Het kwartje begint te vallen

Op de Antillen wordt 'Schoon is de West' niet meer gezongen. Het volkslied dat ervoor in de plaats had kunnen komen, is in het papiaments. Deel 6 van de serie 'Koninkrijk Overzee', over het groeiend Antilliaans zelfbewustzijn, waar Nederlanders aan moeten wennen.

Wij leven vrij, wij leven blij

op Neerlands dierb're grond.

Ontworsteld aan de slavernij

zijn wij door eendracht frank en vrij.

Hier duldt het land geen dwinglandij

waar vrijheid eeuwen stond (2X)

Op het Fortplein bij het regeringscentrum in Willemstad zijn aubades verleden tijd. 'Schoon is de West', is twee jaar geleden vervangen door het eigen Nederlands Antilliaanse volkslied. Daarin worden de vijf 'juwelen in de tropenzon, omgeven door azuur' bewierookt in de voertalen op de eilanden, het Papiaments en het Engels. Een Nederlandse vertaling is niet voorhanden. Sterker nog, in het volkslied wordt het andere deel van het koninkrijk doodgezwegen.

De gezamenlijke geschiedenis van Antillianen en Hollanders wordt wél breed uitgemeten aan de andere kant van het Sint Anna Baai, in Otrobanda. Daar, in de contreien rond de IJzerstraat, houdt de Nederlander Jacob Gelt Dekker huis. De steenrijke zakenman heeft zich tot doel gesteld een 'goede koloniaal' te zijn. Zestien verpauperde historische panden heeft Dekker inmiddels gerenoveerd. Zijn invloed in de buurt, die onveilig wordt gemaakt door prostituees en gewelddadige kruimeldieven, is groot. Zoals de legendarische 'Otrobandiet' Jopie Hart het uitdrukt: ,,Zijn lichtend voorbeeld verspreidt zich als een olievlek''.

Jacob Gelt Dekker heeft het gemaakt op de Antillen. Dat valt op te maken uit het feit dat de penshionado van begin vijftig niet met afgunst wordt geconfronteerd. Dat komt vooral door zijn schenking van het Kurá Hulanda (Hollands hofje) aan de bevolking. Het museum laat zien waar de bevolking van Curaçao vandaan komt, hoe die naar de West vervoerd werd en wat er van de West-Afrikanen geworden is. Dekker heeft een ruim van een slavenschip laten nagebouwen in de catacomben achter de Handelskade, waar nu de gigantische cruiseschepen aanleggen. Een betere plek had hij niet kunnen bedenken. In de slaventijd werd Kurá Hulanda gebruikt als depot, waar de slaven na aankomst werden verkocht.

Dat uitgerekend een Makamba de historie in beeld heeft gebracht, lijkt de Antillianen niet te storen. Een verklaring kan zijn dat Dekker een weldoener is die fanatieker Curaçaoënaar is geworden dan de meeste eilandgenoten. ,,De Europeaan heeft de lokale bevolking in de koloniën altijd wijsgemaakt dat zij geen geschiedenis heeft. De gevolgen van die doctrine werken nu nog door. De doorsnee Antilliaan doet er alles aan om zo Europees mogelijk over te komen.''

Zelfbewust wil Dekker de Antillianen maken. Net als de grote leidsman van dit ogenblik, premier Miguel Pourier. Es ku realmente ke, por, heet zijn program, Willen is kunnen. Pourier: ,,Dat onze mensen moeite hebben om in de dienstverlening - in hotels en restaurants - te werken is een feit. Sommige voelen dat als nieuwe slavernij. Dat gevoel moet overwonnen worden.'' Ook het werken in de bouw is verre van populair. Badend in het zweet in de tropische zon stenen sjouwen voor een ander, zo ziet de Curaçaoënaar zichzelf niet graag.

Het bouwbedrijf Janssen de Jong, al vanaf 1953 op Curaçao actief, heeft daar iets op gevonden. André Curiel van het bouwconcern: ,,Het is waar dat dit werk niet in trek is. Maar die waarheid koesteren baat niemand. Daarom hebben we ingezet op upgrading van personeel.'' Het project is even simpel als effectief: Werknemers mogen in de baas z'n tijd naar school. Veel bouwvakkers, en werklozen die in aanmerking komen voor het werken aan wegen, huizen en hotels, zijn praktisch analfabeet. Als werknemers volwaardiger kunnen meedraaien in de samenleving, krijgen ze meer aanzien en zelfrespect, en worden beter inzetbaar, waardoor ze weer meer aanzien . . . enzovoort.

Curiel: ,,Het onderwijs van de school voor alfabetisering Pro Alfa heeft een geweldig effect gehad. De productie is omhoog gegaan. Ineens kunnen ze een tekening van het werk lezen, waardoor ze zelfstandig een klus kunnen afmaken. Je hoeft niet steeds alles voor te kauwen. En je hoeft niet meer zo vaak als een waakhond langs te gaan om te kijken of er wel gewerkt wordt.''

Bouwer Janssen de Jong heeft inmiddels zelfs een bekende Curaçaoënaar afgeleverd. Tegen de 54-jarige Harry Neuman wordt heel anders aangekeken, sinds hij kan lezen en schrijven. Veel anders is zijn werk, het delven van stenen in de mijn van de Tafelberg, niet geworden. Maar het hele eiland begrijpt hem door en door, als Neuman in de media vertelt dat hij na iedere les naar zijn bejaarde moeder gaat om zijn vorderingen te laten zien. Curiel: ,,Het is als met een automaat. Als je er niets ingooit, komt er ook niets uit. Dat kwartje begint op Curaçao te vallen''.

Neuman heeft zijn 'verheffing' eind vorig jaar aan koningin Beatrix verteld, toen zij een bezoek bracht aan de Cariben. Met gevoel voor nieuwe verhoudingen begroette toen ook Miss Universe Curaçao, Jazaïne Wall, hare majesteit. De schoonheidskoningin liet weten dat de Antillianen geen voorkeursbehandeling meer willen. ,,Met alle respect voor het Koninkrijk'', schreef ze in het Caribische Algemeen Dagblad ter verwelkoming, ,,het is voor mij onbegrijpelijk hoe wij achtergesteld worden bij Nederland.''

Die discriminatie zou nog tot daar aan toe zijn, meende Miss 1999/2000, ,,maar wij worden niet meegetrokken in de snelheid van de ontwikkelingen, terwijl andere landen die niet tot het koninkrijk horen, vaak eerder geholpen worden dan wij landskinderen''. Het was maar een vaststelling. Nuchter, niet meer, niet minder. Om giften werd niet gevraagd. Ze heeft, net als de schrijver Frank Martinus Arion, geen behoefte aan medelijden, maar aan een respectvolle eerlijke behandeling.

Auteur Arion schreef: ,,Mevrouw, toen u zeven jaar geleden in het landhuis Zeelandia voor mij en mijn vrouw plaatsnam, zei u: 'We hebben U met Nederlands opgezadeld, nietwaar?' Toen dacht ik: voor het eerst ontmoet ik een Koninkrijks-Nederlander en geen taal-chauvinistische Nederlander zoals de meesten.''

De vreugde was aan de vooravond van Beatrix' meest recente bezoek weer voorbij. Arion had de koningin horen praten over de Nederlandse taal die niet verjaagd mag worden van de eilanden. Wat Arion betreft, was dat tot daar aan toe, want daar kan de nieuwboren Antilliaan met zelfrespect tegen. Erger vond Arion het dat de koningin haar intrek had genomen in het luxe hotel Avila Beach, bekend om het huisvesten van betuttelende Nederlandse ambtenaren en politici.

Arion: ,,Wat doet U? U neemt uw intrek in hotel Avila waar uw arrogante regenten jaar en dag zich schuil houden om hun onderonsjes te plegen. In plaats van hen te dwingen U in het daglicht van Otrobanda onder te brengen, wat het mooiste stadsdeel van de wereld aan het worden is''.

Twee dagen later liet Beatrix zich op een steenworp afstand van Kurá Hulanda het Antilliaanse volkslied toezingen. Met als refrein, vertaald uit het papiaments:

Laat ons, één volk, vijf eilanden, altijd verbonden zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden