OpinieNelleke Noordervliet

Het Koninklijk Huis is een familiebedrijf

De koning is onschendbaar; de ministers zijn verantwoordelijk.’ Dat is het wezen van onze constitutionele monarchie. De koning staat dan wel niet boven de wet, maar er is geen instantie die hem kan aanklagen, tenzij de Hoge Raad zich daartoe genoodzaakt ziet. Het is een vreemd geval. De ministers leggen verantwoording af over het gedrag van het staatshoofd, die daarmee dus zo’n beetje onder curatele staat. Ze mogen hopen dat het koninklijke gedrag een beetje binnen de regels van het fatsoen blijft. En afgeleid daarvan het gedrag van de leden van het koninklijk huis. Omdat de ministers een cordon sanitaire vormen rond het Koninklijk Huis, wordt veel aan het oog van de bevolking onttrokken. Dat wringt in een open democratie. Ik zou in 1848 tegen die verwrongen constructie hebben gestemd.

Het Koninklijk Huis zelf is te vergelijken met een familiebedrijf dat gericht is op continuiteit en stabiliteit. Kapitaal en bezit zijn daarvan belangrijke pijlers. De BV moet profijtelijk zijn. Het ligt voor de hand dat zo’n bedrijf, voorzien van juridische top-adviseurs, alles doet om het eigen belang te optimaliseren. En daar kan de verleiding de kop opsteken om met die onschendbaarheid op zak langs de grenzen van de wet te gaan wandelen. Misschien soms - oeps! - eroverheen. Heeft iemand het gezien? Nee, niemand heeft het gezien. Mijn moeder zei over verzwegen misstappen: “Kind, het komt altijd uit”. Daarmee gaf ze de raad ruiterlijk voor fouten uit te komen. Ik heb me soms niet aan die raad gehouden en ben zeker wel eens weggekomen met een uitglijer, maar een staatshoofd moet bepaald voorzichtiger zijn. Die heeft een voorbeeldfunctie.

Met sommige Oranjes hebben we sinds 1848 best wat te stellen gehad. In menig opzicht is hun positie weinig benijdenswaardig. Vreemd is het niet dat ze weleens aan de ketting trekken. Het gekke is dat het dan meestal gaat om geld. En dat terwijl ze er toch sinds jaar en dag warmpjes bijzitten, gekoesterd en geholpen door de Nederlandse belastingbetaler en zonder twijfel een aantal gunstige investeringen. De affaire, die onlangs opdook om weer even snel onder tafel te worden geveegd, ging over erfbelasting. Ik heb me behoorlijk geërgerd, zowel aan de houding van het Koninklijk Huis als aan de houding van de belastingdienst (waar kennen we die lui ook alweer van?), als aan de houding van de premier. Feit is dat het Koninklijk Huis is gematst. Een eenvoudige onderdaan wordt ten onrechte van fraude beschuldigd en aan de bedelstaf gebracht, maar de BV Oranje hoeft niet de volle mep successierecht te betalen.

Voor wat hoort wat, zegt de snuggere belastingdienst, jullie moeten dan wel wat artistiek erfgoed aan het volk laten zien, zodat we kunnen genieten van de schoonheid die jullie in onze dienst hebben verzameld. Doen we, zegt de BV. Vervolgens incasseren ze het voordeel, maar komen de afspraak niet na. In mijn boek is dat verwijtbaar gedrag. Daarvoor kan een werknemer worden ontslagen. Maar in dit geval gaat weer die onschendbaarheid werken en geen minister is bereid om voor zo’n financieel akkefietje en een paar antieke tafeltjes zijn carrière op te geven. Komt nog bij dat het Koninklijk Huis zeer geliefd is. Ik vind het hoogst onbevredigend. Ik had gehoopt dat het bij de kersttoespraak aan de orde zou komen. Mooier gelegenheid is er niet.

Bijvoorbeeld: “Beste mensen, mijn familie heeft bij de belastingdienst bepaalde privileges gekregen. We hoefden minder belasting te betalen over de gigantische erfenis van oma. Dat was fijn, want we zitten een beetje krap.

Als tegenprestatie beloofden we wat kunstwerken voor het publiek toegankelijk te maken. Goeie deal, want wij keken er toch niet echt naar om. Het is er alleen niet van gekomen. De boel staat nog gewoon in onze opslag. Dat was een beetje slordig en dom van ons. Zoiets komt altijd uit, zei de moeder van mevrouw Noordervliet vroeger. Ik begin me nu wel een beetje te schamen.

Het spijt me oprecht dat we ons deel van de deal niet zijn nagekomen. Dat maak ik goed door al onze paleizen en huizen een dag per jaar open te stellen voor de bevolking.”

Maar nee, dat zat er natuurlijk niet in.

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 1945) schreef meerdere romans, novelle’s en theaterstukken. In 2018 won ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. In haar column in Trouw bespiegelt ze tweewekelijks op de actualiteit. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden