebracht kunnen wegbulldozeren, zoals een historische boerderij, een 19de-eeuws hakhoutbosje of een middeleeuwse dijk. Kolen: "Waarom zou je je verdiepen in de menselijke geschiedenis van het landschap als je de anonieme geschiedenis van de natuur veel waardevoller vindt?"

Ouders en voorouders

Wat het betekent als het landschap van je jeugd, waarin je ouders en voorouders eeuwenlang woonden en werkten, letterlijk wordt opgeschept en weggegooid, maakt De Stoop als deeltijdboer in de polders nabij Antwerpen mee. In de ene na de andere polder - Prosper, Hedwige - worden boeren onteigend. Als natuurcompensatie voor de estuariumnatuur die verloren gaat door uitdieping van de Westerschelde, worden hun duizend jaar bewerkte vruchtbare akkers onder water gezet.

Dat gebeurt met de volle instemming van de Vlaamse natuurbeweging, die vroeger samen met de boeren een vuist maakte tegen de uitbreidingsplannen van de Antwerpse haven, maar nu een bondgenootschap heeft met de haven en er een zetel in de raad van bestuur kreeg. "Na jaren van idealisme hoort de natuurbeweging zelf tot het establishment en pleit ze voor het realisme van het samengaan van ecologie en economie op alle vlakken," constateert De Stoop bitter.

In 'Dit is mijn hof', het boek waarmee hij vorig jaar in één klap bekend werd, beschrijft De Stoop hoeveel leed het mensen berokkent wanneer hun landschap wordt afgepakt. "Dat landschap vormde een samenhangend geheel, waarin mensen, dieren en gebouwen hun plaats hadden. Een landschap met lagen van betekenis: ecologisch en historisch maar ook cultureel, sociaal en familiaal. En niet te vergeten moreel, want de vruchtbaarste klei, die eeuwenlang de bevolking gevoed heeft wordt hier letterlijk afgeschept en gedumpt."

Met de verwoesting van hun betekenisvolle landschap verliezen de bewoners ook hun daarmee verbonden geschiedenis en herinneringen.

"Referentiepunten in een landschap zijn zo ongelooflijk belangrijk voor mensen om hun geheugen aan op te hangen. Ze kunnen niet zonder," weet Kolen als landschapsarcheoloog. "In mijn streek speelt dat heel sterk", beaamt De Stoop. "Je komt daar nu op plekken waar je niets meer terugvindt, waar je niet aan je kleinkinderen kunt tonen waar je vandaan komt, het kan evengoed van Mars zijn."

Die desoriëntatie draagt volgens hem bij aan een gevoel van ontheemd raken. "Kwijtraken van de band met het landschap leidt tot verlies van identiteit. In mijn boek zeg ik dat met minder zware woorden, maar die komen op hetzelfde neer: 'die boerderij', zeg ik, 'zijn wij' en 'die bomenrij op de dijk zijn wij' en 'die wei zijn wij'. Met het verdwijnen van al die referentiepunten verlies je niet alleen je geschiedenis, geheugen en identiteit maar wordt jou je toekomst ontnomen. Ik ben de laatste boer op onze hoeve in de Zaligempolder. Nergens anders zijn mens en natuur zo tegen elkaar uitgespeeld als in mijn streek en misschien hier op Tiengemeten."

Romantisch beeld

De Stoop wordt wel verweten dat hij een te romantisch beeld schetst van het boerenland, waar door schaalvergroting, industrialisering, bestrijdingsmiddelen en monoculturen weinig natuur en diversiteit meer te vinden is. Hij erkent dat de boeren een slechte naam hebben gekregen. "Schaalvergroting en industrialisering van de landbouw heeft inderdaad reële problemen veroorzaakt, voor de natuur, het landschap en de voedselveiligheid."

Je mag daarbij niet vergeten, vindt hij, dat de boeren zijn gedwongen, vaak tegen hun zin. "Vanaf de jaren zeventig walste de politiek, onder leiding van Sicco Mansholt, over de boeren heen: produceren en nog eens produceren was het devies. Daarbovenop kwamen de economische eisen - zoveel mogelijk voedsel tegen een zo laag mogelijke prijs - en ook nog eens strenge milieuregels, waardoor de boeren klem zijn geraakt tussen economie en ecologie."

De boer uitsluitend identificeren met die problemen, vindt hij oneerlijk. "Boeren hebben een intense, haast zintuiglijke band met het land, het landschap en de dieren. Ze kiezen nog altijd voor dit beroep omdat ze in en met de natuur willen werken - het is de essentie van hun leven. Dat neemt niet weg dat kritiek op de industrialisering terecht is. Veel boeren zien dat zelf ook in," merkt De Stoop in gesprekken met hen, "en verleggen hun koers. Ze gaan biologisch boeren, beginnen een boerderijwinkel met eigen producten, worden natuurboer of zorgboer."

Het zou goed kunnen, oppert Kolen, dat we een kantelpunt hebben bereikt, waarop we beseffen dat we misschien te snel afscheid hebben genomen van de landbouw en dat er nieuwe toekomst is voor het landschap als landbouwlandschap.

"Mensen komen ervan terug dat landschappen er louter zijn om te bezoeken - voor vrije tijd, belevenissen en natuur - en geen productielandschappen meer hoeven te zijn waarvan we ook leven. Je ziet dat onder meer aan een toename van landbouw rondom en in steden, en aan jonge generaties van twintigers in Oost-Europa die het land van hun familie, dat onder het communistische regime is onteigend, terugvragen of terugkopen en weer gaan boeren."

Sociaal landschap

Het idee dat het landschap een omgeving is buiten de mens, een ruimte die we af en toe bezoeken maar waar we niet in werken en leven, klopt niet, meent de landschapsarcheoloog. "Een landschap is ook altijd een sociaal landschap, bedekt met sociale relaties die hebben ingewerkt op dat landschap, het hebben voortgebracht en getransformeerd. Dat idee van een sociaal landschap zijn we kwijtgeraakt in de jaren negentig met de nieuwe opvattingen over natuur, die beter af zou zijn en ook meer divers zonder mensen."

Op die vermeende biodiversiteit in het ontmenselijkte landschap hebben Kolen en De Stoop wel wat af te dingen. "Ik ken studies," zegt Kolen, "waaruit blijkt dat het landschap qua biodiversiteit nooit zo'n hoogtepunt heeft gekend als het cultuurlandschap in het midden van de 19de eeuw met het kleinschalige landbouwbedrijf. En ook studies die aantonen dat natuurontwikkeling vaak leidt tot enorme verschraling, doordat er wordt afgegraven tot op het voedselarme zand."

Het is de natuurorganisaties ook te doen om het bezit van de grond, is de stellige overtuiging van De Stoop. "Hebben ze de landbouwgrond in hun bezit, dan is er nu één beheermodel: de grond onder water zetten en grote grazers erin gooien. Ze zwijgen liever over de schadelijke effecten voor flora en fauna. Uit studies blijkt dat de biodiversiteit van broedvogels en plantenrijkdom in sommige natuurgebieden juist achteruitgaat."

Na tien jaar nieuwe natuurontwikkeling wordt het hoog tijd, vinden beiden, voor een grondige en eerlijke evaluatie. Is die nieuwe natuur een verrijking van ons landschap en van onze biodiversiteit?

Of valt de kwaliteit ervan toch tegen, vergeleken met bijvoorbeeld de natuurlijke rijkdom van de Peelvennen in het cultuurlandschap van de 19de eeuw, waarvan Kolen studie heeft gemaakt? Wat offer je op voor nieuwe natuur? Mag je ongestraft lijntjes doorknippen tussen mensen en plekken? Rechtvaardigt de kwaliteit van die nieuwe natuur dat je de geschiedenis en de mens uit het landschap haalt? Of moet de natuur als sociaal landschap, waarin natuur, cultuur en landbouw verweven zijn, weer terugkomen?

De natuur is 10.000 jaar lang mooi geweest onder invloed van de mens. Voor Kolen en De Stoop is het antwoord evident: in een rijk landschap hoort ook de mens thuis.

Lezingenreeks over het landschap

De betekenis van het Nederlandse landschap reikt verder dan de economische waarde die tegenwoordig eenzijdig de nadruk krijgt. Over de rijke betekenislagen van het landschap - historisch, cultureel, sociaal, ecologisch en spiritueel - organiseert het Wereld Natuur Fonds, samen met Trouw een lezingenreeks in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam.

18 mei: Landschap en herinnering, met schrijver en deeltijdboer Chris de Stoop en landschapsarcheoloog Jan Kolen.

25 mei: Landschap en verandering, met ruimtevaarder André Kuipers en landschapsarchitect Adriaan Geuze.

1 juni: Landschap en bezieling, met ontdekkingsreizigster Arita Baaijens en natuurfotograaf Frans Lanting.

Aanvang 20.00 uur. Entreeprijs 7,50 euro per avond. Trouw-lezers betalen 5,00 euro, en voor een passe-partout 15 euro. Kaarten bestellen op Trouw.nl/exclusief

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden