Het krankzinnigengesticht

Boekenweek. Overal was ineens waanzin. Ik moest denken aan het gesticht van Zuidlaren, het spookhuis waar alle gekken uit de omgeving van mijn jeugd naartoe gingen. Zuidlaren - dan wist je het wel. 'Dennenoord.' Ik zocht het op. Opgericht in 1895 door de 'Vereeniging tot Christelijke verzorging van krankzinnigen en zenuwlijders', onder voorzitterschap van Lucas Lindeboom, die als predikant in 's-Hertogenbosch het roomse Brabantse land schilderde als een geestelijke woestenij die hoognodig met het verkwikkende water van het calvinisme moest worden bevloeid en die als predikant in Zaandam socialistische pamfletten in stukken scheurde. Hoe zou de behandeling van 'krankzinnigen en zenuwlijders' in Zuidlaren zijn gegaan in die tijd, terwijl het damescomité - bestaande uit de echtgenotes van de bestuursleden - het beheer voerde over keuken en linnenkamer?

De Vereeniging kocht een dennenbos bij Zuidlaren. Het gesticht werd 'Dennenoord'. Het moest in de natuur staan, want de natuur had een heilzame werking. De stad was verderfelijk. Het hele terrein werd omheind. En achter de omheining die eeuwige dennenbomen. Er waren veel bomen, artsen en dominees, maar er was nog geen psychiater. De artsen maakten een diagnose van de patiënt, daarna werd hij gecatalogiseerd en in het gesticht opgeborgen - als in een postzegelverzameling.

In de stad kwam tegelijk een nieuw fenomeen op. Mensen gingen op eigen initiatief naar vrij gevestigde psychiaters om over hun problemen te praten. Toen ontstond het idee voor een 'open afdeling' bij het krankzinnigengesticht.

Tot die tijd kon een patiënt niet worden opgenomen zonder krankzinnigheidsverklaring. Deze bepaling diende volgens de geschiedschrijving te voorkomen "dat het gesticht werd gebruikt door families die van lastige familieleden af wilden komen: de 'patiënt' moest eerst na een doktersverklaring door de rechter krankzinnig worden verklaard".

Nu gonsde het woord 'sanatorium' in de lucht. Een plaats waar mensen konden genezen. Het woord - afgeleid van het Latijnse sanare: genezen - was modern. Er waren al sanatoria waar tuberculosepatiënten werden verzorgd in een omgeving met licht, lucht en zon.

Het duurde even voordat het idee in Zuidlaren landde, en het ging rommelig. De Vereeniging wilde een sanatorium bouwen voor de drie noordelijke provincies, maar Friesland wilde niet. We moeten de schrijver Gerrit Krol geloven: 'Een Fries huilt niet'.

En de vaste architect van Dennenoord was 'reeds geruime tijd ongesteld'. Men koos daarom voor Egbert Reitsma. Die was vertrouwd omdat hij al enkele gereformeerde kerken had ontworpen. Maar het was ook een opmerkelijke keuze, want deze architect was geïnspireerd door de Amsterdamse School, De Stijl en het Nieuwe Bouwen.

Het werd een prachtig paviljoen, 'een symphonie van steen, glas en staal', aldus het Groninger Dagblad op 2 april 1935. Het bestond uit een kubistisch torenhuis met vier vleugels, als een soort molenwieken op de aarde, met lichtgele baksteen en blauwe tegels - en rondom: geen dennenbos maar een groots park, met binnentuinen en aan de voorzijde een reusachtige vijver die de lijnen van toren en vleugels weerspiegelde. De lucht klaarde op. De psychiatrie kon vooruit in dit paleis voor patiënten - mooier en moderner dan Soestdijk.

Van het moderne leven konden onze grootouders alleen maar dromen. Deze rubriek belicht de slimme vindingen die ons leven hebben verrijkt.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden