Het Koninkrijksstatuut verplicht Nederland tot hulp

Een toestel van de Koninklijke Luchtmacht wordt op de militaire vliegbasis Eindhoven geladen met hulpgoederen voor Sint Maarten. Beeld ANP

Wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor de hulp en opbouw van het autonome Sint Maarten? Of volgen we gewoon het ‘gezonde verstand’ van minister Plasterk?

Sint Maarten is weliswaar autonoom en moet op zijn Hollands ‘haar eigen boontjes doppen’, maar hoe zit dat als een orkaan niet alleen het land, maar ook het openbaar bestuur heeft geveld. Premier William Marlin werkt vanuit een kantoor zonder dak, en zijn ministers bereikt hij via bodes. Minister Plasterk sprak hem kort, en heeft daarna zijn aanvankelijke terughoudendheid laten varen. Nederland moet zijn ‘gezond verstand’ gebruiken en helpen waar het maar kan.

Volgens Paul Bovend’Eert, hoogleraar staatsrecht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, heeft Nederland geen keuze. En niet alleen Nederland, álle landen in het koninkrijk hebben de verplichting Sint Maarten te hulp te schieten. “Een van de pijlers van het Statuut waarin de spelregels voor het koninkrijk staan, is paragraaf 3”, zo heeft hij even opgezocht. “Het lijkt in 1954 voor de huidige crisissituatie geschreven. Bij rampen als deze dienen de afzonderlijke landen, dus óók Aruba en Curaçao, in overleg en samenwerking met het getroffen land bijstand te verlenen. Dat is ook heel normaal in een federale staat als Duitsland bijvoorbeeld.”

Die bijstand moet naar rato geleverd worden. Bovend’Eert: “Dat betekent weer dat van Nederland met 17 miljoen inwoners, een moderne defensieorganisatie en een enorme welvaart, verreweg het meeste wordt verwacht.”

De organisatiestructuur van Sint-MaartenBeeld Trouw Studio

Intensiever samenwerken

Maar zo is het juridisch geregeld. Er zou volgens hem ook sprake moeten zijn van loyaliteit en solidariteit tussen de landen in het koninkrijk. “Misschien dat dit gevoel door de ramp wordt gevoed. Want het is jammer dat die samenwerking zonder ramp zo weinig gestalte krijgt. De Caribische eilanden zien samenwerking doorgaans als bemoeizucht vanuit de overheerser Nederland. Dat blijft een gevoelig punt. Terwijl er op het gebied van de criminaliteitsbestrijding, de gezondheidszorg en het onderwijs grote verbeteringen mogelijk zijn door intensiever samen te werken.”

De bijstand na de ramp is in principe vrijwillig en moet de instemming hebben van het autonome landsbestuur. Dat is op dit moment ook het geval. Toch kan die bijstand ook worden ‘opgedrongen’. Mocht het bestuur niet capabel zijn, of door de schade aan gebouwen niet in staat om te functioneren, kan er op termijn sprake zijn van het ontbreken van ‘deugdelijk bestuur’. “Dan treedt artikel 43 van het Statuut in werking waarna Nederland en de andere landen actief mogen ingrijpen, en het bestuur van Sint Maarten buiten werking kunnen stellen. Maar alleen in uiterste noodzaak.” Bovend’Eert moet er niet aan denken: “Laten we uitgaan van positieve samenwerking. We kunnen zo aan de bevolking van Sint Maarten laten zien dat het koninkrijk wel degelijk waarde heeft.”

Ongepast

Vanuit Willemstad reageert hoogleraar Arjen van Rijn van de Universiteit van Curaçao vooral praktisch. “Zeuren over bevoegdheden is nu ongepast. Ik neem aan dat Sint Maarten formeel om hulp heeft gevraagd, en die moeten we nu ruim geven. Laten we deze ramp vergelijken met de watersnoodramp in Nederland. Schouders eronder.”

Toch zal de orkaan Irma invloed hebben op de toekomstige verhoudingen binnen het koninkrijk, denkt hij. “Nu voelt Nederland de morele plicht om te helpen, maar dat betekent ook dat de dromen over echte onafhankelijkheid van dit eiland de ijskast in moeten. Sint Maarten als autonoom land functioneert amper als de zon schijnt, maar na orkaan al helemaal niet.”

Autonoom, niet onafhankelijk

Sint Maarten is sinds 10 oktober 2010 een ‘autonoom’ land binnen het Koninkrijk, net zoals Curaçao en Aruba en Nederland zelf dit zijn. Het heeft een eigen parlement (de Staten) en een eigen ministerraad, met een premier: William Marlin.

Aan het hoofd van de regering staat weer gouverneur Eugene Holiday, in zijn hoedanigheid als vertegenwoordiger van de koning. Hij heeft geen inhoudelijke bemoeienis met het beleid, maar moet wel alle landsverordeningen (wetten) ondertekenen.

Als hij daartoe reden ziet, kan hij ondertekening weigeren, waarna de zaak op het bordje van de rijksministerraad in Den Haag komt. Die wordt weer gevormd door de Nederlandse ministers, aangevuld met één gevolmachtigde minister van ieder eiland. De beslissingen van de rijksministerraad worden weer voorgelegd aan de Raad van State.

Ruw ingedeeld zijn de onderwerpen ‘buitenlandse betrekkingen’, ‘defensie’ en ‘vreemdelingenbeleid’ zaken van het Koninkrijk, andere beleidsterreinen vallen onder de autonome landsregeringen. De spelregels en de verhoudingen tussen de landen zijn vastgelegd in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden uit 1954.

Sint Maartenaars die er na de verwoestingen van de orkaan Irma voor willen kiezen - al dan niet tijdelijk -naar Nederland te verhuizen, kunnen na het herstel van de verbindingen ongehinderd het vliegtuig naar Nederland pakken. Ze zijn allemaal ingezetenen van het koninkrijk, en bezitten een paspoort van ‘Het Koninkrijk der Nederlanden’. Ze hebben daarom geen visum of verblijfsvergunning nodig.

Lees meer over orkaan Irma

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden