Het kraambed blijft een gevaar

Zwangerschap of bevalling kosten jaarlijks aan 529.000 vrouwen het leven. Er bestaan genoeg oplossingen voor dit probleem. Uit solidariteit met deze vrouwen is aan de vooravond van Moederdag ’Moedernacht’ georganiseerd, want ’Regeringen steken hun geld liever in wegen dan in vrouwen’.

De gezondheid van moeders moet verbeteren. Dat was één van de millenniumdoelstellingen die 189 landen zich bij de eeuwwisseling stelden. Te vaak sterven vrouwen nog aan complicaties die voor, tijdens of na de bevalling optreden. Dat aantal moet in 2015 ten opzichte van 1990 met 75 procent zijn verminderd zijn. Maar het gaat niet goed met de moeders. Als er geen extra inspanning wordt geleverd, wordt het doel niet gehaald: de verbetering van hun gezondheid loopt duidelijk achter op schema.

Wereldwijd is het leed van de moedersterfte zeer ongelijk verdeeld. Het risico voor een vrouw in Afrika ten zuiden van de Sahara om te overlijden als gevolg van complicaties rond zwangerschap of bevalling is een op zestien. In Noord-Europa is de kans op overlijden één op 3500. Op de honderdduizend geboorten, sterven er ten zuiden van de Sahara tweeduizend Afrikaanse vrouwen. Dat is twee keer zoveel als in Zuid-Azië, vier keer zoveel als in Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied, en bijna vijftig keer zoveel als in de geïndustrialiseerde landen.

Ook binnen ontwikkelingslanden zijn er grote verschillen. Arme mensen hebben meer met het probleem te maken dan rijke. Wie op het platteland woont, loopt weer grotere risico’s dan in de stad.

Het millenniumdoel - 75 procent minder moedersterfte in 2015 - is ambitieus, maar zeker niet onhaalbaar, leert de ervaring. Onder meer dankzij geschoolde vroedvrouwen is moedersterfte in een aantal West-Europese landen aan het einde van de negentiende eeuw gehalveerd. Thailand wist de moedersterfte tussen 1960 en 1984 tot een achtste terug te brengen: van vierhonderd sterfgevallen per honderdduizend geboorten tot vijftig. In diezelfde tijd halveerde de moedersterfte in Maleisië en Sri Lanka.

„Wij in het westen hebben precies diezelfde slag moeten maken waar een aantal ontwikkelingslanden nu nog voor staan”, zegt Mariëtte Flipse. Zij werkt bij MyBody, een organisatie die zich in ontwikkelingslanden bezighoudt met voorlichting over seksualiteit en het krijgen van kinderen. MyBody is initiatiefnemer van de Moedernacht in Amsterdam.

Flipse: „Het terugdringen van moedersterfte is een kwestie van goede basisgezondheidszorg. Hoewel je kunt verdrinken in de complexiteit van het probleem, is ondertussen wel duidelijk wat werkt en wat niet.

Het gaat er om dat er professionele controle is op het verloop van de zwangerschap. Verder moet er professionele hulp bij de bevalling zijn en een ziekenhuis in de buurt, waar in het geval van complicaties snel hulp kan worden geboden. Het doel is om wereldwijd 350.000 vroedvrouwen op te leiden. Daarmee zouden we al een forse slag maken.”

Ernstige bloedingen na een bevalling is een van de belangrijkste oorzaken van moedersterfte. Naar schatting overlijden daardoor jaarlijks 166.000 vrouwen. Vrouwen die verzwakt zijn door slechte voeding, ziektes als malaria of aids of bloedarmoede, lopen meer risico te overlijden. Zij kunnen zo verzwakt zijn dat zij het ernstige bloedverlies dat gepaard gaat met een bevalling niet overleven.

Verbetering van sociaal-economische omstandigheden, verbetering van de positie van vrouwen, seksuele voorlichting, beschikking over anticonceptie, bestrijding van malaria: het draagt allemaal indirect bij aan de bestrijding van moedersterfte. In Sri Lanka bijvoorbeeld is moedersterfte in 25 jaar spectaculair teruggedrongen. Dat is behalve aan goedgeorganiseerde hulp van vroedvrouwen, ook te danken aan de succesvolle strijd tegen malaria.

Abortus vormt een groot risico in landen waar deze praktijk wettelijk is verboden. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie sterven jaarlijks 100.000 vrouwen wegens slecht uitgevoerde abortussen. Toen in Zuid-Afrika in 1996 abortus volledig werd geliberaliseerd nam moedersterfte direct af.

Beter dan abortus is uiteraard het voorkomen van ongewenste zwangerschappen. Dat vereist in sommige landen een geweldige cultuuromslag. MyBody heeft een speciaal digitaal lespakket samengesteld,’The world starts with me’. Dat motto zegt eigenlijk alles. Het programma is erop gericht kinderen zelfbewust te maken, hen bij te brengen dat ze eigen keuzes kunnen maken en dat het geen vanzelfsprekendheid is om met een man naar bed te gaan als ze dat eigenlijk niet willen. Zo zouden ongewenste zwangerschappen, met name bij tieners, en geslachtsziekten voorkomen moeten worden, zegt Rachel Ploem, verantwoordelijk voor het Afrikaprogramma van MyBody. Het lespakket wordt inmiddels in diverse landen in Afrika en Azië gebruikt. MyBody traint de docenten die vervolgens in hun scholen met het lespakket aan de slag gaan. Het is aangepast aan de cultuur van de verschillende landen. Ploem: „We houden rekening met culturele verschillen. In Afrika zijn de figuurtjes zwart, in Azië hebben ze een Aziatisch uiterlijk.”

Seksualiteit ligt gevoelig, waar ook ter wereld. Het is omringd met taboes waar MyBody rekening mee heeft te houden. Ploem: „We moeten niet proberen westerse vrijheden te exporteren. Dat verwijt ligt snel op de loer. Anderzijds: seksualiteit is een universeel probleem, waarover mensen overal ter wereld over willen praten.”

Ook binnen de westerse wereld wordt over seksualiteit heel verschillend gedacht. Ploem: „In het lesprogramma leren we jongeren bijvoorbeeld dat ze een keuze kunnen maken: seks voor het huwelijk of niet. Maar we moeten wel oppassen. Jongeren en seks zijn in de Verenigde Staten en het Vaticaan een enorm taboe. De VS en de katholieke kerk gaan helemaal voor onthouding. Dat is prima, als jongeren maar weten hoe ze veilig moeten vrijen als ze er aan toe zijn. Uit onderzoek is gebleken dat in de VS 98 procent van de jongeren seks heeft voor het huwelijk.’”

Moedersterfte is ook een gevolg van geweld. Meisjes die zwanger thuis komen, vrouwen die hun man seks weigeren: het kan binnenshuis leiden tot een explosie van geweld. In Zuid-Afrika loopt een project van MyBody om vrouwen hiertegen te wapenen. Flipse en Ploem claimen dat zowel het lespakket voor scholieren als het project tegen geweld succesvol verloopt. Ploem: „Maar niet alles is exact meetbaar. Vast staat dat een aantal vrouwen de spiraal van geweld heeft weten te doorbreken.”

Terwijl het wel duidelijk is wat er gedaan moet worden om moedersterfte tegen te gaan, gebeurt er ondertussen te weinig. Hoe komt dat? Flipse: „Cynici redeneren dat er zo weinig vooruitgang is omdat het om vrouwen gaat. Regeringen steken hun geld liever in wegen dan in vrouwen. Maar het is ook een zeer complex probleem, omdat het te maken heeft met de positie van vrouwen in de cultuur. Daarbij heeft moedersterfte met meerdere beleidsterreinen te maken. Er zit een welzijnskant aan, een juridische en een zorgkant. Geen enkele organisatie heeft het voortouw. Daarom is het zo belangrijk dat alle regeringen zich aan het millenniumdoel committeren. Daarop is onze lobby in Brussel en bij de Verenigde Naties gericht. Nederland is een voortrekker, maar kan nog meer doen. Er moeten meer voortrekkers opstaan, anders lukt het niet.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden