Het kwaad van de vaste boekenprijs

In Nederland kost een boek overal hetzelfde door de vaste boekenprijs, een volgens Brussel verfoeilijke kartelafspraak. In 2005 moet het echt uit zijn met de pret. Staatssecretaris Van der Ploeg liet een rapport maken over hoe het dan verder moet, dat onlangs velen naar de wapenen deed grijpen. Zelfs het Europees Parlement vecht nu voor het behoud van de regeling. Maar, stelt publicist Rik Smits, er bestaat helemaal geen vaste boekenprijs.

Wolkend stof en wapengekletter in boekminnend Nederland. De vaste boekenprijs deugt niet, oordeelden het Centraal Planbureau (CPB) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) eind april in een door staatssecretaris Rick van der Ploeg gevraagd rapport. Daarin hadden beide instanties gelijk.

,,Dat rappórt deugt niet'', brieste Aad Nuis, ooit staatssecretaris van cultuur en nu lobbyist voor het Nederlands Uitgeversverbond, een dag later. En ook hij had daarin gelijk, een paradox die alleen kan bestaan omdat de hele discussie niet deugt. Omdat het onderwerp ervan, de vaste boekenprijs, welbeschouwd niet bestaat.

Wat ermee wordt bedoeld is een vaste consumentenprijs, een fundamenteel ander, kwaadaardiger beest. Dat wordt nog eens bevestigd door de resolutie die het Europees Parlement op 16 mei aannam, die landen van de Unie het recht moet gunnen om, in weerwil van de Brusselse voorliefde voor vrije concurrentie, individueel via wet of branche-afspraken de eindgebruikersprijs van boeken vast te leggen. Dat niemand, van de felste zeloot tot de neutraalste onderzoeker, zich rekenschap blijkt te geven van wat dat werkelijk betekent, maakt het strijdgedruis echter tot ketelmuziek, de argumentatie tot luchtfietserij.

Eén ding staat vast. De gronden waarop destijds de vaste boekenprijs ontstond, waren heel respectabel. Men wilde de blijvende beschikbaarheid garanderen van een breed en divers aanbod van populaire en minder populaire werken met geaccepteerde en contraire ideeën in conventionele en experimentele vormen. Dat moest gebeuren via wat in boekenkringen 'kruisbestuiving' heet: als je de prijs van populair werk kunstmatig hooghield door prijsconcurrentie uit te schakelen, zouden uitgevers flinke overwinsten behalen op de Mulischen, Van 't Heks en Grishams. Met dat geld zouden ze dan commercieel riskantere kasplantjes op weg helpen, zoals debuten en boeken voor een klein, specialistisch publiek.

Tegelijk zou de vaste prijs voorkomen dat boekhandels elkaar met prijsoorlogen de keel afsneden, zodat een voldoende fijnmazig net van goedgesorteerde boekwinkels kon blijven bestaan. Ook sprak de uitgeefwereld af nieuwe boeken niet meteen aan Jan en alleman te leveren, zoals supermarkten en benzinestations, ter verdere bescherming van de positie van de betere boekhandel met deskundig personeel.

Het ging dus om twee heel verschillende dingen: boeken en boekwinkels. En zoals zo vaak met aanbiedingen die in de woorden van Koot en Bie 'twee keer genieten voor één geld' beloven, is het met de vaste boekenprijs twee keer niks geworden.

Wat de boekwinkels betreft laat zich dat eenvoudig vaststellen. Het aantal kwaliteitsboekhandels loopt sinds de invoering van de vaste boekenprijs gestaag terug, terwijl Nederland rijker en rijker werd en de gemiddelde prijs van een boek nauwelijks steeg. De overblijvers klagen terecht steen en been. Velen staat het water zozeer aan de lippen, dat van kwalitatief goed personeel niets meer terechtkomt, zoals boekenman in hart en nieren Jan Meng onlangs in de Volkskrant constateerde.

Meng, medegrondlegger van de gerenommeerde Amsterdamse Athenaeum Boekhandel en gedreven maker van radioprogramma's over boeken, vond dat al die hopeloze kleintjes maar moeten worden weggesaneerd, ondanks dat hij ook wel zag hoe de oprukkende groten als Broese, Donner en Scheltema juist de rafelrand van minder gewild of bekend werk mijden, die rafelrand waar het allemaal om begonnen was. Boekenfanaat Boudewijn Büch droeg in het televisieprogramma 'Barend en Van Dorp' het boekenprijs-ideaal van de zelf inkopende deskundige boekhandelaar ook al nonchalant ten grave: ,,In Amerika heb je maar twee soorten boekwinkels, die van Barnes & Noble en die van Borders, en daar kun je alles krijgen - en lekkere koffie, dat vind ik prima''.

Vergelijkingen met het buitenland zoals Büch die maakt geven overigens nauwelijks houvast. Het veelgenoemde Zweden is een zeer dunbevolkt land met lange, lastige afstanden, en een in vergelijking met ons petieterig taalgebied. Elke uitgever kan vertellen dat Belgen nóóit boeken kopen. In Frankrijk heeft het loslaten van de vaste boekenprijs weliswaar kaalslag onder boekhandelaren teweeggebracht, maar Frankrijk laat zich slecht met Nederland vergelijken, omdat een flink deel van de boekverkoop er traditioneel via colportage verloopt, een in ons land volslagen onbekend fenomeen.

Engeland lijkt nog het meest op ons, en daar is men destijds onder Thatcher van de vaste boekenprijs afgestapt. Een mooie testcase! Maar helaas, de Engelse bond van boekhandelaren is allang gestopt met pogingen om de gevolgen van die prijsliberalisering te registreren. De effecten bleken onmeetbaar klein tegenover die van andere ontwikkelingen, zoals de komst van Amerikaanse ketenboekhandels en internet. Overigens wordt in Engeland tweeënhalve premier later nog altijd maar zo'n vier procent van de boeken buiten de reguliere boekhandel om verkocht.

Dan de boeken zelf, die befaamde kruisbestuiving waardoor goedlopende boeken het uitgeven van minder hapklaar werk mogelijk zouden maken. Drie vragen moeten daarbij gesteld worden. Zijn kunstmatige overwinsten nodig? Zorgt de vaste boekenprijs werkelijk voor die overwinsten? En ten slotte, levert dat ook het gewenste breed geschakeerde assortiment aan verkrijgbare boeken op?

De noodzaak van kunstmatige overwinsten is twijfelachtig. Elke bedrijfs tak stopt geld in activiteiten die niet onmiddellijk winstgevend zijn - internetboekhandel Amazon stopt daar zelfs al jaren al zijn middelen in. Jaarlijks komen op de gok duizenden nieuwe producten op de markt tegen hoge kosten. Dat heet investeren in je toekomst, je reputatie, je marktpositie, en het is de kern van goed ondernemerschap. Zaken financieren die nooit winstgevend worden, is ook niet ongewoon. Auto- en bandenfabrieken blijven onderdelen maken voor lang vervlogen modellen, softwarebedrijven verspreidden twee jaar geleden gratis eurocalculators, ouderwets goede winkeliers komen aankopen bij ziekte gratis aan huis brengen, zelfs advocaten doen af en toe een klusje om niet. Dat is geen goedertierenheid, het hoort er gewoon bij.

Al die niet-winstgevende activiteiten worden betaald uit eigen inkomsten: kruisbestuiving. Het valt werkelijk niet in te zien waarom dat voor uitgevers anders zou liggen, of we moeten besluiten dat uitgevers structureel niet in staat zijn om hun eigen broek op te houden - en dan rijst de vraag waar dat aan ligt.

Uitgevers worden dus buitengewoon verwend met de vaste boekenprijs. Maar heeft dat ook het gewenste resultaat tot gevolg? Geensdeels, want er schuilt een venijnige adder onder het gras. Wat nu vast ligt, en wat het Europees Parlement zo wil laten, is de winkelprijs van boeken, niet de inkoop prijs die de boekhandel betaalt. Nu zijn grote inkopers als Ako, Bruna, de Bijenkorf, Vroom en Dreesmann uiteraard niet vies van een voordeeltje, dus eisen ze van uitgevers een vettere marge dan de gebruikelijke veertig procent van de winkelprijs. Vijftig procent is heel gewoon, niet zelden bedingt men zestig en zelfs zeventig procent, soms nóg meer. Koopt u dus een boek van twintig euro bij uw favoriete kwaliteitsboekhandel, dan is daarvan acht euro voor de winkelier, die daarvan zijn huur, personeel en voorraad bekostigt. Koopt u hetzelfde boek bij de Ako, dan verdwijnen ten minste tien, misschien zelfs wel veertien of vijftien van uw twintig klinkende munten in de zakken van het bedrijf.

En daar kan de Ako niets aan doen, juist vanwege de vaste boekenprijs: het staat iedereen vrij een hoge inkoopkorting te bedingen, het doorgeven van zulke voordelen aan de consument is verboden. Het resultaat is dat uitgevers hun gedroomde overwinsten langs hun neus zien verdwijnen richting grootboekeliers, en dat de kleine kwaliteitsboekhandelaar structureel met veel minder genoegen moet nemen dan zijn grote, op de mainstream gefixeerde concurrenten. Sterker nog: de hogere, vaste inkomsten per exemplaar die uitgevers dankzij de vaste boekenprijs via de kwaliteitsboekhandel hebben, maken het ze extra gemakkelijk om toe te geven aan de vaak exorbitante eisen van de grote inkopers. De vaste consumentenprijs helpt zo juist diegenen die zij zegt te beschermen liefderijk het graf in.

Ook dat allerbelangrijkste veronderstelde effect van de vaste boekenprijs, het breed geschakeerde aanbod van verkrijgbare boeken, blijkt als je goed kijkt fictie. Natuurlijk, er wordt heel veel uitgegeven in dit land, maar het is ongeveer net zoveel en het gaat op dezelfde manier als in landen zonder vaste boekenprijs zoals Engeland en de Verenigde Staten. Daarop heeft de vaste boekenprijs dus geen aantoonbare invloed.

Die methode is overigens even simpel als destructief: gooi duizend titels op de markt, en er zit altijd wel een goudhaantje tussen. Dan ben je als uitgever binnen, maar de auteur en de consument zijn het haasje. Door de grofhageltactiek wordt, behalve bij geheide bestsellers, maar weinig zorg aan elk individueel boek besteed. Door de immer aanzwellende stroom nieuwe titels wordt de tijd dat een boek in de winkel aanwezig is ook steeds korter. Dat vergroot de kans dat de auteur zijn ei aan bijna niemand kwijtraakt en ook nauwelijks iets verdient, terwijl de consument nooit zal weten wat voor moois of belangwekkends hij gemist heeft. Wist u dat van het gemiddelde literaire debuut in Nederland nog geen 150 exemplaren verkocht worden? En dat slechts een derde van alle uitgegeven algemene boeken ooit een tweede druk haalt?

De werkelijkheid is dan ook dat het aan de vaste boekenprijs toegeschreven prachtaanbod vooral bestaat in aanbiedingsfolders van uitgevers, maar niet op de voor u bereikbare schappen. Verreweg de meeste nieuwe uitgaven liggen of staan hooguit een paar maanden in wat winkels, maken dan plaats voor andere. Na twee jaar, als de prijs mag worden opgeheven, gaat het restant in de papierversnipperaar of verdwijnt in het beste geval naar De Slegte. Voor altijd weg.

Neem nu een gerenommeerd uitgevershuis als Contact. In de lente van 1997, nu precies vijf jaar geleden, boden zijn toenmalige drie uitgeverijen Contact, Veen en Atlas gezamenlijk 52 nieuwe titels aan (eenmalige dingen als kalenders en vakantiebundels uitgezonderd). Daarvan zijn er volgens Boeknet momenteel nog acht verkrijgbaar, dat is niet meer dan een schamele vijftien procent. Wel nog verkrijgbaar zijn de werken van Mart Smeets, niet langer die van Darwin, Reve, Marbus en tientallen anderen. Opmerkelijk genoeg ook nog leverbaar: vijf van de zeven managementboekjes die Contact 'Business' destijds in het vooruitzicht stelde. Als dat nu is wat het hele circus oplevert. . .

Dat de vaste boekenprijs het loodje legt staat dankzij het Europees Parlement niet langer meer vast, en dat is een slechte zaak. Want het domste wat we kunnen doen is wel deze boek- auteur-, kwaliteitsboekhandel- en lezervijandige afspraak in een wet vastleggen, een onzalig ideetje van het D66-kamerlid Dittrich dat ineens vanuit Straatsburg de wind meekrijgt.

Desalniettemin moet er wel degelijk iets gedaan worden om de boekhandel te redden en uitgevers betere uitgeefmanieren bij te brengen, tot heil van auteurs, lezers en ons allemaal. Met subsidiëring, een suggestie in het CPB/CBS-rapport, raken we evenwel van de regen in de drup. In een zo rijk land als het onze is het toch beschamende waanzin dat de boekensector zich niet zelf staande zou kunnen houden, nog afgezien van alle pernicieuze neveneffecten die het subsidiëren van in beginsel commerciële ondernemingen heeft?

Het kan ook best anders. De kwaliteitsboekhandel lijdt vooral onder dezelfde dingen als andere gespecialiseerde winkeliers: hoge huren, hoge gemeentebelastingen, dure en ingewikkelde eisen op personeelsgebied en concurrentie van grote ketens. Zonder vaste boekenprijs wordt dat laatste al iets beter - de grote jongens moeten immers, met hun beperkte, identieke repertoire ook elkaar gaan beconcurreren - en aan de rest kunnen overheden gemakkelijk iets doen, door het kleinbedrijf in het algemeen en desnoods de kleine boekhandelaar met zijn extreem dure voorraad in het bijzonder, welbewust fiscaal te bevoordelen. Dat is goed voor iedereen.

De uitgevers hebben een heel ander probleem. Hun markt is zo lek als een mandje, doordat hun kostbare producten op bijna elke straathoek vrijwel gratis worden weggegeven, door de biblio theken. Verdwijnt de vaste boekenprijs, dan moet er ook echt tegelijkertijd een betekenisvol, liefst commercieel dekkend uitleentarief voor de bibliotheken komen, zeg een à twee euro per boek. Daar is geen enkel serieus bezwaar tegen: wie nu niet gratis leent, doet dat waarschijnlijk ook niet als het geld kost, dus dat is neutraal. En in een land waar het doodnormaal is om voor een video een eurootje of vijf huur neer te leggen en vervolgens een pizza voor bij de buis te laten aanrukken, is de bestaansreden van gratis bibliotheken, namelijk om het minvermogende volk nog enige kans op cultuur en zelfverheffing te bieden, toch echt vervallen. De bibliotheken willen best, die gaan graag met meer eigen budget experimenteren met nieuwe, betere dienstverlening. Nu de overheid nog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden