Het koninklijk gemak

De Oranjes: dat is niet alleen pracht en praal, maar ook het meer aardse. In Paleis Het Loo alles over toilettafels en koninklijke po’s.

Tijdens de vreugdeloze wintermaanden die koningin Sophie halverwege de 19de eeuw met haar man koning Willem III onder één paleisdak in Het Loo moest doorbrengen, maakte ze onder meer gebruik van een bontbeschilderde Moorse toilettafel. Hij maakte deel uit van een harem-achtig ameublement. Het werd natuurlijk aan het nageslacht doorgegeven, maar koningin Juliana had niets met het meubelstuk en gaf het daarom weg aan de requisietenafdeling van de publieke omroep in Hilversum. Dus misschien heeft de toilettafel ook nog eens gefigureerd in een toneelstukje met duizend-en-een-nachtsfeer.

De komende maanden is de tafel voor het grote publiek te bewonderen of verfoeien op zijn oorspronkelijke plek, het paleis. Daar is ze onderdeel van de tentoonstelling ’Fris en rein aan het hof”, een uitstalling van vorstelijk toiletgerei van de Oranjes van koning Willem I tot koningin Beatrix.

Het publiek heeft als het om iets koninklijks gaat, doorgaans vooral oog voor pracht en praal. Dus wanneer presenteer je zoiets privé-achtigs als de persoonlijke hygiëne van de Oranjes? Inderdaad, als de kroonprins het startschot geeft voor het Internationale Jaar van de Sanitatie. Dat was hét moment voor Het Loo- conservator en samensteller van de expositie Paul Rem om eens te inventariseren wat hij te kijk kon zetten. „Ik kon voor een groot deel teren op de eigen collectie. Maar we kregen ook veel in bruikleen uit de Koninklijke Verzameling.”

Rem maakte een lijst op met tal van kamergemakken en tientallen toiletstellen. „Daarmee kun je heel aardige doorzichten en associaties maken.” En hij heeft de boel in eigen hand kunnen houden - ’we hebben hier alles, tot en met een eigen timmerstal’ - , waardoor hij tot het laatste moment een eigen stempel op de tentoonstelling kon drukken. Wat hem vooral verbaasde is dat het sanitair uit die periode erg ’salonachtig’ was. En hoe ’koninklijk’ zaken soms bleven, zoals de bad-douchecabine in neo-renaissancestijl uit 1890 voor de jonge koningin Wilhelmina. Zelfs het koninklijke monogram en het rijkswapen ontbreken niet. „Hij kan zo in de Ridderzaal staan.”

De cabine was een idee van koningin Emma die uit haar Duitse opvoeding de hang naar regelmaat en reinheid had meegekregen en daarom het paleis in Apeldoorn op het waterleidingnet liet aansluiten. Tot dan had men wel riolering, maar voor de dagelijkse wasbeurt was er de commode en het lampetstel. Een eigen badkamer met koperen bad was er alleen voor de koning en zijn eega; de anderen moesten het doen met een zitbad van zink dat beschilderd was als eikenhout. In het bad lag een zachte doek en de bader droeg een speciaal hemd.

Tot Emma niet alleen badkamers, maar ook moderne wc’s liet installeren op Het Loo, werd de behoefte gedaan op het kamergemak, al was er ook een enkel secreet of privaat. De kamergemakken zagen er uit als gewone meubels, meestal als stoel. Onder de zitting zat een po, die als de grote of kleine boodschap was gedaan met een schuif kon worden weggetrokken. Een bediende leegde de po daarna in de beerput op het terrein. Sommige gemakken zijn wel erg klein uitgevallen. Als voorloper op de doortrek-wc introduceerde Willem III een kamergemak met een spoelinrichting. Voor op reis waren er ’stilletjes’, waarop men zich kon terugtrekken. Het exemplaar op de expositie heeft nog het meest weg van een naaidoos op pootjes.

Halverwege de 19de eeuw kwam ook het toiletpapier uit de Verenigde Staten overwaaien. In een van de vitrines staat een doosje met losse velletjes. Het was ’medicated paper’, dat ook was te gebruiken voor iemand met aambeien. Tot de gemaksartikelen voor de hygiëne behoorde ook het bidet. Het eerste exemplaar werd aan het hof geïntroduceerd door Lodewijk Napoleons vrouw Hortense. Maar ook Anna Paulowna, de echtgenote van Willem II had haar eigen, tentoongestelde, bidetstoel. Met vakjes voor zeepjes en parfum.

Ook het bovenste deel van het lichaam had verzorging nodig. Van vorstelijk formaat waren in het paleis de toilettafels, die van de mannen, maar zeker die van de vrouwen. De koningin had een speciale toiletkamer; bij de anderen stond hij in de slaapkamer. De tafel was bekleed met geplooide zijde of kant en de spiegel was bedekt met een toile. Vandaar het begrip ’toilet’. Wie heel chique wilde zijn, had een toilette-duchesse, met een wolk van tule om de tafel. De mannen hadden meestal voldoende aan een scheerstoel; er staat er een van prins Hendrik, compleet met neksteun.

Letterlijk schitterend is de vitrine met de toiletserviezen. De traditie wilde dat een koninklijke bruid er een van haar vader kreeg bij haar huwelijk, maar rond de wisseling van de 19de en de 20ste eeuw werd daarmee vaak gebroken. Wilhelmina kreeg aan de vooravond van haar huwelijk met Hendrik een vergulde zilveren spiegel van 193 Haagse adellijke dames. Haar dochter Juliana werd door de provincies Gelderland en Utrecht en de vrouwen van Twente met een servies bedacht. De huidige koningin kreeg hem, gemerkt met een gekroonde B, bij haar geboorte in 1938 van de Belgische koning Leopold III.

Hét pronkstuk is het servies van koningin Sophie, die het erfde van haar moeder, de van oorsprong Russische grootvorstin Catharina Paulowna van Württemberg. Het bestaat uit 29 delen, allemaal met gekroonde monogrammen. Koningin Beatrix heeft hem uit de verzameling uitgeleend aan Het Loo. Niet alles ligt uitgestald. Sommige stukken zijn nog steeds op Huis ten Bosch in gebruik.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden