Het kristalpaleis

In het Hyde Park in Londen werd voor de wereldtentoonstelling van 1851 een fenomenale kas gebouwd van gietijzer en glas met een lengte van een halve kilometer, die van het satirische blad Punch meteen een naam kreeg: het Crystal Palace. De naam was ironisch. Die reuzenkas: het was geen kristal en het was geen paleis - het was gewoon een overdekte markt, een bazaar. Maar de naam was gevestigd.

De eerste wereldtentoonstelling in deze 'overdekte markt' met 17.000 exposanten uit 94 landen, die volgens koningin Victoria moest zorgen voor the Promotion of the Works of Industry of All Nations, werd een groot succes. Er kwamen zes miljoen bezoekers. Het kristalpaleis werd een icoon van de nieuwe tijd.

Het is een wonder dat het Crystal Palace er is gekomen. Een bouwcomité van adellijke leden, architecten en ingenieurs had in 1850 een prijsvraag uitgeschreven, er kwamen 245 plannen binnen, het comité selecteerde en rommelde wat en gebruikte toen de beste ideeën om zelf een tentoonstellingsgebouw te ontwerpen: een monumentale compositie met gedecoreerd steenwerk.

Dit gepruts viel niet goed. Pers en publiek verketterden het ontwerp : het zou niet lukken om de muren van miljoenen bakstenen zo snel te metselen, maar zelfs als dat wel lukte zou het bouwvocht uit de metselspecie het gebouw nog maanden in een klamme en vochtige sluier hullen die als een kanker alle voorwerpen zou aantasten - het expositiepaleis zou worden herschapen in een mortuarium van roestende machines en schimmelende stoffen. Dit stenen monster zou Hyde Park voorgoed ontsieren.

In twee maanden werden er negen parlementaire debatten gevoerd over het ontwerp van het comité. Pers, publiek en parlement vonden de achilleshiel: voor de bouw van dit monster moesten drie iepen worden gekapt.

Aan de vooravond van de laatste stemming in het parlement zag het ernaar uit dat niet een koppel bomen maar het project zou sneuvelen. Prins Albert deed een dramatische oproep: als het Hyde Park niet beschikbaar was, dan zou de tentoonstelling niet doorgaan.

Maar één man in het bouwcomité was de sluwste van allemaal. Henry Cole. Hij had in heimelijk de hoofdtuinier en kassenbouwer van het landgoed Chatsworth in het graafschap Devonshire gevraagd om een kas te ontwerpen voor de wereldtentoonstelling - met plaats voor de bomen. De kassenbouwer Joseph Paxton ontwierp in een handomdraai een reuzenkas, Cole hielp hem met de aanpassing aan de eisen van het comité, een bevriende architect ontwierp een dwarsschip met een halfrond dak - en zo werd de kas een kristalpaleis.

Karl Marx, die drie jaar eerder het 'Communistisch Manifest' had gepubliceerd, vond de wereldtentoonstelling een vertoon van kapitalistische fetisjen, maar het publiek - van adel tot proletariaat - was enthousiast. De wereldtentoonstelling presenteerde de techniek als het perspectief op een betere toekomst en als een demonstratie van de triomf van de mens over de natuur.

De Amsterdamse arts Samuel Sarphati ging naar Londen. Zijn leven stond in dienst van de vooruitgang van Nederland en hier zag hij met eigen ogen waaruit de vooruitgang bestond. Geïnspireerd door het kristalpaleis nam hij het initiatief voor een groot glazen tentoonstellingsgebouw in Amsterdam: het Paleis voor Volksvlijt.

Pieter van Wesemael: Architectuur van instructie en vermaak. Bouwkunde, TU Delft, 1997; Harry Lintsen: Made in Holland, Walburg Pers, 2005.

Nederland liep in 1851 sterk achter; de inzending voor de Wereldtentoonstelling eindigde met die van het Vaticaan op de gedeelde laatste plaats.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden