HET LAATSTE KUNSTJE VAN M. J. H.

Het EK wordt het afscheid voor Rinus Michels. De 64-jarige Generaal gaat de geschiedenis in als een redelijk succesvolle coach. Met Ajax won hij de Europa Cup I, met Oranje werd hij Europees kampioen. Bij buitenlandse werkgevers als Barcelona, 1.FC Koln en Bayer Leverkusen was hij minder succesvol. Rinus Michels heeft aan 27 jaar coa ching waarschijnlijk weinig vrienden heeft overgehouden. Waar hij de scepter zwaaide, werd bitter weinig gelachen. "Ik praat weinig, omdat het mijn aard niet is om te praten. Je zou het ook een soort mensenschuwheid kunnen noemen."

De voetballerij, die wereld van macht en onmacht, zal mensen in zekere zin misvormen. Bestuursleden zijn al dan niet op macht beluste ijdeltuiten, trainers niet zelden dictators, spelers hun slaven. En bovendien geldt in deze jungle het recht van de sterkste, de beste. Het is een vreemde wereld, waarin M. J. H. al op jonge leeftijd verzeild raakt. Rinus Michels, de zoon van Wil van Brederode en de als zetter aan Het Algemeen Handelsblad verbonden Piet Michels, is geen bijzonder getalenteerd voetballer. Maar wel een enorme doordouwer. Rinus is een flink uit de kluiten gewassen midvoor, die beter kan koppen dan voetballen, doch op basis van zijn productiviteit bij Ajax beslist wordt gewaardeerd. Tussen 1950 en 1954 haalt hij ook vijf keer het Nederlands elftal. Op dat niveau wordt het trouwens niet echt een succes: vijf interlands, vijf fikse nederlagen, in een tijd dat het amateurisme het al bijna heeft begeven. Geen nood, die zware nederlagen in Oranje, want voetballen doe je in het begin van de jaren vijftig ook nog wel enigszins voor de lol. Die opvatting wordt zeker gekoesterd door de voetballer Rinus Michels. Hij heeft een stem als een klok en ook in andere gedaanten schijnt de jonge Rinus bij feesten en partijen voortdurend voorop te hebben gelopen.

Terug naar de stelling dat het voetbal mensen misvormt; dat deze sport nogal wat rand-maatschappelijke trekjes vertoont. Neem dat ene voorbeeldje, van zondag 2 februari 1958. De loopbaan van Rinus Michels als actief voetballer zit er bijna op. In het Ajax-stadion is Rapid JC uit Heerlen de tegenstander, de beroemde Leo Horn is scheidsrechter. Michels heeft al zware knie- en rugblessures gehad. Voor het duel met de landskampioen van 1956 wordt op hem gegokt, want hij staat nog altijd te boek als een gevaarlijke aanvaller. Vroeg in de wedstrijd schiet hem bij een hard schot evenwel een stekende pijn in een been. De vervangings-bepalingen zijn in die tijd nog heel streng. Voetballen doe je tot je er bij neer valt, tactische wissels zijn nog onbekend. Alleen wanneer de scheidsrechter bepaalt dat een speler geblesseerd is, mag er een vervanger in het veld komen. Horn weet van Michels' recente hernia-problematiek en ontzegt een invaller de toegang tot het veld. Pas in de rust, als Michels al lang is uitgevallen en Ajax-arts Posthuma heeft duidelijk gemaakt dat de midvoor een verse spierscheuring heeft opgelopen die niets met de oude mankementen heeft te maken, is Horn overtuigd en mag invaller Loek den Edel voor de tweede helft verschijnen.

Horn wantrouwt en Michels wordt als voetballer nooit meer beter; in deze wereld gelden inderdaad speciale normen. Zo weet Rinus Michels maar al te goed. In 1992, dat is 34 jaar na zijn spierscheuring, meldt Richard Witschge zich met een zelfde mankement in het trainingskamp te Noordwijk. Een dag eerder heeft een andere, vooraanstaande KNVB'er sub rosa al aangekondigd wat gebeuren gaat. Michels baalt van Richard Witschge, want deze in het voetbal op het oog zo vaak ongeintereseerde jonge miljonair, heeft van tevoren geen contact opgenomen over zijn blessure. De dag voordat Witschge zich meldt, wordt duidelijk dat hij 'hooguit een procent kans heeft om mee te gaan naar Zweden.' Eenmaal in Noordwijk heeft Michels aan twee woorden van bondsarts Frist Kessel genoeg: wegwezen Witschge, we nemen je broer wel.

Het proces-Witschge voltrekt zich in no time. Hij is een getalenteerde linkermiddenvelder, natuurlijk, maar in deze wereld spelen andere dingen vaak een rol. Enkele voorbeeldjes: niemand gelooft dat Gerald Vanenburg geen recht heeft op een plaats in de EK-selectie van 22 man. Natuurlijk heeft Vaantje daar recht op. Nochtans is hij er niet bij, want in de pers is de kleine balvirtuoos net even te kritisch geweest. Dat kost hem zijn plaats; op een manier die doet begrijpen waarom vedetten als Hans van Breukelen, Ronald Koeman, Ruud Gullit en Marco van Basten ernstige conflicten met De Generaal achter de rug hebben.

Als Marinus Jacobus Hendricus Michels in januari 1965 zijn gehandicapte kinderen aan de J. C. Ammanschol gedag heeft gekust, lijkt het gelijk gedaan met zijn sociale vaardigheid. Na als trainer proef te hebben gedraaid bij de amateurs van JOS en de jeugd van AFC, wordt hij ineens coach van Ajax. Hij kent de wereld van het nationale topvoetbal en weet dat de verleidingen voor de semi-profs van Ajax groot zijn in Amsterdam. Derhalve is het gedaan met de pret. Rinus was als speler zelf een fuifnummer. Zodoende weet hij dat je met fuifnummers de oorlog niet wint. (De historische uitspraak, die de sportencyclopedie uit het jaar 2100 zal halen, moet dan nog uit zijn mond rollen: 'Voetbal is Oorlog', en zo ook zijn vervolg dat hij het zo niet bedoeld heeft).

De mens Michels zorgt in de ook op ander gebied revolutionaire jaren zestig voor een sportieve omwenteling: spelers zijn nummers. Nummers! Nummers hebben geen naam, geen gevoel, nummers zijn functioneel bezig en dienen te gehoorzamen aan de nooit lachende, altijd geprogrammeerde Bull/Sfinx-computer. In 1965 duurt het nog negentien jaar voor George Orwell's (overleden in 1950) '1984' aan bod komt, maar M. J. H. neemt via een sportieve variant al vast een voorschotje op het leven in een totalitaire sfeer. Bij zijn terugkeer op het Ajaxnest geeft hij dat al meteen aan: "Betaald voetbal is geen spelletje meer, training is werk, op tijd beginnen, geen simulanten. Conditie is niet alleen een lichamelijke kwestie, ook een geestelijke. Mentale voorbereiding is geen donderspeech, mentale voorbereiding is de speler ervan overtuigen dat hij in een bepaalde periode alles moet geven, dat hij geen kleinigheid mag verwaarlozen. Het is voorgekomen, dat een man in perfecte lichamelijke conditie niet kon spelen, omdat hij een blauwe nagel had. Te kleine schoenen! Kan niet meer."

In de week dat Rinus Michels als trainer van Ajax zijn opwachting in De Meer maakt, wordt door hem meteen al duidelijk gemaakt dat veel niet meer kan. Hij wil profs, zuivere profs. De besten hebben de nummers 1 tot en met 11. De anderen dragen hogere nummers, plus de koffers; tot het moment waarop zij in staat zijn boven zich zelf uit te stijgen en een ander nummer uit de ploeg spelen. Gezellig is anders, maar zie, in de eerste de beste competitiewedstrijd, wordt door degradatiekandidaat (!) Ajax meteen al MVV vernederd: 9-3. De nog 17-jarige Johan Cruijff doet mee en Sjaak Swart scoort maar liefst vijf keer.

Sjaak Swart, jawel, rond deze Ajacied zal Michels zijn menselijke trekken nog een keer tonen. Als het grote Ajax van Johan Cruijff, Piet Keizer en Johan Neeskens een feit is, valt de coach ten prooi aan twijfels. Hij heeft in de jaren vijftig nog met Sjakie samen gespeeld in Ajax 1. Voor de Europa Cup-finale van 1971 op het heilige gras van Wembley is Mister Ajax al bijna 33 jaar en eigenlijk niet meer geschikt voor de basis. De mens M. J. H. smelt evenwel en stelt Sjakie op. Hij heeft er al gauw spijt van. Sjaak is niet functioneel (!), in de rust wordt hij uit de ploeg gehaald. Vier jaar voor die finale heeft Michels over Sjakie gezegd: "Er zijn bepaalde spelers die je sympathieker vindt dan anderen. Dat moet weggecijferd worden. Ik moet ze functioneel zien, als spelers. Meer kan niet."

Na de finale van 1971 zegt Michels over Swart: "Ik moet vooropstellen dat ik dacht: het kan wel tegen die Grieken. Ik wilde Sjaak voor deze gelegenheid niet passeren. Maar het ging niet. Ik zat aan de rand van het veld met het water in mijn handen. Ik keek achter elkaar op m'n horloge, dacht aldoor: waarom is het nog geen rust, dan kan ik de zaak gaan herstellen. Het werd rust en Sjaak moest het veld ruimen, een keiharde slag voor hem. Het viel me ontzettend zwaar. Sjaak is de enige echte Ajacied, de laatste van een uitstervend ras. Je ziet ze haast niet meer, de jongens die het shirt van Ajax even belangrijk vinden als de verdiensten."

Een jaar later, in 1972, mag Sjaak Swart overigens van Michels' opvolger Stefan Kovacs negentig minuten meedoen in Ajax' volgende Europa Cup-finale, in Rotterdam tegen Inter Milaan.

Voor Rinus Michels in de lente van 1971 met de Europa Cup in handen afscheid neemt van Ajax, is er veel gebeurd, heeft hij veel aangericht en, dat ook, zijn de successen binnengestroomd. Een bloemlezing uit de openbaar gemaakte gedachten van De Generaal in de laatste vijf jaar van het decennium der jaren zestig:

"Het gaat er niet om spelers bezig te houden. Een trainer moet alleen maar zijn doel willen bereiken." (1965).

"Generaliseren is altijd een gevaarlijke zaak, maar het intelligentiepeil van voetballers is in het algemeen niet hoog. Voetbal is een massasport, vooral volksjongens raken er in verzeild. Ik vind het goed zo. Hoe intelligenter, des te ongeschikter voor voetbal. Voetbal is iets dat je zoeken moet in het intiuitieve, in het instinctieve vlak. Denkloos handelen, dat is voetbal. Voetbalintelligentie ligt in dat intuitieve vlak. Een Abe Lenstra en een Kick Smit hadden een geweldige voetbalintelligentie, maar vooral Kick Smit was verder zonder meer dom, die kon buiten voetbal niks. Het pedagogische aspect kunnen we hier buiten beschouwing laten. In het profvoetbal is het spel zelf doel. Dat geeft een heel andere verhouding ten opzichte van de spelers. Alles is afgericht op het winnen van een wedstrijd. Je bent altijd bezig met dingen die spelers niet mogen. Dat is vervelend, maar het kan niet anders." (1966).

"Moeilijk te zeggen wanneer een ploeg tactisch rijp is. De vergelijking gaat misschien niet helemaal op, maar het is een beetje als een soldaat in de frontlijn die het misschien dun door de broek loopt, omdat hij moet schieten, en bovendien nog op de manoeuvres van de tegenstander moet letten." (1967).

"Het grootste gebrek van de Nederlandse voetballer is tegelijk zijn grootste kracht: het individualisme. Het is noodzakelijk dat individualisme op de juiste ogenblikken te leren benutten. Zelf denkt de Nederlandse speler nog te veel. Het duurt een poosje voor je daar als trainer door heen bent. Het is het grootste probleem van de trainer. Ik kom er niet meer aan toe spelers sympathiek te vinden, ik zie ze functioneel." (1968).

"De doelmatigheid, dat denken in alleen maar directe feiten, resultaat, betekent dat ik weinig praat met spelers. Ik praat weinig, ook omdat het mijn aart niet is om te praten. Je zou het het ook een soort mensenschuwheid kunnen noemen. Ik kom moeilijk in contact met mensen. Mijn dialoog blijft altijd beperkt tot het nut dat in directe relatie staat tot het voetballen. Daarbuiten, nee. . ." (1969).

M. J. H. heeft succes bij Ajax, veel minder succes bij Barcelona, hij wordt als Supervisor van het Nederlands elftal tweede op de WK-eindronde in 1974 en eerste met Oranje op het Europees kampioenschap in 1988. Dan, er voor en ook daarna gaat er in de intermenselijke sfeer nogal wat mis tussen topvoetballers en Michels. Een nieuwe bloemlezing:

Ex-Ajacied Bennie Muller, in de jaren zestig goed voor 42 interlands:

"Michels heeft me kapot gemaakt. Hij is gewoon een pure egoist, alleen maar uit op eigen succes. Een speler is voor Michels een nummer, hij gaat echt over lijken. Iedereen noemt hem een persoonlijkheid, maar tactisch is hij echt niet sterk. De Europa Cupfinale in 1969 tegen AC Milan heeft Ajax dank zij Michels verloren. Aks Ajax het eigen spelletje had gespeeld, was er gewonnen. Maar nee, Michels was bang voor die Italianen, hij stemde zijn taktiek af op AC Milan. Het heeft Michels later behoorlijk meegezeten, in mijn ogen is hij een gelukstrainer." (1983).

Milanees Marco van Basten, 51 maal international:

"Wat Michels doet, is laag." (1990).

Ex-Ajacied Piet Keizer, 34 maal international:

"We waren getallen voor Michels, er zaten geen mensen achter. Op een gegeven moment gaf hij ons zelfs geen nummer meer, maar zeiie: 'Jullie zijn allemaal nullen. Hij was de computer vooruit, die heeft nog nullen en enen. Het enige dat telde was presteren, organisatie en discipline." (1992).

Nu hij met het zeer getalenteerde Nederlands elftal anno 1992 aan de vooravond van zijn laatste kunstje staat, heeft Michels nog een keer zijn ware voetbal-aard laten zien. Na talrijke affaires met spelers en collega-coaches (Kraay, Rijvers, Libregts, Cruijff), is hij nog eens op zijn strepen gaan staan. Ronald Koeman werd voor het blok gezet en diens trainer (ooit door hem als 'aankomend coach' en 'psychopaat' gekenmerkt) nogmaals uitgedaagd. Het is de zoveelste, doch onherroepelijk laatste opvoering in het spel van macht en onmacht in de spannende wereld van het profvoetbal. Een wereld waarin Marinus Jacobus Hendricus Michels ongetwijfeld heel rijk is geworden. Maar ook gelukkig?

Geraadpleegde bronnen: Het Parool, dagblad De Tijd, Vrij Nederland, Haagse Post, Voetbal International.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden