Het koude kunstje van John Gray

Filosoof John Gray heeft wereldwijd succes. Maar zijn lezers kopen in feite telkens hetzelfde boek.

Laten we onszelf niet voor de gek houden. Vooruitgang is een mythe, zegt de Engelse filosoof John Gray in zijn recente boek 'De stilte van dieren' (2013). Eigenlijk net zoals hij dat ook zei in zijn vorige boek en in dat daarvoor.

Of hij nu schrijft over de liberale democratie (zoals in 'Zwarte mis'), over het atheïsme ('Grays anatomie'), of over het humanisme (zoals in zijn meest recente titel), in grote lijnen komen al zijn boeken tot stand via hetzelfde kunstje. Dat gaat als volgt:

Eerst wijst hij de Verlichting aan als slechterik...
Of het humanisme, want daaronder verstaat Gray ongeveer hetzelfde. Duidelijk definities laat hij vaak achterwege, waardoor Socrates, Voltaire en Immanuel Kant op één hoop belanden. Drie denkers die ethische en politieke vraagstukken op redelijke wijze benaderen. 'Moderne humanisten hebben de oplossing paraat: mensen moeten in de toekomst rationeler worden', zegt Gray in 'De stilte van dieren'.

De realiteit blijft echter ver achter bij de verwachting, legt Gray telkens opnieuw uit. Maar zelden wordt hij zo expliciet als in 'Grays anatomie', een bundel met verspreide essays. Daarin somt hij een lange lijst misdaden op - slavernij, marteling, oorlogen - die gisteren plaatsvonden en nog steeds plaatsvinden. Dat de omvang ervan in de loop der tijd is afgenomen, meldt hij niet. Dus hoezo vooruitgang?

Toch, vreest Gray, zullen Verlichtingsfilosofen blijven vertrouwen op de rede. Het is hen namelijk ontgaan, luidt het in 'De stilte van dieren', 'dat er voor het denkbeeld dat de mensen op een dag rationeler zijn meer geloof nodig is dan voor welk dogma dan ook'.

... waarvan hij de geheime wortels blootlegt...
We hebben gewoon het ene dogma voor het andere ingewisseld. Doorgaans worden de Verlichting en het geloof tegenover elkaar geplaatst als water en vuur, maar dat vindt Gray een verkeerde voorstelling van zaken. De Verlichting is in zijn optiek de voortzetting van het (vroege) christendom met andere middelen, misschien zelf nog wel een tandje erger.

Verlichtingsfilosofen hebben de kern van hun filosofie gepikt van de eerste christenen. 'In feite botst het vooruitgangsidee niet met religie op de manier dat dit moderne sprookje suggereert', meent Gray daarom ook in 'De stilte van dieren'. 'Geloof in vooruitgang is een laat overblijfsel van het vroege christendom, dat zijn oorsprong vindt in de boodschap van Christus, een dissidente joodse profeet die het einde der tijden verkondigde.' De Messias loodste zo dus de vooruitgang de geschiedenis binnen.

Hiermee recyclet Gray de centrale boodschap van 'Zwarte mis' (2007), vermoedelijk zijn meest archetypische boek. Hierin noemt hij de radicale Verlichting een 'nevenproduct van het christendom'. Gerenommeerde godsdienstcritici als Baruch de Spinoza veranderen bij hem in zielsverwanten van de christelijke tijdgenoten waarmee ze overhoop lagen. Want hun atheïsme, staat er in 'De stilte van dieren', is in wezen niets anders dan 'het seculiere geloof'. Wat Gray onder geloof verstaat, laat hij in het midden. In elk geval acht hij het onnodig om expliciet naar een opperwezen te verwijzen. Voldoende lijkt dat iemand een duidelijke overtuiging heeft en daarvoor opkomt.

... zodat er een karikatuur ontstaat...
In zekere zin geeft Gray de voorkeur aan religie. Gelovigen komen er tenminste eerlijk voor uit dat ze waarde hechten aan een mythe zonder wetenschappelijke pretenties. Op dat vlak hebben de Verlichtingsdenkers, die zich onterecht hullen in het jasje van de redelijkheid, nog veel te leren. Maar dat zij geen oog hebben 'voor de gevaren van overmoed' wisten we al uit 'Provocaties' (2004)', waarvan de ondertitel vrijwel identiek is aan die van de nieuwste 'Gray'. Alleen sprak hij toen nog over de illusie van de vooruitgang en nu over een mythe.

Zijn eigenzinnige visie op de Verlichting kan Gray overeind houden door een selectieve omgang met zijn bronnen. Want zei Socrates niet 'Ik weet dat ik niets weet'? Gray laat weinig ruimte voor zulk vertoon van bescheidenheid, zoals je dat ook ziet bij andere rationalisten. René Decartes maakte scepsis nota bene tot de hoeksteen van zijn filosofie.

Dat vooruitgang ook voetje voor voetje tot stand kan komen, wil er bij hem niet in. 'Geleidelijke vooruitgang is vaak onmogelijk', stelt hij in 'De stilte van dieren'. Zoals hij hen opvoert, zijn Verlichtingsfilosofen ongedurige types die het rijk van de rede in sneltreinvaart willen realiseren. Door niets laten zij zich afremmen. Waarom zouden ze ook? Ze hebben, aldus Gray, de Waarheid immers in pacht.

... die hij de holocaust in de schoenen schuift...
Zo moet de Verlichting wel tot grote onverdraagzaamheid leiden. In 'De stilte van dieren' blijft de dreiging die ervan uitgaat impliciet, maar nadere toelichting had Gray al gegeven in 'Zwarte mis'. Daarin ondergaat Voltaire zo'n ingrijpende transformatie dat we hem nauwelijks nog herkennen. Hij lijkt in niets op de filosoof die de beroemdste tolerantiedefinitie ooit gaf: 'Ik verafschuw alles wat u schrijft, maar ik zou mijn leven ervoor geven dat u het kan blijven schrijven.' Gray acht de Franse filosoof juist medeschuldig aan de grootste uitbarsting van íntolerantie ooit: de holocaust.

'De verlichting speelde een onmiskenbare rol bij de ontwikkeling van het nazisme', staat in 'Zwarte mis'. Voltaire ging ervan uit dat er verschillende mensenrassen bestonden, waardoor hij een van de eerste rassentheoretici zou zijn. Ook laat Immanuel Kant zich in een vroeg werk weinig vleiend uit over 'de negers van Afrika'. Het is voor Gray voldoende om van de inspirator van de mensrechten een wegbereider te maken voor Adolf Hitler. Ook de miljoenen slachtoffers van het communisme, dat tenslotte uitging van een masterplan voor de geschiedenis, rekent hij de Verlichting aan.

... waarna hijzelf uit de bus komt als het bescheiden alternatief.
Bijna automatisch verschijnt Gray aan de lezer als het fotonegatief van de Verlichtingsdenkers die hij bekritiseert. In 'De stilte van dieren' zegt hij: 'Zich angstvallig vastklampen aan overtuigingen is de voornaamste zwakte van de westerse geest'. We mogen aannemen dat Gray zich niet laat misleiden door het sprookje van de rede. Hij doorziet datgene waarvoor anderen blind zijn, en alleen dat is al heilzaam. 'Erkennen dat ons bestaan vorm krijgt door ficties kan een zekere vrijheid schenken.'

Wat hiervan de precieze implicaties zijn, blijft vaag. Bovendien is het moeilijk voorstelbaar dat Gray het eigen standpunt echt onderschrijft. Als geen ander heeft hij namelijk geprofiteerd van de Verlichtingsfilosofie die zegt dat we het ver kunnen schoppen door (zoveel mogelijk) kennis te vergaren. Begonnen als arbeiderskind heeft hij zich via studie opgewerkt tot hoogleraar. Als dat geen vooruitgang is.

'De stilte van dieren. Over de vooruitgang en andere moderne mythen' van John Gray. Uitgeverij Ambo/Anthos. 168 blz, euro18,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden