'Het kostte veel tijd om vertrouwen op te bouwen'

interview | Onderzoekers radicalisering: Hou eens op met al die wetten en adviesraden

WILFRED VAN DER POLL

Veel enthousiasme was er niet toen Beatrice de Graaf en Daan Weggemans in 2012 wilden onderzoeken hoe het opgepakte terroristen ná hun vrijlating verging. "We hebben echt moeten leuren voor financiering", aldus De Graaf. "Maar wij wisten: binnenkort komen de eerste gevangenen uit de golf van antiterreurmaatregelen na 2004 weer vrij. En wat gebeurt er dan?"

De tijden zijn veranderd. Nu staan ze met hun onderzoek middenin het debat. Teruggekeerde Syriëgangers houden de gemoederen bezig, de vrijlating van Samir A. en van Volkert van der G. veroorzaakten veel ophef. Weggemans snapt dat wel. "Het veiligheidsrisico is groot. De aanslagen in Parijs en Kopenhagen werden gepleegd door jongens die uit detentie kwamen. Je moet hier echt wat mee. We zien de aandacht voor dit probleem wel groeien, maar het beleid is versnipperd en vooral gericht op repressie. Dat gebeurt omwille van de veiligheid, maar volgens ons is die veiligheid juist gebaat bij een zachte landing in de maatschappij."

De Graaf en Weggemans volgden tien vrijgekomen terreurverdachten en jihadisten en spraken met tal van betrokkenen. Ze pleiten voor een beleid dat niet op angst, maar op feiten is gestoeld. "Veel dingen wéten we gewoon niet", zegt Weggemans. "Er is veel geschreven over radicalisering en detentie, maar wat er daarna gebeurt, dat terrein is onontgonnen."

Vanzelf ging hun onderzoek niet. Weggemans: "Het kostte veel tijd om een vertrouwensband op te bouwen. Soms wel een paar jaar."

De Graaf: "Het hielp dat ik vaak de publiciteit zoek. Na een tijdje zochten ze míj op." Lachend: "Zaten er opeens twee bij mij in de collegebanken. Ze wilden weleens meer weten over terrorisme."

Wat het onderzoek bemoeilijkte, was dat ze niet altijd wisten of iemand de waarheid sprak. Weggemans: "Eentje gaf toe dat hij net deed of hij afstand had genomen van de jihad. Dan was hij van de bemoeienis af." Een ander was daags na het interview opeens verdwenen. "Ik zag een foto van hem uit Syrië of Irak, een kalasjnikov in zijn hand. Zo kan het dus ook gaan."

Wat ging er bij deze man mis? Weggemans: "Hij kwam met veel haat uit de cel, werd op een terroristenlijst gezet en kon geen baan krijgen. Maar dat is niet het hele verhaal. Uiteindelijk moet iemand zelf bereid zijn te veranderen."

De Graaf: "Hij wilde ook niet".

Weggemans: "Iemand hoeft niet meteen zijn overtuigingen aan te passen. Maar gedragingen wél."

De Graaf: "In Duitsland hebben ze veel ervaring met rechts-extremisten. Dan zeggen ze: 'Dat je nog nazi-ideeën hebt, prima, maar ik wil dat je die tatoeage verwijdert en niet meer naar nazi-rockbands luistert. Vaak gaan daden de gedachten vooruit. Zoals dat omgekeerd bij radicalisering ook gebeurt. Iemand komt in een radicale groep terecht, doet mee en na een tijdje worden zijn denkbeelden steeds radicaler."

Weggemans: "Iemand die ik sprak hield er nog steeds radicale opvattingen op na, maar in zijn gedrag stond hij daar al heel ver vanaf. Die zat op de goede weg. Mensen houden cognitieve dissonantie meestal niet lang vol en passen hun ideeën aan hun gedrag aan. Het gaat er dus om iemand los te weken uit zijn radicale omgeving en in een nieuwe, normale context te plaatsen."

Dat blijkt moeilijk, zo ontdekten de onderzoekers. "Ze komen met ontzettend veel wantrouwen naar buiten, en als ze daar ook nog eens worden tegengewerkt, versterkt hen dat in hun idee dat ze in oorlog zijn met Nederland."

Soms hielp het wel om op hun ideologie in te gaan. De Graaf: "In Zwolle merkte een gevangenisdirecteur dat een moslimmeisje behoefte had aan een luisterend oor. Hij vond een rabbi die met haar wilde praten. Een rabbi! Maar het werkte. Een ander had veel aan zijn coach. Die kwam niet met mensenrechten aan, maar stelde kritische vragen. Zo begon hij te twijfelen."

Ze denkt na. "Het gaat om begeleiding op maat. Bouw een dossier voor elk van hen op. Wees flexibel en begin daar al in detentie mee. Als je ziet dat contact met familie een goed effect heeft, laat dat dan toe. De meesten die vonden dat ze weer op het goede spoor zaten, zeiden dat ze dat aan hun familie te danken hadden. Dan denk ik: overheid, zet dáár op in, in begeleiding van mensen die ze vertrouwen, en hou nou eens op met al die wetten, adviesraden en gigantische computerprogramma's."

Weggemans: "Die begeleiding komt vaak op maar een paar mensen neer. De wijkagent die bij een fietsenmaker toch nog een stageplek regelt. Het hangt er maar vanaf of die toevallig tijd en zin heeft, officieel is het zijn taak niet."

De Graaf: "Een nieuwe wet is makkelijk te maken, hè. Ik denk: als je echt bang voor terroristen bent, verstevig dan de basis, investeer in langdurige relaties, de kringen direct om de ex-gedetineerde heen. Mensen moeten het doen."

De Graaf en Weggemans

Beatrice de Graaf (1976) is hoogleraar Geschiedenis van de internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Zij doet veel onderzoek naar de geschiedenis en effecten van terreurbestrijding. Daan Weggemans (1986) is als onderzoeker verbonden aan het Centre for Terrorism & Counterterrorism van de Universiteit Leiden, op de campus in Den Haag.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden