Het laatste Joodse erfgoed in Irak

De synagoge in Al-Kosj, in het noorden van Irak, is weinig meer dan een ruïne. De resten van profeet Nahoem zijn overgebracht naar een Chaldese kerk in de regio. Foto © Judit Neurink Beeld
De synagoge in Al-Kosj, in het noorden van Irak, is weinig meer dan een ruïne. De resten van profeet Nahoem zijn overgebracht naar een Chaldese kerk in de regio. Foto © Judit Neurink

Joden verlieten Irak rond 1950. Weinig getuigt nog van hun aanwezigheid. En het laatste erfgoed dreigt ook te verdwijnen. Zoals de resten van een synagoge in het christelijke Al-Kosj. Corruptie, incompetentie en opportunisme wonnen het van bescherming van het Joods-Iraakse verleden.

Judit Neurink

'Er komen hier vaak mensen die zeggen dat ze iets gaan doen", zegt Aboe Nazir terwijl hij door het boek bladert met verklaringen van bezoekers. "Maar kijk", zegt hij, wijzend op een doorzakkende pilaar, "als de regens straks komen zal het dak het waarschijnlijk begeven."

De stramme zeventiger Sami Jajuhanna Shega - plaatselijk beter bekend als de vader van Nazir - beheert in het al eeuwen voornamelijk christelijke stadje Al-Kosj al jaren de sleutel en de resten van wat ooit de synagoge was. Toen de Joden tussen 1948 en 1952 Irak verlieten, beloofde hij zijn vertrekkende buurman, de rabbijn, voor het pand te zorgen, en voor het graf van de profeet Nahoem dat zich binnen bevindt. In de loop der jaren is het pand steeds verder vervallen, en er wordt weinig gedaan om dat proces te stuiten.

Joden waren tot begin jaren vijftig een belangrijke bevolkingsgroep in Irak. Maar nadat in 1948 de Israëlische staat werd gevestigd, leidde het giftige mengsel van nazisme, zionistisch beleid en afgunst tot moord, discriminatie en de massale uittocht van zo'n 150.000 Joden. Tot dat moment hadden ze eigen wijken, synagoges en gemeenschappen in veel Iraakse steden. Ook in Al-Kosj, in het noorden van Irak, boven Mosoel. Sommige huizen en ruïnes in de Joodse wijk zijn 2.000 jaar oud. De synagoge was een belangrijk pelgrimsoord: veel Joden kwamen er bidden bij het graf van de profeet Nahoem, die zijn naam leende aan een van de minder bekende bijbelboeken. Hij leefde in Al-Kosj rond 600 voor Chr..

Ondanks de anti-Joodse gevoelens onder Saddam Hoessein bleven de pelgrims komen, vertelt Aboe Nazir. In zijn notitieboek staan dan ook tal van aantekeningen in het Hebreeuws, naast die van bezoekers uit de VS en Europa. Binnen staan de opgebrande kaarsjes die bezoekers meebrachten. De oude glazen lampen zijn gebroken, nieuwe worden niet meer geleverd. Aan het hek rondom het graf hebben bezoekers stukjes stof geknoopt om een wens te doen, een oude gewoonte die in veel geloven in de regio terugkomt.

Ook de nazaten van zijn buurman zijn uit de VS overgekomen, vertelt Aboe Nazir, en een Amerikaans team dat de renovatie kwam voorbereiden. Maar die is nooit gerealiseerd. Hoewel er geld was gevonden bij rijke Amerikaanse Joden en er een team was samengesteld, liep het project vast op het Koerdische departement voor oudheden. Al-Kosj ligt buiten de Koerdische regio, maar valt wel onder de bescherming van de Koerden. Het departement eiste de subsidie op om het werk zelf uit te voeren, wat de Amerikaanse initiatiefnemer weigerde omdat hij zag dat er onvoldoende expertise was. Daarop werd diens visum ingetrokken.

Sindsdien is er niets gebeurd. De Chaldese kerk in Al-Kosj, rijk geworden door giften uit het buitenland, doet niet meer dan af en toe een vinger in de dijk steken. "Toen we een waterlek hadden, heeft de matran , de geestelijk leider van de Chaldese kerk, geld gegeven om het te reparen."

Binnen is alleen het dak boven het graf nog min of meer intact, en de duizenden jaren oude inscripties in het Hebreeuws aan de muren. Een ervan is duidelijk onlangs gerepareerd. De steen was gestolen, vertelt Aboe Nazir. "Ik hoorde door wie en ben het uit een grot gaan terughalen." Hij grinnikt: "Een bezoeker vertelde me dat ik hem omgekeerd had ingemetseld. Ik kan het zelf niet lezen."

In tegenstelling tot de totaal vervallen synagoge zijn de kerken in Al-Kosj netjes hersteld en herbouwd. Onder Saddam waren er plannen voor reconstructie van de synagoge, maar die strandden toen Irak Koeweit binnenviel. Aboe Nazir vertelt dat de matran drie jaar geleden op bezoek geweest is, maar ook dat leidde niet tot zorg voor dit historisch monument. "Hij gaf me alleen dit boek, en droeg me op iedere bezoeker daarin te laten schrijven."

De kerk greep wel op een andere manier in, blijkt dan. Nahoems resten liggen niet meer in de tombe in de synagoge, maar zijn overgebracht naar een van de Chaldese kerken in Al-Kosj. "Er waren bedreigingen. De resten liggen nu in de Michakerk." Daar wordt goede sier gemaakt met een nieuwe tombe, die het verhaal vertelt over de herkomst van de profeet Nahoem. Aboe Nazir onthoudt zich van commentaar, maar het verval gaat hem duidelijk aan het hart. Hij doet het voor zijn buurman, vrijwillig, al jaren, en zijn zoon zal het na hem overnemen.

"Mijn grootvader, mijn vader en ik - we hadden hechte banden met deze mensen. Er was geen verschil tussen ons en hen." Die oude tijd is voorbij, stelt hij somber vast. En wat rest vervalt tot de stenen waarmee het gebouwd is.

Al-Kosj: veel geloven naast elkaar
Al-Kosj dateert uit het Assyrische Rijk (2000 - 612 voor Chr.); is wellicht zelfs nog ouder. De eerst bekende geschreven vermelding is van 750 voor Chr. Joden kwamen rond 727 voor Chr. naar Al-Kosj, toen de Assyrische koning Shalmanessar II na de verovering van Samaria duizenden van zijn geloofsgenoten naar Noord-Irak had overgebracht. Onder hen was de vader van de latere profeet Nahoem. Hij voorspelde de val van het Assyrische Rijk. Al-Kosj is een van de drie plaatsen die genoemd wordt als zijn begraafplaats, naast die in het oude Israël en in het oude Judah dat nu deels Palestijns gebied is.

De Joden leefden in vrede naast de plaatselijke, vermoedelijk Assyrische bevolking. Al-Kosj is altijd een plaats geweest waar religie een rol speelde; eerst de Assyrische en de Joodse, en daarna was Al-Kosj een van de eerste plaatsen die overgingen tot het christendom. In 441 is er al melding van een kerk die op de plaats van de tempel van Al-Kosj' eerdere god Sin was gebouwd. Er zijn in de loop der eeuwen meerdere kloosters gebouwd, en Nestorianen, Assyrische en Chaldese christenen woonden er samen met Joden.

Al-Kosj ligt op 50 kilometer van Mosoel, en huisvestte in het verleden duizenden Joden. In 1904 bestond Bagdad nog voor een derde uit Joden. Sinds de uittocht, na 1948, wonen er in heel Irak hooguit enkele tientallen.

In de vorige eeuw stond Al-Kosj bovendien bekend als een bolwerk van de communisten, waardoor het stadje onder Saddam Hoessein geïsoleerd en achtergesteld werd.

Al-Kosj heeft ongeveer 15.000 inwoners. Zij spreken vooral Assyrisch, een taal die voortkomt uit het oude Aramees, de taal van Christus.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden